Posts tonen met het label Tachtigers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tachtigers. Alle posts tonen

dinsdag 25 mei 2010

COR CORDIUM

I.
Ziel van mijn Ziel ! Leven, dat in mij woont,
Veelnamige Mysterie, die ik noem
mijn Ik, mijn Zelf, mijn Wezen, - die u toont
altijd een andre, en uwen eigen doem
spreekt op u zelve en dit mijn lichaam maakt
het werktuig uwer woorden, 't instrument,
dat gij bespeelt en maakt aan de aard bekend
uw melodieën, dat aanstónds ontwaakt
dit mensdom heinde en veer: - u roep ik aan;
opdat gij spreke en van mijn lippen drijv'
lente van zang, die over de aard zal gaan,
en 'k thans niet mijn maar uwe woorden schrijv'.


Albert Verwey

zondag 31 mei 2009

COR CORDIUM

Ziel van mijn Ziel! Leven, dat in mij woont,
Veelnamige Mysterie, die ik noem
Mijn Ik, mijn Zelf, mijn Wezen, - die u toont
Altijd een andre, en uwen eigen doem
Spreekt op u zelve en dit mijn lichaam maakt
Het werktuig uwer woorden, 't instrument,
Dat gij bespeelt en maakt aan de aard bekend
Uw melodieën, dat aanstónds ontwaakt
Dit mensdom heinde en ver: - u roep ik aan;
Opdat gij spreke en van mijn lippen drijv'
Lente van zang, die over de aard zal gaan,
En 'k thans niet mijn maar uwe woorden schrijv'.

ALBERT VERWEY

schilderij: Munch - The awakening man

zaterdag 14 maart 2009

Kristal en fontein

Het is zo weinig wat ik heb:
dit éne leven, dit kristal
waaruit ik straal en vormen schep
van 't wijd heelal.

Dit éne leven, maar het is
een knooppunt in het wereldweb,
van waaruit alles anders is
dan 't anderen was of wezen zal.

Ik ben wel altijd dit kristal
waarin de wereld spiegelt,
en in me is altijd vloed en val
van golf die wendt en wiegelt;
maar o, nog eenmaal de fontein
die springt en straalt en stort te zijn!

Albert Verwey.

woensdag 26 maart 2008

Frederik van Eeden - Het Roode Lampje, signifische gepeinzen.

"Et in unam sanctam catholicam et apostolicam, ecclesiam". Credo!

Ik geloof daaraan stellig, ik kan het met vastheid en goed geweten uitspreken. Ik geloof in een heilige, katholische en apostolische kerk. Is hier geen misver­stand mogelijk? Natuurlijk wel, zooals overal en altijd, waar taal te pas komt. Ik heb een vrij stellig en duidelijk denkbeeld van hetgeen ik bedoel. Maar niet zoo zeker weet ik, wat de menschen bedoelen, die met mij spreken over de heilige Moederkerk.

Als we het woord kerk signifisch beschouwen dan vinden we allereerst de kerk als het gebouw. Dat is het duidelijkst voor alle mensen, daarover is misverstand het minst mogelijk. Maar het gebouw is maar symbolisch. Ieder die zijn gedachten onderzoekt, zal vinden, dat "kerk" als gebouw, voortdurend verward wordt door een veel hoger, maar ook veel vager begrip, n.l. kerk als mensengroepering, als vereniging van een aantal leden. Maar dan zijn wij er nog niet. Want als ik het wel heb, is volgens de katho­lieke leer de kerk nog heel iets anders en iets meer, dan het geheel harer leden. Het is, als ik een poging tot expressie mag wagen - het ontoereikende van alle expressie bedenkend - het is de zinnelijk onwaarneem­bare eenheid, waarvan de gelovige menschen de zinnelijk zichtbare delen zijn.

Als dit goed is uitgedrukt, dan komt dit geheel overeen met mijn eigen denkbeeld omtrent de Kerk, waarover ik mijn "Credo" uitsprak. Ik geloof in de gelovige mens, in de samenhang van alle gelovigen tot een éénheid, en een onzinnelijk weezen, dat alle gelovigen omvat. Dat is dus, in de signifische ontwarring van het woord "kerk" de derde hoofdbetekenis. Men heeft:
1ste . Het gebouw.
2de . Het geheel harer leden.
3de . De mystieke, direct niet waarneembare Eenheid, Ecclesia.

