Posts tonen met het label evangelie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label evangelie. Alle posts tonen

dinsdag 23 december 2014

Spirituele Kerst, 23 december 2014

Deel twee van zestien

Hoofdstuk 2 van het Aquarius Evangelie : De geboorte van Johannes
 
Zacharias en Elizabeth woonden in de heuvels van Juda, in de buurt van Hebron. Zij waren vroom en rechtvaardig en lazen iedere dag in de wet, de profeten en de psalmen, waarin gesproken werd van één die zou komen, én die sterk was om te verlossen; en ze verbeidden de koning. Nu was Zacharias priester en op zijn beurt leidde hij de tempeldienst in Jeruzalem.

Zo geschiedde het dat Zacharias toen hij voor God stond en de wierook op de heilige plaats brandde, dat Gabriël voor hem verscheen. En Zacharias was bevreesd: hij dacht dat een of ander groot ongeluk over de joden zou komen.

Maar Gabriël zei: ‘O, man Gods, vrees niet! Ik breng u en de gehele wereld een boodschap van welbehagen en vrede op aarde. Luister: de vredevorst, de koning die gij verwacht, zal spoedig komen. Uw vrouw zal u een zoon baren over wie de profeet schreef: “Zie, ik zend Elia weer tot u voor de komst van de Heer, en hij zal de heuvels slechten en de dalen vullen en de paden recht maken voor hem die verlossen zal. Vanaf de aanvang van de eeuw heeft uw zoon de naam van Johannes gedragen – God is genadig – zijn naam is Johannes”.

Hij zal geëerd worden voor Gods aangezicht; hij zal geen wijn drinken en vanaf zijn geboorte zal hij vervuld worden met de heilige adem’. En Gabriël stond voor Elizabeth toen ze zich in haar woning in stilte teruggetrokken had en deelde haar alles mee wat hij tot Zacharias in Jeruzalem gezegd had. Toen hij zijn dienstbeurt vervuld had, ging de priester naar huis en hij en Elizabeth verheugden zich.

Vijf maanden gingen voorbij en toen kwam Gabriël tot Maria in haar woning in Nazareth, en zei: ‘Heil u, Maria, heil. Eenmaal gezegend in de naam van God, tweemaal gezegend in de naam van de heilige adem, driemaal gezegend in de naam van de Christus ; want gij zijt waardig bevonden en zult een zoon baren die Immanuël genoemd zal worden. Zijn naam is Jezus, want hij zal zijn volk van hun zonden verlossen’.

Toen Jozef zijn dagtaak verricht had en thuis kwam, vertelde Maria hem alles wat Gabriël tot haar gezegd had, en zij verheugden zich, want zij geloofden dat hij, de man Gods, woorden van waarheid gesproken had.

En Maria ging haastig naar Elizabeth en vertelde haar over de beloften van Gabriël ; en zij verheugden zich samen.  En Maria bleef 90 dagen in het huis van Zacharias en Elizabeth; daarna keerden zij weer terug naar Nazareth.

Bij Zacharias en Elizabeth werd een zoon geboren en Zacharias zei: ‘Boven alles is de naam van God gezegend, want hij heeft de bron van zegeningen voor zijn volk Israël geopend. Zijn geloften zijn waar gemaakt, want hij heeft de woorden die de profeten in oude tijden gesproken hebben, tot werkelijkheid gemaakt’.

En Zacharias keek neer op de zuigeling Johannes en zei: ‘Gij zult de profeet van de alleen-heilige genoemd worden, en gij zult uitgaan voor zijn aangezicht en zult zijn weg voorbereiden. En gij zult aan Israël de boodschap van de redding brengen en gij zult het evangelie van berouw en de uitwisseling van de zonden, prediken.

Let op, want spoedig zal de morgenster uit de Hoge ons bezoeken om voor hen, die in duisternis van de schaduwen van de dood zitten, de weg te verlichten en hij zal onze voeten op de weg van de vrede richten’.

