Posts tonen met het label Het Groene Gezicht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Het Groene Gezicht. Alle posts tonen

zondag 19 juli 2009

Gustav Meyrink - Het Groene Gezicht

‘Slechts de onderrichtingen die de eigen geest ons zendt, komen te rechter tijd, en voor hen zij wij rijp. Voor de openbaringen van anderen moet u doof en blind worden. Het pad naar het eeuwige leven is smal als het scherp van een mes; u kunt anderen niet helpen als u hen ziet wankelen en u mag ook geen hulp van hen verwachten. Wie naar anderen kijkt, verliest zijn evenwicht en stort neer.
Hier bestaat niet, zoals in de wereld, een gemeenschappelijk voortschrijden, en hoe volstrekt noodzakelijk een gids ook is: hij moet uit het rijk des geestes tot u komen. Alleen in aardse aangelegenheden kan een mens u tot gids dienen en kan zijn handelwijze een richtsnoer zijn om hem te beoordelen. Alles wat niet uit de geest komt, is dode aarde en wij moeten tot geen andere god bidden dan tot die, die zich in onze ziel open­baart.'

dinsdag 13 januari 2009

Gustav Meyrink - Het Groene Gezicht

De mensen die hun lot overgegeven hebben aan hun inwonende geest, staan onder een geestelijke wet. Zij zijn mondig verklaard, en vrijgekomen van de bevoogding door de aarde, waarover zij eens zullen heersen. Wat hun in het uiterlijk leven nog overkomt, heeft alleen nog betekenis in innerlijk stuwende zin: alles wat er met hen gebeurt, gebeurt zó, dat het nooit beter zou kúnnen gebeuren.

Gustav Meyrink

vrijdag 2 januari 2009

Gustav Meyrink - Het Groene Gezicht

Als u in ernst wilt dat uw lot galoppeert, ik waarschuw u ertegen, doch raad het u tegelijkertijd aan, want het is het enige wat de mens moet doen en tevens het zwaarste offer dat hij kan brengen - moet u de innerlijkste kern van uw wezen, zonder welke u een lijk zou zijn - en zelfs dat nog niet eens - aanroepen en haar bevelen u langs de kortste weg naar het grote doel te leiden - het enige dat het nastreven waard is, hoe weinig u dat nu ook beseft - meedogenloos, zonder rust, door ziekte, lijden, dood en slaap heen, door eer, rijkdom en vreugde heen, steeds maar door alles heen, als een op hol geslagen paard dat een wagen voort sleurt over akkers en stenen, langs bloemen en bloeiend geboomte. Dat noem ik God aanroepen.

dinsdag 2 december 2008

Gustav Meyrink - Het Groene Gezicht

Tussen hysterie en hysterie is een groot verschil. Slechts die hysterie die hand in hand gaat met extase en geestverwarring is op één lijn te stellen met ziekte en voert bergafwaarts. De andere soort echter is geestontwarring, het tot klaarheid komen. Het is de weg bergopwaarts, die boven het weten door het denken uitgaat en die de mens tot het Weten leidt, het Weten door eerstehands schouwen. In de schrift heet dit doel het 'Innerlijke Woord', en zoals de hedendaagse mens denkt, doordat hij, zonder zich daarvan bewust te zijn, woorden in zijn brein fluistert, zo spreekt in de geestelijk wedergeboren mens een andere, geheimzinnige taal, een taal met nieuwe woorden, waarin geen sprake meer is van vermoedens, noch van dwalingen. Dan is het denken een nieuw denken geworden. Dan is het magie en niet alleen maar een armzalig communicatiemiddel. Dan is het een openbaar worden van de Waarheid, in wier licht de dwaling verdwijnt, omdat de toverringen van de gedachten dan in elkaar grijpen en niet meer naast elkaar liggen.

dinsdag 11 november 2008

Het Groene Gezicht - Gustav Meyrink

Loopt er door ieder mensenleven zo'n rode draad van merkwaardige toevalligheden? Of ben ik de enige die dergelijke dingen meemaakt? Grijpen de ringen van de gebeurtenissen wellicht pas dan in elkaar om een keten te vormen als men hun samenhang niet verstoort door het maken van plannen die men dom najaagt, als gevolg waarvan men het lot uiteen doet vallen in fragmenten, die anders een onafgebroken, wonderbaarlijk geweven lint zouden hebben gevormd?

