Posts tonen met het label Kahlil Gibran. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kahlil Gibran. Alle posts tonen

zondag 19 juni 2011

Het oog

Op een keer zei het oog: 'over deze valleien heen zie ik een berg gehuld in blauwe nevel. Is hij niet prachtig?
Het oor luisterde; en na enige tijd aandachtig geluisterd te hebben, zei het: 'Maar waar is die berg dan toch? Ik hoor hem niet.'
Daarop sprak de hand en zei: 'Vergeefs poog ik hem te voelen of te tasten, ik kan geen berg vinden.'
En de neus zei: 'Er is geen berg, want ik kan hem niet ruiken.'
Daarop keek het oog een andere kant op, en zij begonnen samen te praten over de vreemde waan van het oog. En zij zeiden: 'Er moet iets niet in orde zijn met het oog.'
Uit: De dwaas van Kahlil Gibran

zaterdag 11 juli 2009

Citaten: Kahlil Gibran


  • "Al onze woorden zijn kruimels die afvallen van de feesttafel van onze geest."

  • "Als je niet graag doet wat je doet en niet doet wat je wél graag doet, dan heb je wanklank boven muziek verkozen."

  • "Als we elkaar allemaal onze zonden zouden opbiechten dan zouden we elkaar allemaal uitlachen om ons gebrek aan originaliteit."

  • "De eenzaamheid is een stille storm die al onze dode takken afbreekt."

  • "Een groot mens heeft twee harten: het ene bloedt en het andere verdraagt."

  • "Er moet een of ander vreemd geheim in zout verborgen liggen. Het is zowel in onze tranen als in de zee."

  • "Iedere gedachte die ik in een vorm gevangen heb, moet ik bevrijden door mijn daden."

  • "Je mag hem vergeten met wie je samen gelachen hebt, maar nimmer hem met wie je hebt geweend."

Kahlil Gibran

donderdag 16 april 2009

De Tuin van de Profeet - Kahlil Gibran

En op de eerste dag der week, toen de klanken der tempelklokken hun oren zochten, sprak er een, zeg­gende:
'Meester, wij horen hier veel over god spreken. Wat zeg jij van god en wie is hij in alle waarheid? '
En hij stond voor hen als een jonge boom, onbe­vreesd voor wind en storm, en hij antwoordde, zeg­gen de: 'Denk nu, mijn makkers en beminden, aan een hart dat al je harten omvat, een liefde die al je lief­den besluit, een geest die al je geesten omhult, een stem die al je stemmen bevat, en een stilte dieper dan al je stilten en tijdeloos.
'Tracht nu in de volheid van je zelf een schoonheid te zien, betoverender dan al wat schoon is, een lied groter dan dat van zee en woud, een koninklijke ge­stalte gezeten op een troon, waarvoor Orion slechts een voetbank is, zwaaiend een scepter, waarin de Plejaden maar een glinstering zijn van dauwdruppels.
'Je hebt altijd alleen voedsel en beschutting ge­zocht, een kleed en een staf; zoek nu de ene, die geen doelwit is voor je pijlen, noch een stenig hol, dat je tegen de elementen beschut.
'En als mijn woorden een rots en een raadsel zijn, zoek dan niettemin, opdat je harten gebroken mogen worden en je twijfelingen je leiden mogen tot de lief­de en de wijsheid van de allerhoogste, die de mensen god noemen.'

zaterdag 20 december 2008

Kahlil Gibran - De profeet

De vermoorde is niet onschuldig aan zijn eigen dood,
En op de beroofde valt de blaam voor het beroofd worden.
De rechtvaardige is niet onschuldig aan de daden der bozen.
En wie rein van handen is, is niet onbezoedeld door de daden van de boosdoener.
Ja, de schuldige is vaak het slachtoffer van wie kwaad werd aangedaan.
En nog vaker is de veroordeelde de lastdrager van de schuldelozen en onberispelijken.
Gij kunt de rechtvaardigen niet scheiden van de onrechtvaardige en de goede van de boze;
Want tezamen staan zij voor het aangezicht van de zon zoals de zwarte en witte draad verweven zijn.
En als de zwarte draad breekt, onderzoekt de wever het ganse kleed en eveneens het weefgetouw.

