"Gij hebt Mij over de aard van de ziel gevraagd. Weet waarlijk dat de ziel een teken Gods is, een hemels juweel, waarvan de geleerdsten onder de mensen niet in staat zijn de realiteit te begrijpen en welks mysterie geen verstand, hoe scherpzinnig ook, ooit zal kunnen ontrafelen. De ziel is de eerste onder al het geschapene die de voortreffelijkheid van zijn Schepper kenbaar maakt, de eerste die Zijn heerlijkheid erkent, Zijn waarheid aanhangt en zich voor Hem in aanbidding neerbuigt. Is ze trouw jegens God, dan zal ze Zijn licht weerspiegelen en uiteindelijk tot Hem wederkeren. Schiet ze evenwel tekort in haar trouw jegens de Schepper, dan zal ze het slachtoffer worden van het ik en hartstocht, en op den duur in de diepten daarvan verzinken."
"Weet dat de ziel van de mens verheven is boven en onafhankelijk is van alle gebreken van lichaam of geest. Dat een ziek mens tekenen van zwakte vertoont, is te wijten aan de belemmeringen die zich tussen zijn ziel en lichaam plaatsen, want de ziel zelf blijft onaangetast door lichamelijke storing. Beschouw het licht van de lamp. Ofschoon een voorwerp haar stralen kan onderscheppen, blijft toch het licht zelf met onverminderde sterkte schijnen. Evenzo is iedere ziekte die het lichaam van de mens aantast, een belemmering voor de ziel om haar innerlijke kracht en macht te manifesteren. Wanneer de ziel het lichaam verlaat, zal zij echter een kracht uitstralen en een invloed uitoefenen die geen macht op aarde kan evenaren. Iedere zuivere, iedere gelouterde en geheiligde ziel zal met geweldige kracht worden begiftigd en zal zich met uitbundige blijdschap verheugen."
Bron: Bloemlezing uit de Geschriften van Bahá'u'lláh

"Tot de jonge mensen die daarvoor nog openstaan, zou ik willen zeggen: het eeuwige Leven is niet een land aan gene zijde van de dood, waar de zon nooit ondergaat en waar geen einde is aan het getal der jaren. Het eeuwige Leven - ik kan het niet genoeg herhalen - is een toestand van de Ziel en niet een voortzetting zonder meer. Het is 's levens diepste waarheid, die zich openbaart in en om het wezen van de tot heiliging gekomen mens.
O Ziel, dans Uw eeuwige dans


