Posts tonen met het label Veronika's drievoudige licht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Veronika's drievoudige licht. Alle posts tonen

vrijdag 21 maart 2008

Manfred Kyber - Veronika's drievoudige licht

Je hebt je hemelse ogen nog wel, kleine Veronika en daarmee kun je scherp zien wat er boven de aarde is, maar om in de diepte te kijken moet je weer andere ogen krijgen, en dat neemt tijd en het is een pijnlijk proces. Maar kruip nu maar mijn boom in, want dat kun je heus heel gemakke­lijk doen. De schemering is immers voor jou nog niet gevallen, kleine Veronika. Je hoeft niet bang te zijn. Je aardse lichaam is inderdaad niets meer dan een kleding­stuk, daaronder zit weer een kledingstuk van fijnere stof en daarbinnen zit je eigenlijk zelf. Je grove aardse kledingstuk kan je gerust even achterlaten en in je fijnere kleed, lijk je op mij en op alle elfen en nimfen in het water en in de lucht en het vuur. Je moet je alleen even van jezelf losrukken, ongeveer net zoals wat er gebeurt als je inslaapt. Het is bijna hetzelfde en het gaat helemaal zonder moeite."
Plotseling rukte Veronika zich los van zichzelf en opeens was zij zo licht als een veertje waar de wind mee speelt en zo doorschijnend dat ze door zichzelf heen kon kijken. Haar aardse lichaam zat naast haar en ze vond dat het er loom en suf uitzag. Een moment later was zij midden in de boom en de elf nam haar bij de hand en liet haar alle wonderen zien die er hier waren.
Wat was er veel te zien! Veel meer dan in het landhuis van de kever. Veronika viel van de ene verbazing in de andere. Zij zag de sappen van de boom stromen in duizend fijne aderen. Ze stegen op van de wortels van de boom tot hoog in de bladerenkroon en tot ver in de takken en het loof, dat door de wind voortdurend zachtjes bewogen werd. Degene die toekeek had het gevoel dat hij met de sappen mee omhoog steeg en weer neer daalde als in een levende schommel.
"Ik kan het, nu ik midden in de boom ben, allemaal veel beter begrijpen dan vroeger, toen ik alleen maar met mijn ogen naar binnen keek," zei Veronika, "het lijkt me trouwens dat ik helemaal meer kan begrijpen nu ik mijn aardse lichaam achter gelaten heb. Je wordt door zo'n lichaam traag van begrip, geloof ik, in ieder geval ben je dan veel zwaarder. Ik heb nu zo'n heerlijk gevoel van licht te zijn."
"Ja," antwoordde de elf, "jullie worden door je aardse lichaam inderdaad nogal traag van begrip. Het zijn ook ongemakkelijke kledingstukken. Ik zou me er helemaal niet in kunnen bewegen. Het ergste is dat jullie mensen er steeds minder van gaan begrijpen naarmate je aardse lichaam ouder wordt en je er meer mee vergroeit. Zo lijkt mij dat tenminste te zijn als ik naar de verhalen van mensen luister. Zelf heb ik dat natuurlijk nooit meege­maakt."
"Komen wij dan op aarde om steeds dommer te wor­den?", vroeg Veronika, "dat zou toch vreemd zijn, vind je niet?"
"Nee," zei de elf, "jullie worden alleen dom omdat het donker wordt om je heen en dan moeten jullie het licht zoeken om alles weer beter te leren begrijpen. Als je dan in het duister het licht gevonden hebt is het begrip van het leven heel veel beter geworden. God heeft juist aan de mensen de taak gegeven het licht te zoeken.