 Met dank aan Pentagram Boekwinkel

maandag 22 december 2014




 Dag één van zestien
Met dank aan boekwinkel Pentagram

Hoofdstuk 1 van het Aquarius Evangelie : De geboorte van Maria

 

Ceasar Augustus regeerde en Herodes Antipas was stadhouder van Jeruzalem. Het land van Palestina omvatte drie provincies: Judea, Samaria en Gallilea. Joachim was een joodse schriftgeleerde, een rijk man; hij woonde in Nazareth van Gallilea, en Anna, uit de stam van Juda, was zijn vrouw. Hun werd een kind geboren, een gezond meisje, en zij waren blij; en zij noemden het kind: Maria.

Joachim gaf ter ere van het kind een feest, maar hij nodigde niet de rijken, de aanzienlijken en de hooggeplaatsten uit.  Hij riep de armen, de kreupelen, de verlamden, de blinden, en schonk hen allen kledij, voedsel of andere benodigdheden. Hij zei : ‘God heeft mij deze overvloed gegeven, ik ben slechts rentmeester bij zijn Genade en wanneer ik niet aan zijn kinderen in nood gééf, dan zal hij deze weelde tot een vloek voor mij maken’.

Toen het kind drie jaar oud was, namen haar ouders haar mee naar Jeruzalem en zij werd in de tempel door de priesters gezegend. De hogepriester was een profeet en een ziener.  Toen hij het kind zag, zei hij : ‘Ziet, dit kind zal de moeder worden van een geëerde profeet en een meester van de wet; zij moet binnen deze heilige tempel van God blijven’.

En Maria bleef in de tempel van God; en Hillel, opperste van het Sanhedrin, onderwees haar alle voorschriften van de joodse wet en zij ging geheel op in de wet van God. Toen Maria de volwassen leeftijd bereikte, werd ze uitgehuwelijkt aan Jozef, zoon van Jacob, een timmerman van Nazareth. En Jozef was een oprecht mens en een toegewijd lid van de Essenen.

zondag 30 januari 2011

EEN KLEIN THOMASEVANGELIE - 53

106

Hoe kan ik één zijn
hoe kan ik het weten?
Of ook mijn oog in zichzelf verzinkt,
of ook mijn adem ademloos blijft slinken,
hoe ik ook handel, klevend aan de daad,
hoe ik ook wereld word, mezelf vergetend,
ik ben het steeds die van dit alles weet.
Hoe kan ik mij vernielen zonder te vergaan?

Grote meesters over de wereld
grotere meester diep in mij
ik meen: ik hoor hun stem
die vaderlijk mij vult:

Vriend, aan de vruchten
kent men de boom.

dinsdag 7 december 2010

EEN KLEIN THOMASEVANGELIE - 52

104
In de kamer van het huwelijk
op het onuitsprekelijke bed van eenheid
als niets meer daar is dan wat is
hoe zou ik nog bidden en vasten!

Maar werd ik in tweeën geworpen
weer verscheurd in de buitenste duisternis
dan kon ik vasten en bidden.

105
Wie zijn ongrondelijke Vader en Moeder kent
nooit is hij de zoon van een hoer
al was een hoer ook zijn moeder.

zondag 3 oktober 2010

EEN KLEIN THOMASEVANGELIE - 51

102
Steeds is in ons de wereldling
steeds heerst in ons de duistere aarde:
het ik, de zelfzucht en de nijd.
De rechter, in hun greep, is rechtloos,
eeuwigheid, in hun macht, wordt tijd.

103
De ik-zucht is overal
krioelend in ons.
Dieper moeten wij dalen
tot in de seizoenen van de Moeder
tot in de naaktheid van de Vader
en drinken de melk van de oorsprong
de kracht die ons toekomt.
Dan kunnen
de zeven poorten wij openlaten
dan is
besmetting machteloos.

zondag 11 juli 2010

Van Jordaan tot Golgotha

Een aangrijpende initiële ervaring, die ons door de gunst van het lot ten deel valt, betekent als zodanig nog niet het begin van de innerlijke weg. Deze betreden wij eerst dan werkelijk, wanneer wij bewust en uit eigen vrije wil de eerste schrede doen.
Het kan gemakkelijk tot noodlottige illusies leiden wanneer wij geloven dat grote, aangrijpende ervaringen ons ontslaan van de moeite om zelf bewust de stap op de innerlijke weg te zetten en aan ons zelf te werken.
Dergelijke ervaringen betekenen voor ons een verplichting. Het zijn vragen van de Godheid, waarop wij moeten antwoorden door eigen, innerlijke activiteit en offervaardigheid.