zaterdag 4 oktober 2008

Gustav Meyrink - Het Groene Gezicht

Op de weg naar het ontwaken zal de eerste vijand die je de voet dwars zet, je eigen lichaam zijn. Tot het eerste hanengekraai zal het met je vechten. Maar als je de dageraad van het eeuwig wakker-zijn aanschouwt, die je losrukt van de slaapwandelaars - zij die denken dat ze mensen zijn en niet weten dat ze slapende goden zijn - dan verdwijnt voor jou ook de slaap des lichaams en dan is het heelal aan je onderworpen. Dan kun je, als je dat wilt, wonderen doen, en dan behoef je niet meer als een kermende slaaf deemoedig af te wachten of het een wrede afgod zal behagen je iets te schenken, of je het hoofd af zal slaan. Weliswaar zal dan het geluk van de trouwe, kwispelstaartende hond - een meester boven zich te weten, die hij dienen mag - dát geluk zal uiteenspatten als een zeepbel. Laat je niet afschrikken door de angst dat je misschien in dit leven het doel niet kunt bereiken. Wie eenmaal onze weg betreden heeft, komt steeds weer op aarde terug met een innerlijke rijpheid die het hem mogelijk maakt zijn arbeid voort te zetten.
Gustav Meyrink - Tekening: Leonardo da Vinci, Old men

zondag 24 augustus 2008

Citaten uit het werk van Gustav Meyrink

In zekere zin hebben zij die lachen als iemand zegt de mensheid te willen veranderen, volkomen gelijk. Zij zien alleen over het hoofd dat het absoluut voldoende is als een enkeling tot in het diepst van zijn wezen verandert. Zijn werk kan dan nooit meer vergaan - om het even of het aan de wereld bekend wordt of niet. Zo een heeft in het bestaande een gat gescheurd dat nooit meer dicht kan groeien, ongeacht of de anderen het meteen merken of over een miljoen jaar. Wat eenmaal ontstaan is, kan slechts schijnbaar verdwijnen.

Het groene gezicht

dinsdag 24 juni 2008

Gustav Meyrink - Het Groene Gezicht

Of het verlangen van uw ziel in vervulling gaat?
Neem het vastberaden ter hand
en vervang het wensen door het willen.

Gustav Meyrink

donderdag 12 juni 2008

Gustav Meyrink - Het Groene Gezicht (1)

Natuurlijk is het paradijs geen plaats maar een toestand. Het leven op aarde is immers ook niets anders dan een toestand. Het vraagstuk van het paradijs is een tweesnijdend zwaard. Men kan er velen onherstelbaar mee kwetsen als je zegt dat er daarboven alleen maar beelden zijn.
Beelden? Hoe bedoelt u dat?
Ik zal het u met een voorbeeld verduidelijken. Mijn vrouw - u weet dat ze jaren geleden gestorven is - hield ontzaglijk veel van mij - en ik van haar. Nu is zij aan 'gene zijde' en droomt dat ik bij haar ben. Dat ik niet werkelijk bij haar ben, maar alleen mijn 'beeld', weet zij niet. Als ze het wist, zou het paradijs een hel voor haar zijn. Iedere stervende die overgaat vindt aan gene zijde de beelden van hen naar wie hij verlangt heeft en hij gelooft in hun realiteit. Ook de beelden van de dingen waaraan hij zijn hart verpand heeft.

woensdag 4 juni 2008

Gustav Meyrink - Het Groene Gezicht (1)

De sleutel tot de heerschappij over de innerlijke natuur is verroest, al sinds de zondvloed.
Deze sleutel is: wakker zijn. Wakker zijn is alles.
De mens is nergens zo vast van overtuigd als van het feit dat hij wakker is, maar in werkelijkheid is hij gevangen in een web dat hij zelf gesponnen heeft uit slaap en droom. Hoe ondoordringbaarder dit web, hoe machtiger de slaap hem overheerst.

