Het scheen me alsof mijn ziel zonder begeleiding van mijn lichaam dacht, ze zag het lichaam zelve aan als een wezen, dat haar vreemd was, zoo als men een kleedingsstuk bekijkt.
Ze stelde zich met buitengewone levendigheid de tijden en de gebeurtenissen voor, die geweest waren en had daardoor een voorgevoel van wat zou volgen.
Al deze tijden zijn voorbijgegaan en wat volgt, zal ook voorbij gaan; het lichaam zal als een kleedingsstuk stukscheuren, maar Ik, het welbekende Ik, Ik ben.
Johann Wolfgang von Goethe