Emil Bock – Van de Jordaan tot Golgotha

Van Jordaan tot Golgotha

In tijden waarin de interesses van de mensen door de overweldigende kracht van het lot gericht worden op de wereld buiten hen, moet de sfeer van het innerlijke leven eerst recht bewust en standvastig worden behoed en onderhouden.
En wel daarom, omdat de zekerheid waarmee wij in het leven staan en de wederwaardigheden van ons lot tegemoet treden, niet kan worden verkregen uit datgene wat wij in deze buitenwereld ervaren en van haar ontvangen.
Deze zekerheid kan alleen uit ons innerlijk voortkomen.
Wie zeker is van een innerlijke weg en hem met vaste tred bewandelt, wordt niet van zijn stuk gebracht wanneer uiterlijke lotsomstandigheden plotseling een onverwachte wending nemen, wanneer harde noodzaak ons dwingt dierbare levensgewoonten op te geven en ons te schikken in geheel nieuwe, vreemde levenssituaties.


Emil Bock – Van de Jordaan tot Golgotha

woensdag 9 juni 2010

EEN KLEIN THOMAS - EVANGELIE - 50

100
Wat de keizer toekomt behore de keizer.
Wat Yahweh toekomt, het kere tot Yahweh.
Maar wat de Ongrond toekomt,
geeft dat aan de Ongrond.


101
Aardse moeders, treurt niet
dat gij van uw lieve kinderen
niet gans de moeder zijt.
Al zijt gij schakels onvervangbaar,
een diepere Moeder heeft ook u verwekt
die ook ons aller moeder is,
oorsprong van het leven en het licht
dat ons uit alle eeuwigheid
bezielt.

maandag 31 mei 2010

EEN KLEIN THOMAS - EVANGELIE - 49

98
Als de aarde de hemel raakt
als water en vuur verbroederen
als het oog zichzelf kan zien
en het oor zichzelf kan horen
als het centrum de omtrek is
en het vierkant de cirkel
als verleden de toekomst is
en een korrel de wereld
dan komen de bergen tot mij
en verslind ik de aarde.

Als dan de vijand komt
splijt ik zijn harnas
met het zwaard van het Niet-Zijn.

99
Alle moeders zijn mijn moeder
alle broeders mijn broeder
zij vloeien uit de Vader,
onwetend zelfs
volbrengen zij zijn wil.
Zonder hen was hij niet.

Erik van Ruysbeek

vrijdag 28 mei 2010

Hij is ....

Hij is onbegrensbaar, omdat er niemand vóór Hem kwam die
Hem grenzen oplegde.
Hij is ondoorgrondelijk, omdat er niemand vóór Hem kwam om Hem te onderzoeken.
Hij is onmetelijk, omdat er niemand vóór Hem kwam om Hem te meten. Hij is onzichtbaar, omdat niemand Hem heeft gezien.
Hij is voor altijd, omdat Hij eeuwig bestaat.
Hij is onbeschrijfelijk, omdat niemand Hem heeft kunnen bevatten of over Hem heeft kunnen spreken.
Aan Hem kan geen naam gegeven worden, omdat er niemand vóór Hem kwam om Hem een naam te geven.


Hij is het onmetelijke licht, dat zuiver, heilig en rein is.
Hij is onuitsprekelijk, volmaakt integer.
Hij is niet voleindigd of zalig of goddelijk, maar is ver daarboven verheven.


