"Alles waar je echt van houdt,
zal je warmte blijven geven
ook al is het niet gebleven
of geworden wat je wou
het blijft altijd een deel van jou
en een stukje van je leven."
auteur is me niet bekend.
Posts tonen met het label poezie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label poezie. Alle posts tonen
donderdag 28 juli 2011
zondag 3 juli 2011
Het Al
Ik ben de zon, de maan, ik ben de regen,
'k ben onbeschrijfelijk, niet te meten noch te wegen.
Ik ben rivieren, ik ben zeeën, bliksem, donder,
ik ben de kleine mens, maar wèl het grote wonder.
Ik ben het water en de vruchten en het koren,
het leven dat uit àlle leven wordt geboren.
Ik ben het allemaal - de wijze en de zot
en in mijn kleinheid schuilt iets van een Grote God.
Toon Hermans
'k ben onbeschrijfelijk, niet te meten noch te wegen.
Ik ben rivieren, ik ben zeeën, bliksem, donder,
ik ben de kleine mens, maar wèl het grote wonder.
Ik ben het water en de vruchten en het koren,
het leven dat uit àlle leven wordt geboren.
Ik ben het allemaal - de wijze en de zot
en in mijn kleinheid schuilt iets van een Grote God.
Toon Hermans
Eenzaamheid
De mens is eenzaam tot en met zijn dood.
Nooit is één liefde, nooit één vriendschap klaar,
En, zelfs geboren uit dezelfde schoot,
Zijn wij nog vreemden voor elkaar.
Wat weet ik van mijn zuster en mijn vader,
Wat van mijn moeder en mijn eigen kind?
En is mijn vrouw mij altijd zoveel nader
Dan de arme meid voor 't eerst bemind?
Nooit kan een hart een ander overwinnen;
Van lief tot minnaar en van mens tot mens
Kunnen wij nooit geheel volmaakt beminnen;
Er is altijd een kloof, een grens.
't Is niet eens zeker dat de dood verenen
Kan wat het leven onmeedogend scheidt,
En er bestaat niet, van Parijs tot Wenen,
Een koffiehuis 'In de Eenzaamheid'!
Jan van Nijlen
Nooit is één liefde, nooit één vriendschap klaar,
En, zelfs geboren uit dezelfde schoot,
Zijn wij nog vreemden voor elkaar.
Wat weet ik van mijn zuster en mijn vader,
Wat van mijn moeder en mijn eigen kind?
En is mijn vrouw mij altijd zoveel nader
Dan de arme meid voor 't eerst bemind?
Nooit kan een hart een ander overwinnen;
Van lief tot minnaar en van mens tot mens
Kunnen wij nooit geheel volmaakt beminnen;
Er is altijd een kloof, een grens.
't Is niet eens zeker dat de dood verenen
Kan wat het leven onmeedogend scheidt,
En er bestaat niet, van Parijs tot Wenen,
Een koffiehuis 'In de Eenzaamheid'!
Jan van Nijlen
vrijdag 20 mei 2011
De moraal van het verhaal......
Ballade van Arie Hop (John O'Mill)Aanhoort het noodlot, fel en wreed,
van een kind dat op z'n nagels beet.
Een kind, dat met z'n eigen tanden
tot zijn schade en zijn schande,
stukjes van zichzelf opat,
en in zijn onverstand vergat
dat als die eerste hapjes smaken,
men aan zichzelf verslaafd kan raken.
Zo vergaat het menig kind
dat zichzelf zo lekker vind.
Ook het kind uit dit verhaal,
genoot zo van zijn eigen maal,
dat het verder alle dagen
in extase door bleef knagen.
Reeds was het kwaad niet meer te stoppen
reed kloof ie aan zijn vingertoppen
en zette weldra ook z'n tanden
in de stompjes van z'n handen:
En tot ontzetting van zijn ouders
in zijn bovenarm en schouders.
Voldaan keek hij toen in 't rond
en sprak met overvolle mond:
'Ik vind mijzelf, als je 't wil weten
gewoon een kind om op te vreten'.
