Posts tonen met het label dood/leven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dood/leven. Alle posts tonen

vrijdag 7 december 2012

De wind



'De wind, die eigenlijk alleen zo nu en dan maar eens komt neergestreken, voortdurend komende van en onderweg naar elders, maar nooit constant op één plaats bezig, draagt vlaagsgewijs nu eens verkwikkende, dan weer onverkwikkende geuren aan, en soms een wolk vlinders of libellen, maar ook wel soms een zwerm zwarte vogels, - en is hij weer voorbij, dan blijft nog geruime tijd alles in de tuin, wat maar bewegen kan en door hem is aangeraakt, in beweging.'

Deze mysterieuze volzin vind ik terug in een aantekenboekje van meer dan tien jaar geleden.
Ik heb hem nooit in enige tekst, kunnen gebruiken, maar na al die jaren zet ik hem hier maar neer.
Ik weet nu dat deze zin een metafoor is:  hij zou in een rouwadvertentie of in een doodsbrief kunnen staan.

'De wind', dat is: iemands leven.
'Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt'.

Uit: Jeroen Brouwers - Bezonken rood

dinsdag 13 november 2012

Kerkhof


Kerkhof

Toen Rietje begraven was, ben ik één keer naar het kerkhof gegaan. Ik dacht: ’Laat ik dat nou maar eens doen.’ Met mijn vader en moeder heb ik het nooit gedaan en bij andere mensen ook niet. Ik weet dat ze niet dood zijn, dus ik hoef niet te gaan kijken waar ze liggen. Dat andere mensen dat doen, prima. Maar ik hoef dat niet.

 Eén keer per jaar, op Allerzielen, dan bel ik op en dan leggen vrienden een paar roosjes op haar graf. Omdat ik niet wil hebben dat op die dag, als iedereen op het kerkhof gaat kijken, haar graf daar zo ligt zonder bloemetjes erop. Anders wordt dat nog verkeerd uitgelegd; daar is al eens over geschreven. Zo bot.

 Maar goed, ik liep op dat kerkhof te zoeken naar haar graf, en opeens hoor ik een stem die zegt: ’Hier is ze niet.’
En ik dacht: ’Dat wist ik al.’
Ik heb me meteen omgedraaid en ben naar huis gegaan.

Toon Hermans - Interview met Pauline Sinnema,  Het Parool, 23 december 1995

woensdag 14 september 2011

sprokkels

‘De doden laten hun schaduwen achter, een echo van de ruimte waarin ze ooit geleefd hebben. Ze kwellen ons, omdat ze nooit wegkwijnen of ouder worden, zoals wij dat wel doen. Het verlies dat wij betreuren is niet alleen dat van hun toekomst, maar ook van onze toekomst.’




Uit: Kate Mosse - Wintergeest

dinsdag 30 augustus 2011

De hel....

De hel bergt hen die ooit verloochenden;

Daar vinden zij hun zaaigoed en hun oogst,

Een Meer vol Leegten en een Woud vol Niets,
en dwalen daar en zwerven rond en jammeren
voor eeuwig om Inhoud.


W.B. YEATS, The Hour-Glass

donderdag 28 juli 2011

Herinnering

"Alles waar je echt van houdt,
zal je warmte blijven geven
ook al is het niet gebleven
of geworden wat je wou
het blijft altijd een deel van jou
en een stukje van je leven."

auteur is me niet bekend.

zondag 3 juli 2011

Dood

'k Heb voor de dood al meer dan eens
een lief gedicht geschreven
ik neem hem wel eens op m'n schoot
hij hoort zo bij het leven

ik weet hoe bang ik was als kind
wat heb ik 'm geknepen
hij was m'n vijand, nu mijn vrind
nu heb ik hem begrepen

hij heeft mij zijn geheim verteld
en zo ben ik m'n angst ontgroeid
voor mij is hij een open veld
waar hemelhoog het voorjaar bloeit

Toon Hermans

donderdag 18 maart 2010

Paasgedachten.