Geheim boek van Johannes 7, 8

vrijdag 5 februari 2010

Thomas Evangelie

Aanzitten aan de dis des Heren betekent vaarwel zeggen aan zijn deugden maar vooral ook aan zijn ondeugden en alles wat deze met zich medebrengen. Er is geen omzien aan de feestdis, er worden geen tranen gestort, er is niets te betreuren. Men zit niet met een bloedend hart aan het gastmaal. Er is nl. geen grotere vreugde dan aan die maaltijd te mogen deelnemen ook al gaan er ogenblikken aan vooraf dat men overvallen worden kan door het verdriet der verbrijzeling.
Het verdriet houdt geen stand. Ook niet het verdriet om de medemensen die de uitnodiging afwijzen en zich laten excuseren. Het helpt niet daarover tranen te storten en te blijven zeggen dat de wereld zo verstokt is en de mensen zo onwetend zijn of dat de angsten hen belemmeren, angsten voor hun bezit en hun verdienen, angsten voor hun medemensen.
Eén ding helpt op onzichtbare wijze ieder ander:
neem de uitnodiging aan en ontdek dat er niets zegenrijker, heerlijker en genezender is dan de kracht en de blijdschap, de rijkdom en de wijsheid, de macht en de heerlijkheid van deel te krijgen aan de bron van het water des levens. Immers, hier worden alle tranen uitgewist.
Het kan niet anders zijn of de uitnodiging geldt voor alle mensen, zonder enige uitzondering.
Wie neemt haar aan?

UIT: Barend van der Meer - Commentaar op het Thomas Evangelie

Thomas Evangelie

Verlaat de wereld der tweeheid in u zelf voor één enkele keer. Eén moment en het is geschied voor altijd. Eén keer ja tegen de gastheer en u hebt hem zijn woord gegeven voor eeuwig. Want het bewegende leven, het zich niet hechtende, het uit zich zelf zijnde liefhebben is het voor altijd liefhebben, een liefde boven tijd en ruimte, een altijd daarin willen vergaan en opgenomen worden.
Eén keer van de goddelijke dis eten, is er steeds weer naar terug gaan keren door de innerlijke woestijn, door alle twijfel, alle weerzin, alle tegenwerking. Ik kom heer, mijn gastheer, ik kom. Ik heb uw uitnodiging al zo lang gehoord. Ik kom zeker en laat mijn denken achter mij en mijn zelfingenomenheid, en mijn bezitsgevoel en mijn aanspraken op de dingen van deze wereld. Alle aanspraken laat ik varen door u te willen, de levende, de ene, de alomvattende, de oorzaak en oorsprong van al het zijnde. Voor u laat ik de verwarring varen, en mijn moede hoofd en mijn verslagen hart.

UIT: Barend van der Meer - Commentaar op het Thomas Evangelie

woensdag 3 februari 2010

EEN KLEIN THOMAS - EVANGELIE - 48

97a
Schouwen is schouwen van niets
is leegte die leegte schouwt
en wie alles schouwend heeft doorgrond
heeft ook het schouwen verleerd.

Onuitsprekelijk Rijk:
als de discipel leeg is
zal hij vol licht zijn.
Wie oren heeft, hore!

97b
Weest waakzaam
op de lange weg
zodat gij uw tijd niet verliest
opdat uw volheid verzegeld blijve
en eens, onherroepelijk,
uw innerlijk Zijn niet wegvloeie
en uw leven.

zaterdag 23 januari 2010

EEN KLEIN THOMAS - EVANGELIE - 47

95
Geeft niet opdat men u zou geven
gij die reeds alles zijt
maar geeft
omdat geen geven echt bestaat.

96
Het brood uit moeders handen
vult nu de ruimte van mijn handen
vult nu de ruimte van mijn huis
geschapen en uit gist herschapen
is heel de schepping in mij thuis.

O goddelijk weten
groei in mij dan en zet uit
en vind ik weer de grote Moeder
laat mij van haar doordringen
en laat mij dóórdringen zo diep in haar
tot waar zij maagdelijk in mijn oorsprong leeft.
Eeuwige vrouw
van dáár stamt onze eenheid.

vrijdag 21 augustus 2009

EEN KLEIN THOMAS - EVANGELIE - 46

93
Maar weest voorzichtig als de wezels
slechts wie rijp is gaat voor de diepte open
slechts wie weet kan haar doorgronden.
Werpt nog geen parels voor de geslotenen
want op de mesthoop zouden zij
de parels gooien.
Zoekt de reinen
want voor de reinen
is alles rein.

