Posts tonen met het label het Goede. Alle posts tonen
Posts tonen met het label het Goede. Alle posts tonen

woensdag 12 maart 2008

J. Anker Larsen - 2. Martha en Maria - Citaten

Marthe was veel alleen en zag er nadenkend uit. Als timmerman Hansen haar nu gezien had, zou hij zich bezorgd gemaakt hebben, want het was duidelijk, dat zijn kleine, bekrompen Marthe diep nadacht. Zij liep te peinzen over het goede - niet zoozeer het goede, dat wij zoo in het algemeen voor elkaar doen kunnen en dat wij best weten. Neen, maar dat eigenaardige goede, dat zich niet opdringt, maar soms stil naast ons staat en geen bepaalde bedoeling heeft, voor ­zoover wij zien kunnen, maar dat toch, op het oogenblik, dat wij het voelen, het heele leven waard is.

Soms, wanneer zij voelde, dat het zoo "stil en goed vlak naast haar stond" gebeurde het, dat zij "in den put viel" en lang beneden bleef. Wanneer zij weer boven kwam, was zij er onwrikbaar van overtuigd, dat wij ter wille van dit stille goede hier op de wereld zijn.
Maar het was immers totaal mis met de heele aarde. Zij verzonnen en deden maar en namen zooveel ruimte in, dat er niet de minste plaats overbleef voor het goede.

Voor zoover zij zien kon, was het zelfs bezig uitgeroeid te worden uit de wereld, evenals bijvoorbeeld de Indianen uit Amerika. Want als zij zag, wie er vooruit kwamen op de wereld en hoe zij vooruit kwamen, dan was het warempel noch door het goede, noch voor het goede. En de jeugd, die toch de toekomst was, dacht niet in het allerminst aan wat goed was, maar aan wat leuk was - en verder aan "op hun recht te staan," en zij haastten zich om nog wat meer recht te krijgen om op te staan.

Ja, er konden bepaald tijden zijn, dat zij dacht: als een mensch het eens wagen zou om zich voor te nemen om niet anders dan goed te willen zijn - dan zou het leven hem er wel gauw voor straffen. Maar dan schoot het haar te binnen, dat het absoluut dringend noodzakelijk was, dat iemand dat toch op zich nam - wat het ook kosten mocht.

Als zij hierover nadacht, placht er een koppige uitdrukking op haar gezicht te komen. Zij zag er uit, alsof zij bezig was haar dienst op te zeggen aan een meesteres, waar zij niet bij dienen wilde. .
Op zekeren dag schoot het haar plotseling uit den mond, moedig en sterk keek zij uit haar heldere oogen: "Ik durf best! Ik durf best goed te zijn!'
Het lijkt zoo niets. Maar voor Marthe was het een levens­kwestie, die beslist werd. Er gebeurde geen verandering met haar, zij was zichzelf alleen helder bewust. Het was haar te moede, alsof zij een verlaten kind geadopteerd had, dat al te voren bij haar in huis was geweest - maar tot nu toe zonder verantwoordelijkheid. Nu had zij het stille, belangeloos goede aangenomen en zou er de verantwoordelijkheid wel voor weten te dragen. Marthe had een besluit genomen - en dan konden ze haar voor de rest beide handen en voeten en zelfs het hoofd afhakken, maar haar er toe krijgen om te verzaken, dat konden ze niet.