‘Slechts de onderrichtingen die de eigen geest ons zendt, komen te rechter tijd, en voor hen zij wij rijp. Voor de openbaringen van anderen moet u doof en blind worden. Het pad naar het eeuwige leven is smal als het scherp van een mes; u kunt anderen niet helpen als u hen ziet wankelen en u mag ook geen hulp van hen verwachten. Wie naar anderen kijkt, verliest zijn evenwicht en stort neer.Hier bestaat niet, zoals in de wereld, een gemeenschappelijk voortschrijden, en hoe volstrekt noodzakelijk een gids ook is: hij moet uit het rijk des geestes tot u komen. Alleen in aardse aangelegenheden kan een mens u tot gids dienen en kan zijn handelwijze een richtsnoer zijn om hem te beoordelen. Alles wat niet uit de geest komt, is dode aarde en wij moeten tot geen andere god bidden dan tot die, die zich in onze ziel openbaart.'



Loopt er door ieder mensenleven zo'n rode draad van merkwaardige toevalligheden? Of ben ik de enige die dergelijke dingen meemaakt? Grijpen de ringen van de gebeurtenissen wellicht pas dan in elkaar om een keten te vormen als men hun samenhang niet verstoort door het maken van plannen die men dom najaagt, als gevolg waarvan men het lot uiteen doet vallen in fragmenten, die anders een onafgebroken, wonderbaarlijk geweven lint zouden hebben gevormd?








