Posts tonen met het label Manfred Kyber. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Manfred Kyber. Alle posts tonen

maandag 31 maart 2008

Manfred Kyber - Hemelsleutels


'Hoor eens', zei het kleine meisje. 'Je hebt net gezegd dat je de mensenzielen van de aarde naar de hemel brengt. Vertel daar eens iets meer over? Hoe doe je dat? En waarom moeten wij trouwens sterven? Kun je niet eenvoudig overstappen naar de hemel?'
Toen het kleine meisje dat vroeg, luidden de klokken net het einde van de werkdag in.

'Hoor je die klokken luiden?' vroeg de dood. 'Met de menselijk ziel is het net zo gesteld als met de klokken, weet je. Iedere mensenziel is een klok en je hoort ze, als je goed oplet, in vrolijke en treurige tonen luiden. Bij sommigen luidt hij nog maar heel zwak en dat is dan echt heel erg. Als ik bij een mens kom, dan luidt zijn klokkenziel het einde van de werktijd in. Dan hang ik die klok in de hemel en daar luidt hij dan verder.'
'Luiden ze daar allemaal door elkaar?' vroeg het kleine meisje. 'Dat kan vast niet erg mooi klinken, want ze luiden waarschijn­lijk allemaal verschillend. Dat kan niet erg prettig zijn voor de Lieve God om naar te luisteren.'

'Daar heb je wel gelijk in', zei de dood, 'maar weet je, klokkenzielen komen zo vaak op aarde terug en worden net zo lang opnieuw gegoten, tot ze allemaal hun eigen geluid hebben, dat precies goed is, zodat ze allemaal in één grote harmonie tezamen klinken. Tot zolang moet ik de mensen van de aarde naar de hemel brengen.'

'Dat spijt me voor jou', zei het kleine meisje. 'Het is vast heel zwaar werk. Maar let op, eens wordt het beter en dan heb je helemaal niets meer te doen.

zaterdag 29 maart 2008

Manfred Kyber - Hemelsleutels

'Ik ben de engel van de roem, wat kan ik voor je doen in mijn tempel en heilige bossen?'
'Ik heb een glazen kroontje, dat gebroken is', zei de konings­dochter', en nu moet ik almaar rondzwerven, tot ik iemand vindt die het weer maken kan.'
Toen nam de engel haar vriendelijk bij de hand en voerde haar de tempel binnen. Daar binnen was alles van marmer en op de wanden en de zuilen stonden gouden namen geschreven, waarop het zonlicht scheen, zodat ze fonkelden en glansden en buiten de muur waaide zacht de bergwind en ruiste in de kruinen van de laurierbomen.
'Dat zijn de namen van degenen die daarbuiten zo stil en ernstig rondlopen', zei de engel. 'Het zijn de namen van degenen die hun meest innige gevoelens en denken aan de wereld geschonken hebben en die door de mensen met eerbied en dankbaarheid genoemd worden. Zolang ze op aarde verkeren, gaat het hun weliswaar niet goed. Ze moeten heel veel strijd leveren en krijgen het hard te verduren. Daarom zijn ze ook zo stil en zo ernstig. Maar als ze de wereld verlaten hebben, komen ze bij mij en wonen hier boven. Hier heerst rust en helderheid en eeuwige ochtendzon. Als je wilt, kan ik je tot een der mijnen maken. Je krijgt een lauriertak en je naam zal met gouden letters geboekstaafd staan.'

Uit: De Hemelsleutels en andere sprookjes voor volwassenen. - Manfred Kyber

vrijdag 28 maart 2008

Manfred Kyber - Het land van Belofte

Men moet bedenken, dat wij toch allen op een overgangs­drempel leven en dat de eigenlijke gebeurtenissen van het bestaan in een geestelijke wereld plaats hebben achter de dingen en achter dat, wat wij gebeurtenissen noemen. Mis­schien dromen wij de dingen ook slechts, maar omdat wij dromen, waken wij niet over datgene, wat het eigenlijke is. Het kan zijn, dat dit moeilijk te begrijpen is, maar ik moet het zeggen omdat het waar is.


