Posts tonen met het label Kabir Helminski. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kabir Helminski. Alle posts tonen

woensdag 22 september 2010

Kabir zegt

De maan schijnt in mijn lijf, maar mijn blinde ogen kunnen haar niet zien.
De maan is in mij en ook de zon is in mij.
De nooit geslagen trom der Eeuwigheid wordt in mij geroerd, maar mijn dove oren kunnen het niet horen.

Zolang als de mens schreeuwt om het ik en het mijn, zo lang zijn zijn daden als niets.
Als alle liefde voor het ik en het mijn dood is, dan wordt het werk des Heeren gedaan.

Want werk heeft geen ander doel dan het winnen van kennis.
Als die er is, dan wordt het werk weggedaan.
De bloem bloeit voor de vrucht.
Als die er is welkt de bloem.
De muskus is in het hert, maar het zoekt er niet naar in zich, het dwaalt om en zoekt gras.

Kabir zegt

O, vriend, hoop op Hem, terwijl gij leeft, weet terwijl gij leeft, versta terwijl gij leeft, want in het leven schuilt de verlossing.

Als uw kluisters niet gebroken worden tijdens uw leven, welke hoop blijft er over op bevrijding in de dood?

Het is maar een ijdele droom dat de ziel met Hem vereenigd zal worden, alleen omdat zij het lichaam verlaten heeft.

Als hij nu gevonden wordt zal Hij ook dan gevonden worden.
Zo niet, dan gaan wij slechts wonen in de stad des doods.
Als gij nu de vereniging hebt, dan zult ge hem in het Hiernamaals hebben.

Baad u in de Waarheid, ken de ware Leermeester, geloof in de ware Naam.
Kabir zegt: Het is de zoekende geest die helpt. Ik ben de slaaf van deze zoekende geest.

maandag 7 april 2008

Kabir Helminski - Het wetende hart

Een soefi uit de twintigste eeuw, Ishmael Emre, heeft gezegd:
`Hartstochtelijke en volmaakte mensen doden de zoekers naar waarheid met nederigheid en het zwaard van de liefde.'

Maar ondanks deze hoge gedachten over de liefde, moeten we erkennen dat we allen in de liefde gefaald hebben.

Daar moeten we van uitgaan.

We zijn allen gebroken door en teleurgesteld in de liefde omdat onze liefde zich heeft vereenzelvigd met ons egoïsme, terwijl ze was bedoeld om dat egoïsme uit de weg te ruimen.

We kunnen liefhebben wanneer we verwachten er iets voor terug te krijgen.
We kunnen liefhebben wanneer we de volmaakte partner gevonden hebben.

Maar er bestaat niet zoiets als een volmaakt mens en zelfs al bestond die wel, dan zouden we hem of haar alleen maar herkennen als we zelf volmaakt waren, want we projecteren onvermijdelijk -- zoals het volk dat altijd heeft gedaan bij de profeten -- onze eigen onvolmaaktheid op de ander.

Gods boodschappers waren niet geliefd, ze waren veeleer gehaat.
Haat is gefrustreerde liefde, de schaduwzijde van liefde.
Haat duidt op de aanwezigheid van liefde die is gecorrumpeerd dooregoïsme.

Egoïsme kan schoonheid in lelijkheid, vrijgevigheid in zelfzuchtigheid, liefde in haat veranderen.


Uit: Het wetende hart, De weg van de soefi
Verdieping en transformatie
Kabir Helminski
Uitgeverij Servire, Utrecht, 2002