En hief alweer een been omhoog
en knabbelde aan zijn eksteroog.
Men hoorde hem vraatzuchtig smakken
op de pezen van z'n hakken,
zag hem zalig d'ogen sluiten
toen hij beet kreeg aan z'n kuiten.
Reikhalzend happen naar zijn dij,
helaas, hij kon er niet meer bij,
en is ~ zienderogen afgenomen ~
van de honger omgekomen
Heel duidelijk is hier de moraal:
Wordt nooit Uw eigen kannibaal !
zaterdag 14 mei 2011
HOOP
dinsdag 22 maart 2011
Kees Stip - Op een eendagsvlieg
vrijdag 18 maart 2011
Elvendans
Des nachts in de zachte glansenVan de zilveren maan,
Als alle verstandige menschen
Reeds lang naar bed zijn gegaan,
Als 't groote vuur gebluscht is,
Dat 's avonds in 't Westen gloeit,
En alles in diepe rust is,
Door 't zonnelicht vermoeid -
Dan in de nevelglansen,
Die over de weide gaan,
Ziet men de elven dansen
Bij het licht van de maan.
Jacqueline E. van der Waals
Sonnetten VI
Nu ligt mijn leven als een stille plas,Een vlak, blauw water op een groote hei,
Dat rustig opziet uit een lijst van gras
En riet: een hemelspiegel klaar en blij.
Mijn willen en mijn wenschen stierf in mij,
En wat bevreesd, en wat onrustig was,
Ging met mijn laatste diepe smart voorbij,
Waarvan ik kalm en oud en wijs genas.
Mijn ziel ligt als het vlakke water stil,
Dat zelf niets zijn en niets bereiken wil,
Maar, wat het ziet, eenvoudig wedergeven.
Ook ik wil niets in eigen oogen zijn,
Maar als een hemelspiegel klaar en rein,
Den wil van God vervullen in mijn leven.
Jacqueline E. van der Waals
zondag 23 januari 2011
Sotto voce
Zoveel soorten van verdriet,ik noem ze niet.
Maar één, het afstand doen en scheiden.
En niet het snijden doet zo'n pijn,
maar het afgesneden zijn.
Nog is het mooi, 't geraamte van een blad,
vlinderlicht rustend op de aarde,
alleen nog maar zijn wezen waard.
Maar tussen de aderen van het lijden
niets meer om u mee te verblijden:
mazen van uw afwezigheid,
bijeengehouden door wat pijn
en groter wordend met de tijd.
Arm en beschaamd zo arm te zijn.
Maria Vasalis
uit: Vergezichten en gezichten
Mijn vader
Mijn vaderliep ten einde,
trad buiten de oevers van zijn wil
mijn moeder liet hem kabbelen, klotsen
en mijn broers voeren op hem,
deinden op de lange golven van zijn verval,
visten naar de geheimen, die hij niet meer bezat,
lieten hem denken,
lieten hem niet meer onder woorden kunnen brengen
de avond viel
en zijn zon liet zich in hem onderdompelen,
liet koud en onafzienbaar worden,
zijn stormen gingen liggen
en zijn winter wenkte hem: hier! hier!
maar mijn vader sliep -
zijn meeuwen waren moe
en streken op hem neer.
Toon Tellegen
Uit de bundel: Raafvogels
donderdag 20 januari 2011
Lof van het onkruid.
Godlof dat het onkruid niet vergaat.Het nestelt zich in spleet en steen,
breekt door beton en asfalt heen,
bevolkt de voegen van de straat.
Achter de stoomwals valt weer zaad:
de Berenklauw grijpt om zich heen.
En waar een bom zijn trechter slaat
is straks de distel algemeen.
Als hebzucht alles heeft geslecht
straalt het klein hoefblad op de vaalt
en wordt door brandnetels vertaald:
‘gij die millioenen hebt ontrecht:
zij kòmen – uw berekening faalt.’
Het onkruid wint het laatst gevecht.