Wakker zijn is alles! Wees wakker bij alles wat je doet! Geloof niet dat je al wakker bent. Nee, je slaapt en droomt.
Ga stevig op je benen staan, verzamel al je krachten en dwing jezelf één ogenblik tot het door je hele lichaam heen tintelende gevoel: NU ben ik wakker! Als het je lukt dat te ervaren, dan besef je ook terstond dat, in vergelijking daarmee, de toestand waarin je je zoeven nog bevond, er slechts een was van verdoving en slaapdronkenheid.
Dat is de eerste, aarzelende schrede op de lange, lange weg die van knechtschap tot almacht voert.
Ga op deze wijze voorwaarts van ontwaken tot ontwaken. Er bestaat geen enkele kwellende gedachte die je daarmee niet zou kunnen uitbannen.
De gedachte blijft achter en kan niet meer in je oprijzen; je strekt je boven haar uit, zoals de kruin van een boom uitgroeit boven de dorre takken.Smart valt van je af als het dorre loof, als je eenmaal zover bent dat dit wakker-zijn ook bezit neemt van je lichaam.

zaterdag 3 mei 2008

Gustav Meyrink – Het Groene Gezicht. (1)

In zekere zin hebben zij die lachen als iemand zegt de mensheid te willen veranderen, volkomen gelijk.
Zij zien alleen over het hoofd dat het absoluut voldoende is als een enkeling tot in het diepst van zijn wezen verandert.
Zijn werk kan dan nooit meer vergaan - om het even of het aan de wereld bekend wordt of niet. Zo een heeft in het bestaande een gat gescheurd dat nooit meer dicht kan groeien, ongeacht of de anderen het meteen merken of over een miljoen jaar.
Wat eenmaal ontstaan is, kan slechts schijnbaar verdwijnen.


Zou het kunnen beheersen van je gedachten, dat wil zeggen: de geheimste wortels van hun ontstaan blootleggen, niet hetzelfde zijn als toveren?
Ja natuurlijk! Wat anders?
Juist daarom plaats ik het denken een trede hoger dan het leven.
Het leidt ons naar een verre top, van waaruit wij niet alleen alles zullen overzien, maar ook alles wat wij willen, zullen kunnen volbrengen.
Voorlopig toveren wij mensen nog met machines, maar ik geloof dat het uur nabij is waarop althans een enkeling het louter met zijn wil tot stand zal kunnen brengen.
Waardevol is niet de uitvinding, maar het kunnen uitvinden.
Niet een schilderij is waardevol, slechts het kunnen schilderen.
Het schilderij kan vergaan, het kunnen schilderen kan niet verloren gaan, ook niet als de schilder sterft.
Het blijft bestaan als een uit de hemel afkomstige kracht, die misschien gedurende lange tijd kan sluimeren, maar steeds weer ontwaakt wanneer het geschikte genie geboren wordt, waardoor ze zich kan openbaren.

donderdag 17 april 2008

Gustav Meyrink – Het Groene Gezicht. (1)

- Maar als dan het lot komt, meester, en ik word zwak en zou willen omkeren?
- Omkeren op de geestelijke weg kan alleen hij - nee, niet eens omkeren, alleen blijven staan, omkijken en tot zoutpilaar worden - alleen hij die geen gelofte heeft afgelegd.
Een gelofte in geestelijke aangelegenheden is als een bevel en God is in dit geval de dienaar van de mens om het uit te voeren.
Daarom waarschuw ik u: beloof niet te veel!

---

Hoe dikwijls heb ik niet anderen willen helpen door het hun uit te leggen.
Zij hoorden mij aan, knikten, geloofden mij, maar het ging het ene oor in en het andere oor weer uit.
Wellicht is de waarheid te eenvoudig om haar direct te kunnen bevatten. Of moet de boom eerst ten hemel rijzen voordat het inzicht komen kan?
Ik ben bang dat het verschil tussen de ene mens en de andere dikwijls groter is dan het verschil tussen een mens en een steen. Met fijne speurzin erachter zien te komen wat de boom doet groeien en wat hem voor verdorren behoedt, dát is het doel van ons leven. Al het overige is: mest scheppen zonder te weten waartoe.