De kerk, waaraan ik geloof, wordt aangeduid door de derde beteekenis. Maar daarbij is volstrekt niet alle misverstand uitgesloten. De woorden "apostolisch" en "katholiek" maken de moeilijkheid niet.
Ik versta het woord "apostolisch" als "overeenkomend met de leer van Jezus' aposte­len en voortzettend hun arbeid".
"Katholiek" begrijp ik als "voor iedere mens geldig". Dit alles komt overeen met de beteekenis, die het woord "kerk" voor mij heeft.

Maar een grooter bezwaar is dit, dat ik niet zeker ben, of de thans bestaande zinnelijke kenbare, hiërarchische organisatie, die zich de Rooms Katholieke Kerk noemt, identiek is met de Heilige Kerk, de Sancta Ecclesia, die uitmaakt de niet zinnelijk bespeurbare eenheid van alle waarlijk gelovigen in Jezus Leer. Met andere woorden: ik kan niet toegeven, dat alle leden van de Rooms Katholieke kerk behoren tot die heilige Ecclesia, noch dat alle menschen, die de Ecclesia omvat, behoren tot de Rooms Katholieke organisatie. Er zijn, naar mijn weten en waarnemen, zeer veel katholieken, die niet tot de Heilige Kerk behoren, en veel leden der Heilige Kerk, die niet Rooms-katholiek zijn.

Dat de zinnelijk zichtbare mensengroep, die de Rooms Katholieke kerk heet, zoo uitgebreid, zoo prachtig en zoo sterk is, met haar eeuwenoude organi­satie, haar ritueel en liturgie, haar schoone gebeden en gezangen, haar kunstwerken, haar heerlijke gebouwen, haar muziek - en haar Zaligen en Heiligen . . . . dat alles is indrukwekkend en groots. Ja, men kan zeggen, dat geen mensengroepering haar in macht en schoonheid nabij komt.

Maar die grootte en pracht bewijst niet, dat zij de waarheid omsluit en bevat, de gehele waarheid en niets dan de waarheid. Dit moeten zij bedenken, die de Roomse moederkerk verheerlijken en haar pracht en grootte prijzen. Was niet het Romeinse Imperium prachtig en groots, met zijn zuilenrijke steden, met de heerlijke wonderstad Rome als midden, met zijn bouwkunst en beeldhouwkunst, zijn wereldomspannend net van recht en wet - en wat was daarin het groepje ongeschoolde vissers? Maar die hadden de waarheid. - Het reusachtige Romeinse Rijk ging te gronde, maar het groepje apostelen veroverde de wereld.
Dus moet de pracht der Roomsche Kerk ons niet ver­blinden, en haar grootte en macht zijn geen bewijzen voor haar bezit der volle waarheid. Ook de schoonheid van haar gewijde muziek en kerkelijke kunst bewijst dat niet. Niet-kerkelijke muziek is ook schoon, en juist de scheiding van kerkelijke en niet-kerkelijke kunst is voor mij bevreemdend en niet in overeenstemming met mijn denkbeeld van de Kerk.

De Kerk, waaraan ik geloof kent die scheiding niet. Die omvat alle menselijk schoon. Ze kent ook niet de scheiding tusschen geestelijk en wereldlijk gezag. Haar hoofd is tegelijk Paus en Keizer. Ze heft het staatsbegrip op en vervangt het. Zij is de rechte Gemeenschap aan wier beheer alle wereldse goederen door God worden toevertrouwd en in leen gegeven. Zij is de moeder-hen en beschouwt alle menschelijke individuen als haar kie­kens, waarvoor ze zorg en bescherming heeft. Zij past toe het zuivere socialisme, door het ordenen van alle sociale werkzaamheid. Zij verwerkelijkt het zuivere communisme, door het gestreng beheer van alle stoffelijke goederen, zoodat geen mensch kan hongeren, noch kan zwelgen.
Zij vervult de idealen van wie zich anarchist noemen, en vervangt geleidelijk alle gewelddadig gezag en al wat als dwang wordt gevoeld, door liefderijke opvoeding.


(door mij omgezet in moderne Nederlandse spelling) illustratie: Kahlil Gibran

dinsdag 25 maart 2008

Kent iemand ...

Kent iemand dat gevoel: 't is geen verdriet,
'T is geen geluk, geen menging van die beiden;
'T hangt over je, om je, als wolken over heiden,
Stil, hoog, licht, ernstig; ze bewegen niet.
Je voelt je kind en oud; je denken ziet
Door alles, wat scheen je van God te scheiden.
'T is, of een punt tot cirkel gaat verwijden;
'T is, of een cirkel punt wordt en verschiet.