Ida Gerhardt
Uit: Vijf Vuurstenen (1974)
zondag 9 januari 2011
Door de stilte heen
Al dagenlang probeer ik door de stilteheen te luisteren, - de bloemen hier
op tafel voor mij zijn zo open, willen
spreken, maar ik kan ze nog niet
verstaan, - nog te veel dag is binnen
mij nagebleven, nog te veel zien
van vervalste kleuren, botte dingen,
ik heb nog geen eigen lichtverschiet.
Zo stil worden dat uit zwijgen woorden
bloeien van over de grens van leven
heen, een enkele stem, een enkele vraag,
en daarop dan niet angstig voor de
aandacht van de bloemen antwoord geven,
één eigen woord, - ik hoop dat ik het waag.
Gabriel Smit
ONDER DE APPELBOOM
Ik kwam thuis, het waseen uur of acht en zeldzaam
zacht voor de tijd van het jaar,
de tuinbank stond klaar
onder de appelboom
ik ging zitten en ik zat
te kijken hoe de buurman
in zijn tuin nog aan het spitten
was, de nacht kwam uit de aarde
een blauwer wordend licht hing
in de appelboom
toen werd het langzaam weer te mooi
om waar te zijn, de dingen
van de dag verdwenen voor de geur
van hooi, er lag weer speelgoed
in het gras en verweg in het huis
lachten de kinderen in het bad
tot waar ik zat, tot
onder de appelboom
en later hoorde ik de vleugels
van ganzen in de hemel
hoorde ik hoe stil en leeg
het aan het worden was
gelukkig kwam er iemand naast mij
zitten, om precies te zijn jij
was het die naast mij kwam
onder de appelboom, zeldzaam
zacht en dichtbij
voor onze leeftijd.
Rutger Kopland
dinsdag 7 december 2010
Het derde land
Zingend en zonder herinneringGing ik uit het eerste land
vandaan
Zingend en zonder herinnering
Ben ik het tweede land ingegaan
O God,
ik wist niet waarheen ik ging
Toen ik dit land ben ingegaan
O God,
ik wist niet waarheen ik ging
Maar laat mij uit dit land vandaan
O laat mij zonder herinnering
En zingend het derde land ingaan
Martinus Nijhoff
vrijdag 26 november 2010
Wie ik was...
Als ik ooit verleden benen iemand vragen zal
wie ik was en wat ik deed,
hoop ik dat men zeggen zal:
hij was een mens
die zijn doel zocht,
wie hij was - daar en toen,
op dat moment.
Hij zocht een melodie
en vond wat noten.
Hij zocht naar een verhaal,
speelde met een handvol woorden.
Soms werd het aarde-donker,
dan weer helder-licht.
Toch ging hij verder
omdat hij wist ooit thuis te komen
waar alles nieuw is en in evenwicht.
Zo poogde hij de weg te vinden,
een stap in d’ eeuwigheid
naar ‘t alomvattend weten
En in zijn dromen vond hij
voleinding en begin.
Rob Embrecht
Levensschip
Soms zeilt een schip oostwaarts,het and're naar west,
met denzelfden wind, die ze drijft;
't Is de stand van het zeil,
die gevaar brengt of heil,
niet de wind, die haar banen beschrijft.
Als de winden op zee zijn de kansen van 't Lot
voor ons levensschip hier benêen;
't Is de houding der ziel,
die doet keeren de kiel,
niet de kalmte of ruwheid der zeeën.
Ella Wheeler Wilcox
maandag 11 oktober 2010
De kinderen
Voor Anne de VriesZij komen uit een rijk voorbij dit leven
en gaan langs wegen waar geen mens van weet
een verre onbekende einder tegen,
de zoom strijkt langs ons van hun wapprend kleed.
Hoe houden zij zo licht en bijna blij geheven
de beker van 't oneindig bittre leed?
hoe ligt voor elk een argeloze zegen
in 't tere hunkren van hun hart gereed?
