vrijdag 5 februari 2010

Thomas Evangelie

Aanzitten aan de dis des Heren betekent vaarwel zeggen aan zijn deugden maar vooral ook aan zijn ondeugden en alles wat deze met zich medebrengen. Er is geen omzien aan de feestdis, er worden geen tranen gestort, er is niets te betreuren. Men zit niet met een bloedend hart aan het gastmaal. Er is nl. geen grotere vreugde dan aan die maaltijd te mogen deelnemen ook al gaan er ogenblikken aan vooraf dat men overvallen worden kan door het verdriet der verbrijzeling.
Het verdriet houdt geen stand. Ook niet het verdriet om de medemensen die de uitnodiging afwijzen en zich laten excuseren. Het helpt niet daarover tranen te storten en te blijven zeggen dat de wereld zo verstokt is en de mensen zo onwetend zijn of dat de angsten hen belemmeren, angsten voor hun bezit en hun verdienen, angsten voor hun medemensen.
Eén ding helpt op onzichtbare wijze ieder ander:
neem de uitnodiging aan en ontdek dat er niets zegenrijker, heerlijker en genezender is dan de kracht en de blijdschap, de rijkdom en de wijsheid, de macht en de heerlijkheid van deel te krijgen aan de bron van het water des levens. Immers, hier worden alle tranen uitgewist.
Het kan niet anders zijn of de uitnodiging geldt voor alle mensen, zonder enige uitzondering.
Wie neemt haar aan?

UIT: Barend van der Meer - Commentaar op het Thomas Evangelie

1 opmerking:

will-Art zei

Blij dit op je blog te vinden: zoals steeds erg beklijvende teksten van Barend van der Meer, mooie keuze ook om met zijn werk kennis te maken.

Op de blog http://dehermiet.blogspot.com/
vind je een aantal van zijn lezingen, gebundeld onder de titel 'De hermiet'.

Hartelijke groet,
René