Uit De Profeet van Kahlil Gibran

dinsdag 2 december 2008

Kahlil Gibran - De Storm

'Ik zocht de eenzaamheid, want daarin is volheid van leven voor geest, hart en lichaam. Ik vond de eindeloze grasvlakten waarop het licht van de zon rust, waar de bloemen hun zoete geur uitademen in de ruimte en de stromen zingend hun weg zoeken naar zee. Ik ontdekte de bergen waar ik het fris ontwaken van de lente, het kleurig verlangen van de zomer, de rijke liederen van de herfst en het schone geheim van de winter aantrof. Ik kwam naar deze uithoek van Gods domein omdat ik ernaar haakte de geheimen van het heelal te leren kennen en Gods troon dicht te naderen.'

maandag 17 november 2008

Sprokkels

Zoek met uw hart de harten van uw naasten.
Vindt u het hart van uw naaste niet, weet dan, dat uw hart zijn gave tot herkennen heeft verloren; maar ontdekt u een verbitterd, gewond hart, legt dan uw hart naast het zijne, opdat het genezen zal, want wat kan u geschieden die een rijk, gelukkig en levend hart bezit?
Innerlijke rijkdom schenkt de kracht medelijden en medeleven te gevoelen voor de innerlijk armen, onverschillig wie zij zijn en hoe zij mogen spreken.
Laat ieder daarom zijn eigen rijkdom ontdekken en zo bevrijd worden van zijn angsten, zijn twijfels en bemerk hoe verlossend het is te kunnen vergeven en begrijpen: degenen die haten en vernietigen.
Henk Leene
illustratie: Kahlil Gibran

dinsdag 21 oktober 2008

Aarde - Kahlil Gibran


HOE PRACHTIG BEN JE, aarde, en hoe verheven!
Hoe volmaakt is je gehoorzaamheid aan het licht en
Hoe nobel is je overgave aan de zon!

Hoe liefelijk ben je, gehuld in schaduw, en hoe
Charmant is je gelaat, gemaskerd met duisternis!
Hoe rustgevend is het lied van de
Morgen en hoe
Wrang zijn de lofzangen van het avondrood!
Hoe volmaakt ben je, aarde, en hoe machtig!

Ik heb gewandeld over je vlakten en
Je stenen bergen
Beklommen; ik ben afgedaald in je valleien;
Ik ben je grotten binnengegaan.
In de vlakten vond ik je droom. Op de berg
Vond ik je trots. In de vallei was ik getuige van je
Rust. In de rotsen zag ik je vastberadenheid, in de
Grotten je geheimzinnigheid.

Lees HIER verder

maandag 18 augustus 2008

Sprokkels

Verdriet dat komt met liefde zingt, verdriet dat komt met kennis spreekt, verdriet dat komt met verlangen fluistert en verdriet dat komt met ar­moede treurt. Maar er is verdriet dieper dan liefde, edeler dan kennis, sterker dan verlangen en bitterder dan gebrek. Dat verdriet is stom en heeft geen stem, maar zijn ogen schitteren als sterren.

Ze zeggen: 'Als een slaaf in slaap gevallen is, moet je hem niet wakker maken.'
Ik zeg: 'Als een slaaf in slaap gevallen is, moet je hem wakker schudden en over de vrijheid vertellen.'

Kahlil Gibran.

illustratie: Kahlil Gibran - Artwork

maandag 28 juli 2008

Het oog

Op een keer zei het oog: 'over deze valleien heen zie ik een berg gehuld in blauwe nevel. Is hij niet prachtig?

Het oor luisterde; en na enige tijd aandachtig geluisterd te hebben, zei het: 'Maar waar is die berg dan toch? Ik hoor hem niet.'

Daarop sprak de hand en zei: 'Vergeefs poog ik hem te voelen of te tasten, ik kan geen berg vinden.'

En de neus zei: 'Er is geen berg, want ik kan hem niet ruiken.'

Daarop keek het oog een andere kant op, en zij begonnen samen te praten over de vreemde waan van het oog.

En zij zeiden: 'Er moet iets niet in orde zijn met het oog.'


Uit: De dwaas van Kahlil Gibran

vrijdag 23 mei 2008

Sprokkels

* De liefde geeft alleen zichzelf en put ook uit zichzelf alleen.De liefde neemt niet in bezit, en wil ook niet in bezit genomen worden; want de liefde is zichzelf genoeg.
* Als we elkaar allemaal onze zonden zouden opbiechten dan zouden we elkaar allemaal uitlachen om ons gebrek aan originaliteit.
* Eigenlijk praten we alleen tegen onszelf, maar soms praten wij luid genoeg zodat anderen ons kunnen horen.
* Wij lenen vaak van de toekomst om de schulden van het verleden te betalen.
* Hoe dieper verdriet in uw wezen kerft, hoe meer vreugde u kunt bevatten.