Maar Die zegt: ‘Laat de kindren tot mij komen!’
spreekt daarmee over ons een streng gericht,
want wij staan tussen hen en hunne dromen
vaak als een muur van angsten opgericht.
Roel Houwink
woensdag 6 oktober 2010
Verzen - Jan van Nijlen
I
De boodschap
Avond aan avond roept een onbekende
vogel die zingt mij naar het open raam.
Waarheen ik ook mijn zoekende oogen wende,
ik zie hem nooit, ik ken niet eens zijn naam.
Is er misschien nog een geluk te grijpen
in de belofte van die late stem?
Een vogel roept en, zonder te begrijpen,
ben ik in droom den ganschen nacht bij hem.
II
Wanneer?
Wanneer zal ik, in 't warme gras gezeten,
en in den gloed van een laat middaguur,
Bevrijd van alles wat ik wou vergeten,
genezen van de drift naar avontuur,
Den vrede vinden van dat eenig uur
waarop de geest, verwonnen en bezeten,
Niet langer strijd voert tegen de natuur
maar 't lichaam wegzendt naar den boord der Lethe?
De boodschap
Avond aan avond roept een onbekende
vogel die zingt mij naar het open raam.
Waarheen ik ook mijn zoekende oogen wende,
ik zie hem nooit, ik ken niet eens zijn naam.
Is er misschien nog een geluk te grijpen
in de belofte van die late stem?
Een vogel roept en, zonder te begrijpen,
ben ik in droom den ganschen nacht bij hem.
II
Wanneer?
Wanneer zal ik, in 't warme gras gezeten,
en in den gloed van een laat middaguur,
Bevrijd van alles wat ik wou vergeten,
genezen van de drift naar avontuur,
Den vrede vinden van dat eenig uur
waarop de geest, verwonnen en bezeten,
Niet langer strijd voert tegen de natuur
maar 't lichaam wegzendt naar den boord der Lethe?
zondag 3 oktober 2010
Luisteren

Als ik je vraag naar mij te luisteren
en jij begint mij adviezen te geven,
dan doe je niet wat ik je vraag.
Als ik je vraag naar mij te luisteren
en jij begint mij te vertellen,
waarom ik iets niet zo moet voelen
als ik het voel
dan neem jij mijn gevoelens niet serieus.
Als ik je vraag naar mij te luisteren
en jij denkt dat jij iets moet doen
om mijn problemen op te lossen,
dan laat je mij in de steek,
hoe vreemd dat ook mag lijken.
Misschien is dat de reden
waarom voor sommige mensen bidden werkt;
omdat God niets terugzegt
en hij geen adviezen geeft,
of probeert de dingen voor je te regelen.
Hij luistert alleen en vertrouwt erop
dat je er zelf wel uitkomt.
Dus alsjeblieft, luister alleen maar naar me
en probeer me te begrijpen.
En als je wilt praten,
wacht dan even en ik beloof je
dat ik op mijn beurt naar jou zal luisteren.
Uit: 'Loving each other' van Leo Buscaglia
en jij begint mij adviezen te geven,
dan doe je niet wat ik je vraag.
Als ik je vraag naar mij te luisteren
en jij begint mij te vertellen,
waarom ik iets niet zo moet voelen
als ik het voel
dan neem jij mijn gevoelens niet serieus.
Als ik je vraag naar mij te luisteren
en jij denkt dat jij iets moet doen
om mijn problemen op te lossen,
dan laat je mij in de steek,
hoe vreemd dat ook mag lijken.
Misschien is dat de reden
waarom voor sommige mensen bidden werkt;
omdat God niets terugzegt
en hij geen adviezen geeft,
of probeert de dingen voor je te regelen.
Hij luistert alleen en vertrouwt erop
dat je er zelf wel uitkomt.
Dus alsjeblieft, luister alleen maar naar me
en probeer me te begrijpen.
En als je wilt praten,
wacht dan even en ik beloof je
dat ik op mijn beurt naar jou zal luisteren.
Uit: 'Loving each other' van Leo Buscaglia
Abonneren op:
Posts (Atom)