Er is geen dood, slechts overgang van leven.
Een nieuw habijt is voor U weggelegd.
"Ik ga je voor", heeft menigeen gezegd
Tot U, aan wien hij hier zijn liefde had gegeven.

Als nieuwe liefde bloeit, verdringt zij dan de oude?
Heeft zij die banden ruw vaneen gescheurd?
Of is het zóó, dat wat dan is gebeurd
Voltooiing is van wat gij met hen bouwde?

Voltooiing? Neen, maar wel een verder weven
Van alle banden, oud en nieuw geknoopt.
D' ervaring leert, wat gij steeds hebt gehoopt:
Er is geen dood, doch voortgang van het leven.

Het Leven is uit God, de Liefde, Die het Al omvat.
Uit Zijne Liefde bloeit de band, die U verbindt
Met hen, die zijn gegaan en hen, die gij nu vindt
Aan Uwe zij, als een U hier opnieuw gegeven schat.

En Ginds? Het inzicht is verruimd, door Gods Gena gezuiverd.
In Zijne Liefde zijt ook gij met hen daar saam geketend,
Met allen, die U lief en dierbaar waren. Dit beteekent:
Er is geen dood, waarvoor gij hebt gehuiverd.

Er is geen dood, slechts overgang van leven.
De ziel wordt met een nieuw habijt bekleed.
De "Dood" opent de deur naar daar, waar al het leed,
De scheiding en de smart in Liefde zijn opgeheven.


O. Gunning Sr

donderdag 23 juli 2009

Niet de dood

Het is niet de dood
Waar ik bang voor ben
Die staat voor mij wel vast

Het is het doodgaan zelf
Dat ik niet ken
En dat niet in mijn leven past

Bram Vermeulen.

zondag 2 november 2008

Socrates over de dood

Een zwaan zingt altijd, maar wanneer hij merkt dat hij moet sterven zingt hij meer en mooier dan ooit, uit blijdschap omdat hij naar de god gaat vertrekken in wiens dienst hij staat.
De mensen begrijpen door hun eigen angst voor de dood de zwanen ook verkeerd. Ze zeggen dat zij klagen om hun dood en die laatste keer zingen van verdriet. Ze beseffen niet dat geen enkele vogel zingt wanneer hij hon­gerig is of het koud heeft of op een andere manier pijn lijdt, ook de nachte­gaal niet of de zwaluw of de hop, - vogels waarvan men toch zegt dat zij van verdriet zo klaaglijk zingen. Ik geloof van die vogels niet dat zij uit verdriet zingen, en van zwanen ook niet. Omdat zij volgens mij schepsels van Apollo zijn hebben zij de gave van de voorspelling. Zij weten van tevoren hoe goed die andere wereld is en daar­om zingen en genieten ze die dag meer dan de tijd daarvoor.
Socrates – uit: Plato, Schrijver – Gerard Koolschijn

Socrates over de dood

'Want bang zijn voor de dood, mannen, is niets anders dan denken ver­standig te zijn zonder het te zijn, want het is denken iets te weten wat je niet weet. Niemand weet iets van de dood, ook niet of hij niet juist voor de mens het allerbeste is wat hem kan overkomen. Men is bang voor de dood, alsof men zeker weet dat er niets ergers bestaat. Wat is beschamen­der dan dat soort domheid, te denken iets te weten wat je niet weet?
Misschien verschil ik daarin wel van de gemiddelde burger, mannen. Als ik zou beweren in enig opzicht meer inzicht te hebben dan een ander, is het wel daarin dat ik me tenminste bewust ben dat ik niet voldoende weet van wat er na de dood gebeurt. Wat ik wél weet is dat immoreel gedrag en ongehoorzaamheid jegens je meerdere, of het nu een god is of een mens, nadelig en slecht is. En voor iets slechts waarvan ik weet dat het nadelig is, zal ik altijd eerder bang zijn en vluchten dan voor iets waarvan ik niet weet of het niet juist goed is.'

