Posts tonen met het label Carl Gustav Jung. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Carl Gustav Jung. Alle posts tonen

woensdag 24 juni 2009

Sprokkels

"Niet onwetendheid is de oorzaak van de meeste problemen in de wereld, als wel dat er zoveel mensen zijn die dingen weten die niet waar zijn."

Carl Gustav Jung

dinsdag 21 oktober 2008

Carl Gustav Jung - Sprokkels

Wat er na de dood gebeurt, is zo onuitsprekelijk groots, dat onze verbeelding en onze gevoelens er zelfs bij benadering geen idee van kunnen hebben.
Vroeg of laat worden de doden allemaal wat wij ook zijn.
Maar in deze werkelijkheid weten we weinig of niets over die zienswijze. En wat zullen we na de dood nog weten van deze aarde? De ontbinding van onze tijdelijke vorm in de eeuwigheid brengt geen verlies aan betekenis met zich mee. Integendeel, de pink weet dan dat hij deel is van de hand.

Uit een brief die hij schreef nadat hij zelf een BDE had tijdens een hartaanval.

zondag 27 juli 2008

Carl Gustav Jung - Sprokkels

Het leven dat gebeurt is niet het werkelijke leven, maar het leven is pas werkelijk als het ook geweten wordt. Alleen een persoonlijkheid die een eenheid is geworden kan het leven ervaren, maar niet het gebeuren dat zich in deelaspecten heeft opgesplitst, - een gebeuren dat zich óók mens noemt.

Christus heeft de zondaar geaccepteerd en hem niet verdoemd. De ware navolger van Christus zal hetzelfde doen, en aangezien men een ander niets moet aandoen wat men zichzelf niet zou aandoen, zou men ook de zondaar moeten accepteren die men zélf is.

Het is een niet onbekend feit dat rigoureuze religieuze oefeningen en sommige bekeringspreken van katholieke zijde, en daarnaast een bepaalde protestantse opvoeding waarbij voortdurend naar zonden wordt gespeurd, beschadigingen veroorzaken die niet naar het rijk Gods, maar naar de spreekkamer van de arts leiden.

Op het terrein van de religie kan men – zoals bekend – niets begrijpen wat men niet eerst innerlijk heeft ervaren. Pas in de innerlijke ervaring wordt de relatie van de ziel met het uiterlijk getoonde en gepredikte geopenbaard als een verwantschap of overeenkomst zoals die van bruidegom en bruid.

Carl Gustav Jung – Droom en individuatie

dinsdag 24 juni 2008

Carl Gustav Jung - Sprokkels

"Als we iets in het kind willen veranderen moeten we het eerst onderzoeken en kijken of het niet iets is wat beter in onszelf kan worden veranderd."

"Alles waarvan we ons niet bewust zijn, bevindt zich in geprojecteerde toestand."

"Een man die nooit door de hel van zijn hartstochten is gegaan, heeft ze ook nooit overwonnen."

"Wat er na de dood gebeurd is zo onuitsprekelijk groots, dat onze fantasie en onze gevoelens niet toereikend zijn om ons er zelfs bij benadering een voorstelling van te maken".

"Men wordt niet verlicht door zich allerlei beelden van licht voor te stellen, maar door zich bewust te worden van de eigen innerlijke duisternis. "

"Datgene in onszelf wat we niet in ons bewustzijn laten doordringen, doemt in ons leven op als het noodlot. "

zondag 22 juni 2008

Citaten van Carl Gustav Jung

“De mens wordt nooit geholpen in zijn lijden door wat hij zelf denkt, maar alleen door openbaring van een wijsheid groter dan de zijne. Deze trekt hem op uit zijn ellende.”

"Je kunt de wonden van een ander alleen maar genezen als je er zelf ook enkele hebt."

"Geen enkele gordiaanse knoop is ooit definitief middendoor gehakt: hij heeft de onaangename eigenschap zichzelf weer in de knoop te leggen."

"Het is gemakkelijker tot Mars door te dringen dan tot zichzelf."

"Als we iets in het kind willen veranderen, moeten we het eerst onderzoeken en kijken of het niet iets is wat beter in onszelf kan worden veranderd."

"Elke vorm van verslaving is slecht, of het narcotische middel nu alcohol, morfine, cannabis, macht, werk of idealisme is."

"Nadenken is zwaar, daarom oordelen de meesten."

zondag 23 maart 2008

Citaten van Carl Gustav Jung

Iedereen heeft een schaduw. Hoe minder deze in het dagelijks bewustzijn van het individu geïntegreerd is, des te zwarter en dichter is ze. Ze vormt in elk geval een onbewuste hinderpaal die zelfs onze beste bedoelingen verijdelt.

Datgene in onszelf wat we niet in ons bewustzijn laten doordringen, doemt in ons leven op als het noodlot.

Men wordt niet verlicht door zich allerlei beelden van licht voor te stellen, maar door zich bewust te worden van de eigen innerlijke duisternis.