Alles is afscheid op deze aarde, afscheid van de dag, van de morgen en van de avond, van de nacht vol vrede voor de nieuwe dagtaak, afscheid van mensen, dieren en bloemen. Ons verblijf op deze aarde is geen woning, maar een eeuwige weg; maar het is een troost, dat het een weg is naar een pleisterplaats, die allen zoeken, die van goeden wille zijn.

zaterdag 22 maart 2008

Manfred Kyber - Abendlied

Der Abend kommt, der Tag ist aus,
Frau Sonne geht zur Ruh.
Sie geht wohl in ihr Wolkenhaus
und macht die Türe zu.



Dann werden alle angebrannt
die Sternlein in der Nacht.
Es halten über Meer und Land
die Engel heil’ge Wacht.


Und wenn die goldnen Sterne stehn
und scheint der Mond dazu,
dann müssen alle schlafen gehen:
die Welt und ich und du.


Und schläfst du ein und hast du kaum
die Augen zugemacht,
dann schenkt dir einen lieben Traum
die Königin der Nacht.

vrijdag 21 maart 2008

Manfred Kyber - Veronika's drievoudige licht

Je hebt je hemelse ogen nog wel, kleine Veronika en daarmee kun je scherp zien wat er boven de aarde is, maar om in de diepte te kijken moet je weer andere ogen krijgen, en dat neemt tijd en het is een pijnlijk proces. Maar kruip nu maar mijn boom in, want dat kun je heus heel gemakke­lijk doen. De schemering is immers voor jou nog niet gevallen, kleine Veronika. Je hoeft niet bang te zijn. Je aardse lichaam is inderdaad niets meer dan een kleding­stuk, daaronder zit weer een kledingstuk van fijnere stof en daarbinnen zit je eigenlijk zelf. Je grove aardse kledingstuk kan je gerust even achterlaten en in je fijnere kleed, lijk je op mij en op alle elfen en nimfen in het water en in de lucht en het vuur. Je moet je alleen even van jezelf losrukken, ongeveer net zoals wat er gebeurt als je inslaapt. Het is bijna hetzelfde en het gaat helemaal zonder moeite."
Plotseling rukte Veronika zich los van zichzelf en opeens was zij zo licht als een veertje waar de wind mee speelt en zo doorschijnend dat ze door zichzelf heen kon kijken. Haar aardse lichaam zat naast haar en ze vond dat het er loom en suf uitzag. Een moment later was zij midden in de boom en de elf nam haar bij de hand en liet haar alle wonderen zien die er hier waren.
Wat was er veel te zien! Veel meer dan in het landhuis van de kever. Veronika viel van de ene verbazing in de andere. Zij zag de sappen van de boom stromen in duizend fijne aderen. Ze stegen op van de wortels van de boom tot hoog in de bladerenkroon en tot ver in de takken en het loof, dat door de wind voortdurend zachtjes bewogen werd. Degene die toekeek had het gevoel dat hij met de sappen mee omhoog steeg en weer neer daalde als in een levende schommel.
"Ik kan het, nu ik midden in de boom ben, allemaal veel beter begrijpen dan vroeger, toen ik alleen maar met mijn ogen naar binnen keek," zei Veronika, "het lijkt me trouwens dat ik helemaal meer kan begrijpen nu ik mijn aardse lichaam achter gelaten heb. Je wordt door zo'n lichaam traag van begrip, geloof ik, in ieder geval ben je dan veel zwaarder. Ik heb nu zo'n heerlijk gevoel van licht te zijn."
"Ja," antwoordde de elf, "jullie worden door je aardse lichaam inderdaad nogal traag van begrip. Het zijn ook ongemakkelijke kledingstukken. Ik zou me er helemaal niet in kunnen bewegen. Het ergste is dat jullie mensen er steeds minder van gaan begrijpen naarmate je aardse lichaam ouder wordt en je er meer mee vergroeit. Zo lijkt mij dat tenminste te zijn als ik naar de verhalen van mensen luister. Zelf heb ik dat natuurlijk nooit meege­maakt."
"Komen wij dan op aarde om steeds dommer te wor­den?", vroeg Veronika, "dat zou toch vreemd zijn, vind je niet?"
"Nee," zei de elf, "jullie worden alleen dom omdat het donker wordt om je heen en dan moeten jullie het licht zoeken om alles weer beter te leren begrijpen. Als je dan in het duister het licht gevonden hebt is het begrip van het leven heel veel beter geworden. God heeft juist aan de mensen de taak gegeven het licht te zoeken.