Je denkt: Nooit was het anders; tot mijn Wezen
Ben 'k al zo lang van sterflijkheid genezen.
Je weet: Niets kan mij deren; ik ben Hij.

Tot zekerheid je twijfel opgeheven,
Zo hang je als eeuwig boven je eigen leven:
Je bent de wolken en je bent de hei.

Johan Andreas Dèr Mouw (1863-1919)
Illustratie: Hermann Hesse

dinsdag 11 maart 2008

Pauls Ontwaken - Frederik van Eeden

Verhoor mij nu, mijn kind! Geef uwen vader kracht
Verlicht zijn ziel bij dag, versterk zijn geest bij nacht!
dat hij voortaan zijn werk, in ’t leeven dat hem rest,
voltooye vast en zuiver tot ons aller best.

Nu gij hier niet meer zijt, maar leeft in ander Licht,
Zoo zend mij dan somwijlen nog een licht bericht,
Ontstijg mij niet te ras in ál te lichte sfeeren,
de Vader kan de hand des Zoons nog niet ontbeeren.

Geurlooze, witte bloemen zullen voor u bloeyen
en handen liefdevol wegneemen wat verflenst
en in de heesters die wij op uw graf doen groeyen
zullen de vogels nest’len, als ge ’t hebt gewenscht.

“Slaap in! nu komt de rust!” zoo sprak mijn bang verstand
toen hij de Roep des Eeuw’gen wachtte aan ’s Leevens rand.
Maar hij sloot de oogen niet – hij oopende ze wijd
en hield zijn laatste kracht voor oovergang bereid

de machtelooze vingren vouwend in gebed
totdat zijn blijde ziel verlost was en gered.
Zoo werd door hem mijn ijdel woord te schand gemaakt:
Hij is niet ingeslapen – maar in ’t Licht ontwaakt.

O milde maning van zijn Engel-zachten lach,
toen hij de tranen op zijn doodsbed vallen zag:
“Denk dat wie ál te droevig om mijn heengaan schreit
de vreede zou verstooren van mijn zaligheid.”

Beklaag mij om mijn tranen niet, geheiligd kind!
Gij weet dat in dien vloed mijn hart zijn vreede vindt,
die alle bitterheid versmelt en al wat schrijnt
verzacht als in uw ziel bij uw zachtmoedig eind.

Hoe zijt gij mij voorbij-gestreefd met koene vaart,
gij die mijn teeder smartekind op aarde waart!
Gij hebt op mij vertrouwd, den Wil zou ik u geeven
En zie! nu baant gij mij den weg tot beeter leven.

Het licht was blank en koel, drie plechtig stille dagen,
tot ik het leedig lijf mee hielp ten grave dragen.
Het woud stond roerloos en de groote waereld scheen
vervuld van heilig Licht en met mijn voelen één.

O rechte zwarte weg! o zon-bescheenen heide!
waar onze stille stoet zijn lijk naar ’t graf geleidde.
Daar voelden wij zijn bijzijn in de lichte Sfeer,
Zijn Liefde kwam tot ons, de onze ging tot hem weer.

De Spooksels van den nacht die waren nu verzwonden,
de weg tot aan het hart des Eeuw’gen was gevonden,
De Zaal’gen hebben hem met liefde en troost begroet,
zooals een moeder dat haar jong-geboorne doet.

De Dood, waarvoor elk mensch met goede reeden huivert,
is als een vlammend vuur dat alle zielen zuivert,
dat snel verteert al wat verblinding is en waan
en tast alleen het schoone en werklijke niet aan.

Zoolang de Godheid Mensch, de Christus nog moet lijden
moet ieder sterflijk mensch zijn heil uit leed bereiden
en elk rampspoedig hart, als ’t maar in Liefde zwicht,
heft zich door Wijs Geloof uit Chaos tot in ’t Licht.


Uit: Paul’s Ontwaken - Frederik van Eeden - Amsterdam 1916 W. Versluys

vrijdag 29 februari 2008

Frederik van Eeden



Iemand die hier beslist niet mag ontbreken is Frederik van Eeden, de auteur waarmee ik al sinds mijn prilste jeugd een ziels- en geestesverwantschap voel.
De romans, gedichten, toneelstukken, studies, dagboeken ... die hij schreef gedurende zijn leven (1860-1932) staan vrijwel allemaal op mijn boekenplank.
Ik zal er dan ook heel graag uit citeren.