Zolang de godsdienst alleen maar geloof en uiterlijke vorm is en de godsdienstige functie niet een ervaring van de eigen ziel geworden is, is er nog niets ingrijpends gebeurd. Men begrijpt nog niet dat het grote mysterie niet alleen op zichzelf bestaat, maar dat het hoofdzakelijk zijn grond in de menselijke ziel vindt.

zondag 2 maart 2008

Een 'Visioen' van Carl Gustav Jung

Terwijl ik de treden naar de ingang in de rots naderde gebeurde er iets merkwaardigs met me: ik had het gevoel of alles wat ik tot dan had mee­gemaakt van me afgenomen werd. Al mijn meningen, mijn wensen en ge­dachten, de hele fantasmagorie van het aardse bestaan viel van me af, of werd me ontroofd - een uiterst pijnlijk proces. Maar er bleef ook iets over, want het was alsof ik alles wat ik ooit beleefd had of gedaan had, alles wat om me heen gebeurd was, nu bij me had. Ik zou ook kunnen zeggen: het was bij mij en dat was 'ik'. Ik bestond er om zo te zeggen uit. Ik bestond uit mijn verleden en had absoluut het gevoel: dat ben 'ik' nu. 'Ik ben deze bundeling van wat volbracht en geweest is'. - Deze belevenis gaf me het gevoel van uiterste armoede, maar tegelijk van grote bevrediging. Er was niets meer dat ik verlangde of wenste, maar ik bestond als het ware objec­tief: ik was datgene wat ik doorleefd had. Aanvankelijk overheerste weliswaar een gevoel van vernietiging, van beroofd zijn of geplunderd zijn, maar plotseling viel dat ook weg. Alles leek voorbij, het bleef een fait ac­compli, zonder enige binding met het vroegere. Ik voelde geen spijt meer dat iets weggevallen of afgepakt was. Integendeel: ik had alles wat ik was en ik had alleen dat.

Nog iets anders hield me bezig: toen ik de tempel naderde was ik er zeker van dat ik in een verlichte ruimte zou komen en dat ik daar al die mensen zou aantreffen waar ik in werkelijkheid bij hoorde. Daar zou ik - ook dat was een zekerheid - eindelijk begrijpen in welke historische samenhang ik, of mijn leven, thuishoorde. Ik zou weten wat er vóór me was geweest, waarom ik geworden ben en waarheen mijn leven verder zou stromen. Het leven dat ik had geleefd was me vaak als een verhaal voorgekomen dat geen begin en geen eind heeft. Ik had het gevoel een historische perikoop te zijn: een stuk tekst waaraan het voorafgaande en volgende gedeelte ont­breken. Het leek alsof mijn leven met een schaar uit een lange keten was geknipt, en veel vragen waren onbeantwoord gebleven. Waarom is het zó gegaan? Waarom heb ik daarmee gedaan? Wat zal eruit volgen? Op al deze vragen – daar was ik zeker van - zou ik een antwoord krijgen zodra ik de stenen tempel was binnengetreden. Daar zou ik inzien waarom alles zó en niet anders geweest was. Ik zou daar bij de mensen komen die het antwoord op mijn vragen naar het ervoor en erna weten.

Terwijl ik nog over deze dingen nadacht, gebeurde er iets dat mijn aandacht trok: van beneden, vanuit Europa, steeg een gedaante omhoog. Het was mijn arts, of beter gezegd, zijn beeltenis, omlijst door een gouden ketting of lauwerkrans. Ik wist meteen: 0 ja, dat is mijn dokter die me behandeld heeft. Maar nu komt hij in zijn oergestalte; een Basileus van Kos.[1] Tijdens zijn leven was hij een avatar (incarnatie) van deze Basileus, de tijdelijke belichaming van de oergestalte die altijd al heeft bestaan. Nu komt hij in zijn oergestalte.

Vermoedelijk was ook ik in mijn oergestalte. Dat had ik weliswaar niet waargenomen; ik stel me alleen voor dat het zo geweest is. Nadat hij als een beeld uit de diepte naar me was toe gezweefd en voor me stond, vond een stille gedachte-uitwisseling tussen ons plaats. Mijn arts was namelijk door de aarde afgevaardigd om me een boodschap te brengen: er werd tegen geprotesteerd dat ik op het punt stond heen te gaan. Ik mocht de aarde niet verlaten en moest terugkeren. Op het moment dat ik dat vernam eindigde het visioen.

Ik was ten diepste teleurgesteld, want nu leek alles tevergeefs. Het pijnlijke proces van de 'ontbladering' was tevergeefs geweest en ik mocht de tempel niet in, niet naar de mensen die bij me hoorden.

Bron: Herinneringen, dromen en gedachten - C. G. Jung

[1] * Basileus = koning, Kos was in de oudheid beroemd om zijn Asklepios-tempel en was de geboorteplaats 'van de arts Hippocrates (vijfde eeuw voor Christus).