Kahlil Gibran

maandag 7 april 2008

Kahlil Gibran - over Volmaaktheid

Je vraagt me, mijn broeder, wanneer de mensheid volmaaktheid zal bereiken. Luister naar mijn antwoord.

De mensheid zal de weg naar volmaaktheid bewandelen wanneer zij voelt dat menselijkheid is:
een hemel zonder grenzen,
een oceaan zonder oevers,
een eeuwig brandende vlam,
een immer glanzend licht,
een wind die briest of kalm is,
een wolk die dondert, bliksemt en regent,
een rivier die zingt of raast,
een boom die in de lente bloeit
en zich in de herfst ontbladert
een berg die zich hoog verheft,
een vallei die zich verlaagt
en een akker die rijk is of onvruchtbaar.

Wanneer de mensheid al deze dingen gevoeld heeft, zal zij het punt halverwege haar weg naar volbereikt hebben.
Als zij, zich bewust van haar essentie, de weg naar volmaaktheid wil gaan, dan moet zij voelen dat menselijkheid is:
een kind dat rekent op zijn moeder,
een volwassen man die verantwoordelijk is voor wie hem toevertrouwd zijn,
een jongeling die heen en weer geslingerd wordt tussen begeerten en hartstochten,
een oude man wiens verleden en toekomst met elkaar vechten,
een monnik in zijn kluizenaarshut,
een misdadiger in zijn cel,
een geleerde te midden van zijn boeken en geschriften,
een dwaas tussen het duister van zijn nacht en het licht van zijn dag,
een non tussen de vrucht van haar geloof en de doornen van haar eenzaamheid,
een prostituee in de greep van haar zwakheden en de klauwen van haar behoefte,
de arme tussen zijn veren zijn onderdanigheid,
de rijke tussen zijn ambities en zijn dienstbaarheid,
en de dichter tussen de nevelen van zijn avonden en het stralende licht van zijn ochtendstond.

Als de mensheid in staat blijkt om al deze dingen te ervaren en te kennen, dan zal zij volmaaktheid bereiken en een gedaante worden onder de gedaanten van God.

donderdag 3 april 2008

Kahlil Gibran – Een traan en een lach.

LIED VAN GELUK

De mens en ik zijn gelieven. Hij hunkert naar mij en ik verlang naar hem. Wee ons, wij moeten onze liefde de­len met iemand die het ons moeilijk maakt. Wreed is zij en veeleisend. Materie is haar naam. Waar wij ook gaan, zij volgt ons op de voet als een bewaker om ons uiteen te drijven. Zij maakt mijn liefste rusteloos.
Ik zoek mijn liefste in het woud onder de bomen en bij de bosmeertjes, maar vindt hem niet, want Materie heeft hem meegetroond naar de grote stad, waar de menigte de boventoon voert en waar corruptie en el­lende heersen, gebaseerd op de onstabiliteit van klin­kende munt.
Ik roep hem met de stem der Kennis en het lied der Wijsheid. Hij luistert niet, want Materie heeft hem de kerker van de zelfzucht binnengelokt, waar gierigheid huist.
Ik zoek hem op het veld der Tevredenheid, maar ben alleen, want mijn rivale houdt hem vast in de grotten van hebzucht en begeerte en heeft hem gekluisterd in knellende ketens van goud.
Ik roep hem bij de dageraad, als de natuur glimlacht, maar hij hoort het niet, want overdaad heeft zijn half­verblinde ogen zwaar met slaap beladen.
Ik poog hem te bekoren in de avondstond, wanneer de Stilte soeverein is en de bloemen sluimeren. Maar hij antwoordt niet, want de angst voor wat de dag van morgen brengen zal, overschaduwt zijn gedachten.
Hij hunkert ernaar om mij te beminnen. Hij zoekt mij in zijn eigen daden, maar hij zal mij niet vinden dan in godvruchtige handelingen.
Hij zoekt mij in de gebouwen van zijn eigen roem, ge­bouwd op het gebeente van anderen. Hij fluistert me toe tussen bergen zilver en goud. Maar hij zal mij pas vinden, als hij naar het huis der Eenvoud komt, dat God gebouwd heeft aan de oever van de rivier der Ge­negenheid.
Hij wil mij kussen voor zijn geldkisten, maar nooit zullen zijn lippen de mijne beroeren dan in de volheid van de zuivere bries.
Hij vraagt mij zijn fabelachtige rijkdom met hem te delen, maar ik zal het geluk dat God schenkt niet ver­zaken, ik leg de mantel van mijn schoonheid niet af.
Hij zoekt bedrog als middel, ik zoek alleen zijn hart, dat hij kwetst in zijn nauwe cel. Ik wil zijn hart met liefde verrijken.
Mijn liefste heeft van mijn rivale, Materie, razen en tie­ren geleerd, ik wil hem leren tranen van tederheid en mededogen te storten, die opwellen uit het diepst van zijn ziel en in die tranen een zucht van tederheid te sla­ken.
De mens is mijn liefste, hem wil ik toebehoren.
Tekst & Illustratie - Kahlil Gibran