94
Maar wie zoekt zal vinden
en wie klopt zal opengedaan worden
want de eenheid is van allen
en de eenheid is voor allen.

Maar kloppen zal men eerst
open voor het opene.

zaterdag 8 augustus 2009

EEN KLEIN THOMAS - EVANGELIE - 45


91
Hemel en aarde doorzoekt gij
en stuit op muren ondoordringbaar
uw twee ogen beletten u te zien.
Opent uw derde oog en zoekt niet meer
alles is dáár en komt tot u
tijdloos uzelf
geheel en onbeschrijflijk.

92
Als gij uzelf zult kennen
zult gij uw diepte kennen.
Als gij uw diepte kent
zult gij uw afgrond kennen.
Maar geleidelijk zult gij dit kennen.
Zoekt en peilt dus
zonder af te laten.

zaterdag 25 juli 2009

EEN KLEIN THOMAS - EVANGELIE - 44

89
Buiten is er om binnen
lichaam is er om leegte
het niets doet het iets verschijnen
in duisternis schijnt het licht

Eénzelfde ding zijn zij,
ongrond beschermt ze beide.

90
Mijn juk, het kent geen zonde,
geen straf en geen beschuldiging.
Slechts een vergissing wil het u verkonden
en van het juiste licht vermenigvuldiging.

zondag 5 juli 2009

EEN KLEIN THOMAS - EVANGELIE - 43

87
Als een lichaam slechts van een lichaam houdt heeft de geest niets om van te houden.
Maar een lichaam is méér dan een lichaam.
Zo houdt de man in de vrouw van de ongrond,
zo houdt de vrouw in de man van de ongrond,
eens dat de ongrond
beiden heeft
ingehaald.

88
Weten is geen geschenk
dat wordt uitgedeeld.
Weten is reeds weten
uit dezelfde
ongrondelijke bron
die wij allen zijn
en dat door gedeelde liefde
zich verdiept.

Zo geven wij wat de andere reeds heeft.
zo krijgen wij wat wij reeds hebben.

zaterdag 27 juni 2009

EEN KLEIN THOMAS - EVANGELIE - 42

85
Aleer dan Adam zijt gij, geliefden van mijn Vader.
Alles werd hem gegeven
maar hij liefde zichzelf het meest,
werd twee en stierf

86
Hij die van de ongrond is
hij die van het leven is
hij die van het licht is
hij heeft het licht, het leven, de ongrond,
maar geen dak om te schuilen
geen nest om zich te warmen:
de wereld stoot hem uit.

Geliefden van de Vader, weet:
neemt dit in vreugde erbij.

maandag 15 juni 2009

EEN KLEIN THOMAS - EVANGELIE - 41

83
Eerst zien we schijnsels
verre beelden van de waarheid
vormen en kleuren verbergen ons de grond
maar in hen is verborgen
het licht van wat werkelijk is.
Langzaam ontsluierd
wordt het beeld het beeld van het licht
en dit licht wordt het licht van de Vader.
Uit de laatste zichtbare sluiers
verschijnt het licht zelf van het licht
het verschrikkelijk hart der vibratie
en verblindend verdrijft het de beelden.
Uit een onpeilbare zon
peilt ons de afgrond.

84
Onze diepere vormen bevroedend,
transparante beelden naar onze waarheid,
verheugen zich innig reeds
onze geheime zinnen.
Maar dringt door de schemer der vormen
door het waas der vermoedens
onaangekondigd het afgrondelijk visioen,
zonder plaats, zonder naam, zonder vorm,
waarin wij alles herkennen,
dan weten wij, blind geslagen,
in één ontploffend weten,
het oerbeeld dat wij zijn
het wonder dat wij met de afgrond delen.