Socrates – uit: Plato, Schrijver – Gerard Koolschijn

dinsdag 1 april 2008

Hermann Hesse – Peter Camenzind

Het kamertje was stil en stroomde langzaam vol met het licht van de opkomende zon; huis en dorp lagen in slaap, en ik kon ongestoord in mijn gedachten de ziel van een stervende begeleiden, over het huis en het dorp en het meer en de sneeuwtoppen heen naar de koele vrij­heid van een zuivere ochtendlijke hemel. Verdriet voel­de ik weinig, want ik voelde vooral verbazing en eerbied, omdat ik mocht toezien hoe een groot raadsel werd op­gelost en hoe de ring van een leven zich zwak trillend sloot. Ook was de krachteloze moed van de stervende zo verheven, dat ook in mijn ziel een verkoelend heldere straal van haar bittere glorie viel. Dat mijn vader ernaast lag te slapen, dat er geen priester bij was, dat noch sacra­ment noch gebed de naar haar oorsprong terugkerende ziel met heilige wijding begeleidde, deed me niets. Het enige dat ik voelde was een huiverende adem van eeu­wigheid die door de schemerige kamer golfde en zich met mijn wezen vermengde.

-----

Want ik geloof dat geen enkel ern­stig mens, die niet volledig is ontspoord, zich van het le­ven kan beroven als hij ooit van het wegkwijnen van een gezond en goed leven getuige is geweest. Ik zag mijn moeder weer sterven. Weer zag ik op haar gezicht de stil­le, ernstige werkzaamheid van de dood die het veredelde. Hij zag er streng uit, de dood, maar was machtig en tege­lijk goedmoedig als een zorgzame vader die een ver­dwaald kind weer naar huis brengt.
Ik wist plotseling weer dat de dood een wijze en goe­de broeder van ons is, die het juiste uur weet en op wie we met vertrouwen kunnen wachten. En ik begon ook te begrijpen dat het lijden en de teleurstellingen en de neer­slachtigheid er niet zijn om ons lusteloos te maken en ons onze waarde en waardigheid te ontnemen maar om ons te doen rijpen en ons te transfigureren tot een bovenaard­se heerlijkheid.

woensdag 19 maart 2008

Manfred Kyber - Die Toten/de doden.

De doden.

De doden stierven niet, slechts hun omhulling.
Hun lichaam verging, hun geest en wil blijft leven.
In jou komen ze samen tot vervulling,
Waar ze de diepe stilte van jouw ziel beleven.

In jou en hen berust een koninkrijk,
Waar dood en leven met elkander fluisteren.
Daar kun je met het eigen denken tegelijk
De stille stemmen van je doden mee beluisteren.

En spreken kun je zoals 't eerder is geweest,
Geluidloos spreek je tot je doden.
Tweezijdig zijn de wegen van de geest,
De poort van het dodenrijk staat altijd open.

Sla binnen in je bruggen naar het dodenland,
De doden zullen met je saam de wereld vervolmaken.
Ga levend, wetend, met de doden hand in hand,
Opdat de hele aard vergeestelijkt mag raken.
Manfred Kyber (vert. Tom Delemarre)


Die Toten

Die Toten starben nicht. Es starb ihr Kleid.
Ihr Leib zerfiel, es lebt ihr Geist und Wille.
Vereinigt sind sie dir zu jeder Zeit
In deiner Seele tiefer Tempelstille.

In dir und ihnen ruht ein einiges Reich,
Wo Tod und Leben Wechselworte tauschen.
In ihm kannst du dem eigenen Denken gleich,
Den stillen Stimmen deiner Toten lauschen.

Und reden kannst du wie du einst getan,
Zu deinen Toten lautlos deine Worte.
Unwandelbar ist unseres Geistes Bahn
Und ewig offen steht des Todes Pforte.

Schlagt Brücken in euch zu der Toten Land,
Die Toten bau'n mit euch am Bau der Erde.
Geht wissend mit den Toten Hand in Hand,
Damit die ganze Welt vergeistigt werde.
Manfred Kyber

Met dank aan René voor het toesturen.