Posts tonen met het label Huub Oosterhuis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Huub Oosterhuis. Alle posts tonen

donderdag 5 februari 2009

GEGAAN

Gegaan nog eer ik wist waarheen.
Geen weg lag aan mijn voeten.
Het waaien van de wind alleen.
En niemand die mij groette.

Het land rees hoog. De zee was wijd
en diep - ik daalde af in haar,
ik liep haar branding in en uit,
het duurde, duurde zeven jaar.

Ik vlocht een boot van pijnboomhout
en voer de golven over
tot waar op rotsen stond gebouwd
een stad van licht en lover.

Daar was het dat ik mensen zag
en velerhande leven;
waar woorden waakten nacht en dag.
Ik woonde vijfmaal zeven.

Te gaan nog wetend niet waarheen.
Geen weg ligt voor mijn voeten.
Het waaien van de wind alleen ­
en ogen die mij groeten.

Huub Oosterhuis

zaterdag 1 november 2008

DELF MIJN GEZICHT OP

Licht ben je. Jij doorgraaft me
tot de bodem

waar jij komt
wordt afgrond zichtbaar

waar je gaat valt nacht
wordt alles niets.

Dan tuurt een mens zich gek
en ziet geen moer

maar jij komt terug met kracht
en wij bestaan weer.

Delf mijn gezicht op, maak mij mooi.
Wie mij ontmaskert zal mij vinden.
Ik heb gezichten, meer dan twee,
ogen die tasten in den blinde,
harten aan angst voor angst ten prooi.
Delf mijn gezicht op, maak mij mooi.

Delf mijn gezicht op, maak mij mooi.
Wie wordt ontmaskerd wordt gevonden
en zal zichzelf opnieuw verstaan
en leven bloot en onomwonden,
aan niets en niemand meer ten prooi.
Delf mijn gezicht op, maak mij mooi.

Huub Oosterhuis