Posts tonen met het label Roes. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Roes. Alle posts tonen

woensdag 30 april 2008

J. Anker Larsen - 5. Roes

In dien tijd zag hij in zijn fantasie duidelijk hoe de nieuwe hemel en de nieuwe aarde opdoken en de duister­nis verlichtten. Nu zag hij het in de werkelijkheid, het gebeurde rondom hem, het bosch veranderde voor zijn oogen, zijn theorie, dat de mensch de werkelijkheid niet kent, werd levend leven: de boomen stonden op hun oude plaats en in hun oude gedaante, toch waren ze nieuw, alsof hij ze nooit te voren had gezien, hij zat onder een nieuwen hemel op een nieuw geschapen aarde en wist dat zoo de wereld er uit ziet voor hem die zonder schuld is.

Maar de medeschuldige, die liefde heeft, zal zich nooit lang schuldvrij voelen voordat al zijn broeders en zusters met hem den hemel en de aarde vrij van schuld kunnen beleven; want de menschheid is een een­heid met het middelpunt in ieder enkel ik, voor wien elk ander voorloopig nog slechts een jij is. Daarvandaan de verblinding en de strijd die duren zal, totdat we niet meer ontkennen of gelooven, maar door beleving weten, dat we eeuwige wezens zijn.
p 282

woensdag 23 april 2008

J. Anker Larsen - 5. Roes

Het werd haar duidelijk, dat het volkomen geluk maar een oogenblik leeft. Op hetzelfde oogenblik dat men het bereikt en zijn eigendomsmerk er op zet en zich veilig voelt, is er een worm in die er ongemerkt aan knaagt tot het uit elkaar valt. De liefde tusschen man en vrouw komt en verdwijnt, ze voert de heerschappij over men­schen, maar laat die weer varen, ze heeft geen eeuwigheid in zich. Dit is eigenlijk de grootste leugen die ooit is gezegd, maar wat geeft het, als alle menschen het als waarheid beschouwen.
P 130


Het is een schande dat het goede zoo vervelend is en het is leelijk, dat de verleiding zoo prettig is; maar het is heelemaal verkeerd als het prettige zoo mooi is, dat men gelooft dat het goed is. Dan valt men vroolijk, en men valt diep, als men met een goed geweten valt. Het is niet gemakkelijk om weer op te staan, als men niet weet dat men ter neer ligt.
P 135

zaterdag 19 april 2008

J. Anker Larsen - 5. Roes

De deugd is een goed iets, zoolang men haar niet aan­trekt als een kostbaar kleed en zich dan in een spiegel bekijkt. Doet men dat, dan staat de duivel oogenblik­kelijk achter je en maakt het in den rug los en plotseling en onverwacht ligt het kostbare gewaad op den grond; een naakte vrouw staat niet stevig op haar beenen, zijn er geen andere verleiders in de buurt, dan is haar eigen mooie lichaam verleiding genoeg. Er is niet altijd reden voor trots, mijne heeren verleiders, in verscheidene be­dwelmende gevallen was de gevallen vrouw gevallen voor haar eigen schoonheid, voordat gij er bij kwaamt als een noodzakelijk kwaad.
P 102

Er is niets in de wereld zoo goed als om goed te zijn, maar het is nog beter om met je tweeën goed te zijn; het best is het, dat merkt men in de praktijk, als men aan die goedheid toe kan voegen het zoete duizelige gevoel van langs een afgrond te loopen, waar de kleinste mis­stap het goede slecht kan maken. Zelfs het feit, dat men voorzichtig zijn voeten neerzet, voegt een duizelende goed­heid toe aan het goede duizelige gevoel.
P 108

J. Anker Larsen - 5. Roes

Zichzelf, dat is men toch altijd, dat weet men toch; maar hoe meer men het weet, des te minder is men het, dat merkt men - later. Zoo is het onverschillig, of men te lang in een spiegel heeft staan kijken, of dat men zich gespiegeld heeft in de bewondering van andere menschen; later komt het nadenken er over en dan voelt men zich beschaamd, dat weet men, zelfs al zou men het liever niet willen weten. Dan is er geen andere uitkomst, dan zichzelf te ontloopen en alleen maar te zijn, totdat men ontdekt, dat men nu werkelijk zichzelf is; geen spoor van spanning, integendeel, het allergewoonste dat op aarde gevonden wordt; maar dat doet er ook niet toe.
P 20

Alles in het dagelijksch leven van den mensch is Of wonder Of banaliteit, dat hangt af van het gemoed, dat ontvangt.
P 51

Daarna kwamen de struiken van aalbes en zwarte bes, hij liep tusschen hen rond, hij was in hun groen bestaan, veel in den tuin was nog zwart en grijs; maar het leven gebeurt in ons, we wachten en laten het gebeuren.
Toen kwam het leven der boomen te voorschijn in bladeren, en hij nam Louise mee in den tuin, ze was zoo blij om een appelboom, dat ze den stam moest aaien, hij voelde eenzelfde liefde voor den boom als voor haar; die kleine, liefkoozende hand die de hare was, verbond hem er mee, er straalde iets naar den boom uit van hen allebei, en hij was er van overtuigd, dat het op den boom inwerkte als het schijnen van de Zon. Het was zeker, dat de boom rijker bloesem zou zetten en sappiger vruchten zou dragen door deze warmtetoestrooming van het menschelijk gemoed.
P 55