woensdag 26 maart 2008

- Kahlil Gibran -


Als je staat aan het begin van je kennen,
sta je aan het begin van je voelen.
Wie alleen kan zien wat het licht onthult
en alleen kan horen wat het geluid verkondigt,
ziet en hoort eigenlijk niets.

De werkelijkheid van iemand anders
is niet gelegen in het feit wat hij je onthult
maar in wat hij je niet kan onthullen.
Als je hem dus wilt begrijpen
luister dan niet naar wat hij zegt,
maar veel meer naar wat hij niet zegt.

Jij en ik blijven vreemden voor het leven,
voor elkaar en voor onszelf,
tot de dag waarop jij spreekt
en ik luister
omdat ik meen dat jouw stem
mijn eigen stem is
en ik, wanneer ik voor je sta,
meen dat ik mezelf zie staan
voor een spiegel.

- Kahlil Gibran -
illustratie: Kahlil Gibran

woensdag 5 maart 2008

Kahlil Gibran - over Liefde

Als de Liefde je toewenkt, volg haar dan,
Hoewel haar wegen moeilijk begaanbaar zijn en steil.
Als ze haar vleugels om je heen slaat, zwicht dan voor haar,
Hoewel je wellicht wordt gewond door het zwaard dat schuilgaat tussen haar slagpennen.
En als ze je toefluistert, schenk haar dan geloof,
Hoewel haar stem je dromen verbrijzelt, zoals de noordenwind door een tuin woedt en haar maakt tot een woestenij.

Want ofschoon de Liefde je kroont, kruisigt ze je ook.
Ofschoon ze dient voor je groei, zal ze je ook snoeien.
Ofschoon ze opstijgt om je hoogste, teerste takken te strelen, die bevend trillen in de zon,
Daalt ze ook af naar je wortels om ze los te schudden waar ze zich vastklampen aan de aarde.

Als een korenschoof gaart ze je bijeen.
Ze dorst je tot je naakt bent.
Ze want je tot je vrij bent van kaf.
Ze maalt je tot je blank bent.
Ze kneedt je tot je soepel bent.
En wijst je dan toe aan haar heilig vuur,
opdat je heilig brood wordt voor Gods heilig feestmaal.
Dit alles doet de liefde, opdat je de geheimen van je hart leert kennen
en zo een deel wordt van 's levens hart.

Maar als je in je angst alleen de vrede en de zoetheid der liefde zoekt,
Is het beter dat je je naaktheid bedekt, haar dorsvloer verlaat
En een wereld betreedt zonder seizoenen, waar je zult lachen maar niet je volle lach,
en wenen, maar niet al je tranen.

De Liefde geeft enkel zichzelf en put slechts uit haar eigen bron.
Zij weet niet van bezitten en wil evenmin in bezit genomen worden,
Want zij heeft genoeg aan zichzelf.

Als je liefhebt, zeg dan niet: 'God is in mijn hart'; zeg liever: 'Ik ben in het hart van God.'
En denk niet dat je de loop van de Liefde kunt bepalen,
want de Liefde bepaalt, zo zij je waardig acht, jouw loop.
De Liefde kent geen ander verlangen dan zichzelf te vervullen.

Maar als je liefhebt en toch verlangens koestert, laat dit dan je verlangens zijn:
Smelten en worden als een snelvlietende beek die haar melodie zingt voor de nacht;
De pijn kennen van te veel tederheid;
De liefde doorgronden, gewond worden
En vrijwillig en vreugdevol bloeden;
Bij het ochtendgloren ontwaken met een gevleugeld hart,

dankbaar voor weer een dag van liefhebben;
Rusten op het middaguur en de vervoering van de Liefde overpeinzen;
Tegen de avondstond huiswaarts keren vol dankbaarheid;
En dan slapen met een gebed voor de geliefde in je hart
en een lofzang op je lippen.