Juist zo is het met de vreugde in het eeuwige nu. Ik heb in het begin van dit verhaal gezegd, dat ik een goede eetlust had in alle vreugden des levens, en ik heb nog geen klagen, noch over de eetlust, noch over de spijsvertering, maar indien ik alle eten ter wereld in een schaal had, en alle wijn ter wereld in een glas, alle tabak in een sigaar en alle vrouwen ter wereld in een rok, en de eer aller koningen in een pronkerige ridderorde - met de belofte dit alles voortdurend te bezitten, als ik de mogelijkheid wilde opgeven tot het opnieuw beleven van die ontmoetingen met het eeuwige nu en de lichtglans, die zij over het leven werpen: ik zou hartelijk lachen en de gehele zaak op de mesthoop gooien. Mocht ik iets vergeten hebben, dat begeerd kan worden, dan werp ik dit ongezien mee.Dankbaar geluk omdat de dingen bestaan, niet voor het esthetische genot dat zij opwekken, niet voor het nut, dat zij kunnen doen, maar omdat zij bestaan - tezamen met ons; dat is het kenteken, dat men de werkelijkheid zelf ziet. Wanneer wij vergeten, dat de dingen die van ons zijn, ons toebehoren, wanneer de vreugde over het feit, dat zij van ons zijn, verdrinkt in de vreugde over het feit dat zij er zijn, dan zijn de eeuwigheidslongen begonnen te ademen. Dan wordt in de mens een onopzettelijke tederheid geboren, die van zijn wezen uitstroomt zonder aanzien des persoons. Dat is de eeuwigheidszon, die schijnt over rechtvaardigen en onrechtvaardigen
J. Anker Larsen
Illustratie: Birgit Geesing-Madsen