Manfred Kyber - Veronika's drievoudige licht

Kijk naar het licht en het leven kleine Veronika, voordat je hemelse ogen insluimeren. Dan kun je er later aan denken, als de schemering gevallen is en het donker wordt om je heen. Want donker wordt het om iedereen, zodat men zich van de pijnlijkheid van dit duister bewust wordt en vervolgens zich zelf in het donker zal terugvin­den, zich zelf en God. Het is een lange weg, kleine Veronika. Toch moeten wij hem allen gaan, hoe zwaar het ons ook valt.
De schop en het emmertje, dat met een vrolijke rode haas was beschilderd, lagen werkeloos bij een omgespit bloem­bed, waarin kleine Veronika allerlei wonderlijke dingen wilde planten. Maar nu zat zij stil voor zich uit te staren. Haar ogen waren immers hemelse ogen en de tuin die weliswaar heel gewoon was, was een geesten tuin. Wat je daar niet allemaal kon zien en horen!
"Wil je mijn landhuis niet eens komen bekijken, Veroni­ka?" vroeg een grote kever, die voor haar zat en een uitnodigend gebaar maakte met zijn voelspriet.
"Kijk eens hoe wit onze bloemen zijn," zeiden de geesten van de veldlelies, "zo wit en rein als het hemelse kleed dat je eens hebt gedragen."
"Heb je gezien hoe handig mijn kinderen zich al op kunnen rollen?" vroeg de egelmoeder, die met haar
kroost behaaglijk in een holte van de met mos begroeide muur vertoefde.
"Moet je ook eens zien hoe prachtig rood onze bloemen zijn," zeiden de geesten der rozen, "even diep rood van kleur als de graalkelk waarnaar jij eens je armen hebt uitgestrekt. Nu denk je daar niet meer aan, kleine Veronika, maar als de schemering gevallen is, zul je er weer aan denken."
"Vind je niet dat mijn kleintjes al reuze goed kunnen vliegen?" vroeg de merel met haar gele snavel uitdagend naar voren gestoken, "kijk eens hoe handig ze op de rand van het nest kunnen landen! En ze hebben er niet eens lang op geoefend, nee dat kun je echt niet zeggen. Heb je ooit zulke handige jonge vogeltjes gezien?"
De bladeren van de koolstronken ruisten en de vlinders dartelden tussen de struiken en planten.
"Jij bent net als wij, kleine Veronika, je bent een rups, maar eens word je een vlinder. Als de schemering valt zul je, net als wij, je inpoppen."

woensdag 19 maart 2008

Manfred Kyber - Die Toten/de doden.

De doden.

De doden stierven niet, slechts hun omhulling.
Hun lichaam verging, hun geest en wil blijft leven.
In jou komen ze samen tot vervulling,
Waar ze de diepe stilte van jouw ziel beleven.

In jou en hen berust een koninkrijk,
Waar dood en leven met elkander fluisteren.
Daar kun je met het eigen denken tegelijk
De stille stemmen van je doden mee beluisteren.

En spreken kun je zoals 't eerder is geweest,
Geluidloos spreek je tot je doden.
Tweezijdig zijn de wegen van de geest,
De poort van het dodenrijk staat altijd open.

Sla binnen in je bruggen naar het dodenland,
De doden zullen met je saam de wereld vervolmaken.
Ga levend, wetend, met de doden hand in hand,
Opdat de hele aard vergeestelijkt mag raken.
Manfred Kyber (vert. Tom Delemarre)


Die Toten

Die Toten starben nicht. Es starb ihr Kleid.
Ihr Leib zerfiel, es lebt ihr Geist und Wille.
Vereinigt sind sie dir zu jeder Zeit
In deiner Seele tiefer Tempelstille.