Maar hoevelen zullen er zijn die begrijpen wat ik bedoel?

zondag 13 april 2008

Gustav Meyrink – Het Groene Gezicht. (1)

‘Alles wat niet uit de Geest komt, is dode aarde en wij moeten tot geen andere God bidden dan tot die God die zich in onze eigen ziel openbaart.'
'Maar als er zich geen God in mij openbaart?' Vroeg Eva.
'Dan moet u in een stil uur Hem aanroepen, met de inzet van al het heimwee dat in u is.'
'En gelooft u dat Hij dan zal komen?'
'Hij zal komen. Maar - schrik niet - eerst als wreker van uw vroegere daden, als de angstwekkende god van het Oude Testament, die gezegd heeft: 'Oog om oog, tand om tand'. Hij zal zich openbaren in plotselinge veranderingen van uw uiterlijke leven. Eerst moet u alles verliezen, zelfs....... zelfs God als u Hem voortdurend opnieuw wilt vinden. Pas als uw voorstelling van Hem gereinigd is van gestalte en vorm en van ieder begrip omtrent buiten en binnen, schepper en schepsel, geest en stof, zult u Hem......’
‘Zien?’
‘Nee, nimmer. Maar met Zijn ogen zult u uzelf zien. Dan bent u vrij van de aarde, want uw leven is dan in het zijne ingegaan en uw bewustzijn is niet meer afhankelijk van het lichaam, dat als een onwezenlijke schaduw het graf tegemoet gaat.’

donderdag 6 maart 2008

Citaten


De sleutel, die ons tot meesters zal maken over de innerlijke na­tuur roest sedert de zondvloed. Hij heet: waken. Waken is alles. De mens is er vast van overtuigd, dat hij waakt, maar in werke­lijkheid is hij gevangen in een net van slapen en dromen, dat hij zelf geknoopt heeft. Hoe dichter het net hoe machtiger heerst de slaap. Zij die in zijn mazen hangen zijn slapers die door het leven gaan als kuddedieren, die naar het slachthuis worden gedreven, onverschillig en gedachteloos.
Het Groene Gezicht - Gustav Meyrink


- Gij -
Ik beroemde mij onder mensen dat ik u gekend had.
Zij zien uw afbeelding in al mijn werken.
Zij komen en vragen mij: "Wie is hij?"
Ik weet niet hoe ik hen moet antwoorden.
Ik zeg: "Waarlijk! Ik kan het niet zeggen!"
Dan doen ze mij verwijten en gaan met minachting heen.

En Gij zit hier en glimlacht.

Mijn verhalen van U geef ik in duurzame liederen.
Het geheim ontglipt mijn hart.
Zij komen en vragen: "Zeg ons wat dat allen betekent!"
... Ik weet hun niet te antwoorden.
Ik zeg: "Ach wie weet wat het betekent!"
Zij lachen en gaan heen met grote minachting.

En Gij zit hier en glimlacht.
Tagore


dinsdag 4 maart 2008

Gustav Meyrink – Het Groene Gezicht. (1)


Het is de dubbelzinnigheid van de taal die ons scheidt.

Als ik openlijk iets zou schrijven over innerlijke groei, dan zouden zij daaronder verstaan: verstandiger worden, of beter worden, zoals zij onder filosofie een theorie verstaan en niet een werkelijk navolgen.

Zich houden aan de geboden alleen, zelfs op een eerlijkste manier, is niet voldoende om innerlijke groei te ontwikkelen, want het is slechts de uiterlijke vorm.

Dikwijls is het overtreden van de geboden een betere leerschool!

Maar wij houden ons aan de geboden als we ze zouden moeten overtreden en wij overtreden ze als we er ons aan zouden moeten houden.

Omdat een heilige alleen maar goede daden verricht, wanen de mensen dat zij door goede daden heilig kunnen worden.

Zo lopen zij langs het pad van een vals godsgeloof de afgrond in en geloven dat zij tot de rechtvaardigen behoren.

Door valse deemoed worden ze verblind, zodat ze als de tijd komt, ontzet achteruit deinzen, als kinderen voor hun eigen spiegelbeeld, en bang zijn dat zij waanzinnig geworden zijn als zijn gelaat hen aanziet.

Gustav Meyrink – Het Groene Gezicht