Posts tonen met het label leven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label leven. Alle posts tonen

vrijdag 26 november 2010

Wie ik was...

Als ik ooit verleden ben
en iemand vragen zal
wie ik was en wat ik deed,
hoop ik dat men zeggen zal:
hij was een mens
die zijn doel zocht,
wie hij was - daar en toen,
op dat moment.

Hij zocht een melodie
en vond wat noten.
Hij zocht naar een verhaal,
speelde met een handvol woorden.
Soms werd het aarde-donker,
dan weer helder-licht.
Toch ging hij verder
omdat hij wist ooit thuis te komen
waar alles nieuw is en in evenwicht.

Zo poogde hij de weg te vinden,
een stap in d’ eeuwigheid
naar ‘t alomvattend weten
En in zijn dromen vond hij
voleinding en begin.

Rob Embrecht

Levensschip

Soms zeilt een schip oostwaarts,
het and're naar west,
met denzelfden wind, die ze drijft;
't Is de stand van het zeil,
die gevaar brengt of heil,
niet de wind, die haar banen beschrijft.

Als de winden op zee zijn de kansen van 't Lot
voor ons levensschip hier benêen;
't Is de houding der ziel,
die doet keeren de kiel,
niet de kalmte of ruwheid der zeeën.


Ella Wheeler Wilcox

donderdag 25 maart 2010

Citaten

Als ik sterf, zou ik willen zo sterven, dat niets mij hier nog vasthoudt, dat ik reeds geheel geworden ben wat ik ben: oneindig, eeuwig, wezen der dingen, waarheid, zodat er voor mij geen verschil zal te merken zijn tussen de efemere verschijning mens, die ik formeel was, en de onbeperkte werkelijkheid die zich door deze efemere mens even heeft uitgedrukt.
Het is deze onbe­perkte werkelijkheid, dit absolute dat mij, ik hoop het, volledig zal leeggemaakt heb­ben van het egoïstisch ik en zijn onbelang­rijke begoochelingen, zodat ik sereen en objectief, technisch correct, als eeuwige, tijdloze golf kan verder gaan in de eeuwige, tijdloze zee, in de integraal weergevon­den totaliteit van het mogelijke.


Erik van Ruysbeek
(Uit: Van fysica tot metafysica)

Schilderij Johfra

maandag 3 maart 2008

Het leven van een bloem



Vanuit een bladkring schuchter als een kind,
waagt zij het amper om zich heen te speuren,
weet zij zich door een golf van licht omringd,
vat niet hoe dag en zomer blauwer kleuren.

Wind, vlinders en het licht lokken aan;
glimlachend voor het eerst toont zij het leven
haar bange hart en leert zich overgeven
aan drommen dromen van een kort bestaan.

Nu lacht zij honderduit, haar kleuren gloeien,
goud zwelt het stuifmeel in de helmknop al,
zij leert hoe zwoele middagzon kan schroeien,
moe neigt zij naar het loof bij avondval.

Haar kelk gelijkt een rijpe vrouwenmond
die trilt wanneer ze aan de tijd gaat denken,
die lacht hoewel reeds op de achtergrond
verzadiging en bitter einde wenken.

Verschrompeld nu, gerafeld en verschoten
gaan blaadjes moe over de zaadrok hangen
en worden huiveringwekkend vaal,
het grote Mysterie houdt de stervende omvangen.


Hermann Hesse