In dir und ihnen ruht ein einiges Reich,
Wo Tod und Leben Wechselworte tauschen.
In ihm kannst du dem eigenen Denken gleich,
Den stillen Stimmen deiner Toten lauschen.

Und reden kannst du wie du einst getan,
Zu deinen Toten lautlos deine Worte.
Unwandelbar ist unseres Geistes Bahn
Und ewig offen steht des Todes Pforte.

Schlagt Brücken in euch zu der Toten Land,
Die Toten bau'n mit euch am Bau der Erde.
Geht wissend mit den Toten Hand in Hand,
Damit die ganze Welt vergeistigt werde.
Manfred Kyber

Met dank aan René voor het toesturen.

dinsdag 18 maart 2008

Manfred Kyber - Ein Dämon stand an meiner Wiege

Ein Dämon stand an meiner Wiege,
mein andres Ich, ein Kind der Nacht.
Er zerrte mich empor zum Siege,
zum Sieg, dem keine Freude lacht.

Mein Lied, ich hab es nicht geschrieben,
er schrieb es auf mit meinem Blut.
Und jene Frauen, die mich lieben,
sie küßten seine gift’ge Glut.

So müssen ich und sie verderben,
die ihre Seelen mir geweiht.
Denn niemals kann mein Dämon sterben –
sein Fluch ist die Unsterblichkeit.

Manfred Kyber

Manfred Kyber - Veronika's drievoudig licht

Veronika's drievoudig licht

Veronika is een klein meisje dat nog in contact staat met de "andere wereld". Zij groeit op bij haar moeder en tante Marietje, met Moetsepoes, de kat, en Pruik, de hond. In het tuinhuisje woont haar oom, Johannes de Zwerver. In de eerste jaren van haar leven is zij zich vooral bewust van de tuin der geesten: de grote tuin achter het huis waar zij praat met de vogels, de egels, de kevers en andere dieren en waar zij verschillende natuurgeesten ontmoet. Achter in de tuin is een onzichtbare zilveren brug die beschermd wordt door een engel.
Als zij opgroeit raakt zij het vermogen om de tuin der geesten te zien kwijt, en wordt het een gewone tuin. Zij leeft dan meer in het huis der schimmen, waar vele drempels en treden zijn, en waar zij bevriend raakt met Meester Mutsje. Zij ontmoet de grijze vrouw, die ze later een drempel over zal helpen, en sluit vriendschap met Piet, die de werkelijkheid niet begrijpt, maar wel een diep geloof bezit. Volgens oom Johannes, die veel inzicht heeft in de andere wereld, is Piet in een vorig leven een grote wijze geweest.
Door een aantal gebeurtenissen begint Veronika steeds meer te begrijpen van de betekenis van het leven. De joodse handelaar Aron Mendel weet eindelijk zijn zware last af te leggen, tijdens een zware ziekte leert Veronika een vorig leven in Florence kennen dat doorwerkt in het huidige, de kerk van Halmar wordt weer licht, en een grote brand in kasteel Irreloh markeert het einde van de dramatische invloed van Florence.
Johannes de Zwerver neemt uiteindelijk de last van Veronika op zich en zij gaat over de zilveren brug naar de andere wereld. Een nieuwe tijd breekt aan: middernacht is voorbij en het is morgen geworden.
(Nederlandse vertaling 1e druk: 1979; 6e druk: 1992)


Citaat:
Er was eens een tuin der Geesten, en daarin zat de kleine Veronika in het zand te spelen. Maar Veronica zag hem met heel andere dan gewone ogen, met de innerlijke ogen die zij uit de hemel had meegebracht.
Voor zulke ogen is iedere tuin steeds een Geestentuin, en de hele wereld één zee van leven en licht.
Wij allen hebben de aarde eenmaal zo gezien, met de innerlijke ogen, toen wij nog jonge kinderen waren.
Maar toen kwam de grote schemering voor ons, onze hemelse ogen sloten zich, en zo komt het dat wij alles vergeten zijn.
Maar ik wil u daaraan herinneren; ik heb het mijzelf uit schemering en duisternis weer te binnen gebracht.