Manfred Kyber - Veronika's drievoudige licht

Kijk naar het licht en het leven kleine Veronika, voordat je hemelse ogen insluimeren. Dan kun je er later aan denken, als de schemering gevallen is en het donker wordt om je heen. Want donker wordt het om iedereen, zodat men zich van de pijnlijkheid van dit duister bewust wordt en vervolgens zich zelf in het donker zal terugvin­den, zich zelf en God. Het is een lange weg, kleine Veronika. Toch moeten wij hem allen gaan, hoe zwaar het ons ook valt.
De schop en het emmertje, dat met een vrolijke rode haas was beschilderd, lagen werkeloos bij een omgespit bloem­bed, waarin kleine Veronika allerlei wonderlijke dingen wilde planten. Maar nu zat zij stil voor zich uit te staren. Haar ogen waren immers hemelse ogen en de tuin die weliswaar heel gewoon was, was een geesten tuin. Wat je daar niet allemaal kon zien en horen!
"Wil je mijn landhuis niet eens komen bekijken, Veroni­ka?" vroeg een grote kever, die voor haar zat en een uitnodigend gebaar maakte met zijn voelspriet.
"Kijk eens hoe wit onze bloemen zijn," zeiden de geesten van de veldlelies, "zo wit en rein als het hemelse kleed dat je eens hebt gedragen."
"Heb je gezien hoe handig mijn kinderen zich al op kunnen rollen?" vroeg de egelmoeder, die met haar
kroost behaaglijk in een holte van de met mos begroeide muur vertoefde.
"Moet je ook eens zien hoe prachtig rood onze bloemen zijn," zeiden de geesten der rozen, "even diep rood van kleur als de graalkelk waarnaar jij eens je armen hebt uitgestrekt. Nu denk je daar niet meer aan, kleine Veronika, maar als de schemering gevallen is, zul je er weer aan denken."
"Vind je niet dat mijn kleintjes al reuze goed kunnen vliegen?" vroeg de merel met haar gele snavel uitdagend naar voren gestoken, "kijk eens hoe handig ze op de rand van het nest kunnen landen! En ze hebben er niet eens lang op geoefend, nee dat kun je echt niet zeggen. Heb je ooit zulke handige jonge vogeltjes gezien?"
De bladeren van de koolstronken ruisten en de vlinders dartelden tussen de struiken en planten.
"Jij bent net als wij, kleine Veronika, je bent een rups, maar eens word je een vlinder. Als de schemering valt zul je, net als wij, je inpoppen."

dinsdag 18 maart 2008

Manfred Kyber - Veronika's drievoudig licht

Veronika's drievoudig licht

Veronika is een klein meisje dat nog in contact staat met de "andere wereld". Zij groeit op bij haar moeder en tante Marietje, met Moetsepoes, de kat, en Pruik, de hond. In het tuinhuisje woont haar oom, Johannes de Zwerver. In de eerste jaren van haar leven is zij zich vooral bewust van de tuin der geesten: de grote tuin achter het huis waar zij praat met de vogels, de egels, de kevers en andere dieren en waar zij verschillende natuurgeesten ontmoet. Achter in de tuin is een onzichtbare zilveren brug die beschermd wordt door een engel.
Als zij opgroeit raakt zij het vermogen om de tuin der geesten te zien kwijt, en wordt het een gewone tuin. Zij leeft dan meer in het huis der schimmen, waar vele drempels en treden zijn, en waar zij bevriend raakt met Meester Mutsje. Zij ontmoet de grijze vrouw, die ze later een drempel over zal helpen, en sluit vriendschap met Piet, die de werkelijkheid niet begrijpt, maar wel een diep geloof bezit. Volgens oom Johannes, die veel inzicht heeft in de andere wereld, is Piet in een vorig leven een grote wijze geweest.
Door een aantal gebeurtenissen begint Veronika steeds meer te begrijpen van de betekenis van het leven. De joodse handelaar Aron Mendel weet eindelijk zijn zware last af te leggen, tijdens een zware ziekte leert Veronika een vorig leven in Florence kennen dat doorwerkt in het huidige, de kerk van Halmar wordt weer licht, en een grote brand in kasteel Irreloh markeert het einde van de dramatische invloed van Florence.
Johannes de Zwerver neemt uiteindelijk de last van Veronika op zich en zij gaat over de zilveren brug naar de andere wereld. Een nieuwe tijd breekt aan: middernacht is voorbij en het is morgen geworden.
(Nederlandse vertaling 1e druk: 1979; 6e druk: 1992)


Citaat:
Er was eens een tuin der Geesten, en daarin zat de kleine Veronika in het zand te spelen. Maar Veronica zag hem met heel andere dan gewone ogen, met de innerlijke ogen die zij uit de hemel had meegebracht.
Voor zulke ogen is iedere tuin steeds een Geestentuin, en de hele wereld één zee van leven en licht.
Wij allen hebben de aarde eenmaal zo gezien, met de innerlijke ogen, toen wij nog jonge kinderen waren.
Maar toen kwam de grote schemering voor ons, onze hemelse ogen sloten zich, en zo komt het dat wij alles vergeten zijn.
Maar ik wil u daaraan herinneren; ik heb het mijzelf uit schemering en duisternis weer te binnen gebracht.