Posts tonen met het label gedichten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gedichten. Alle posts tonen

zondag 16 september 2012

Gebed voor het slapen gaan



Aan het einde van de dag
als de nacht weer op mij wacht
kom ik van het werken moe
weer naar U mijn Vader toe

Ik kreeg krachten van U Heer
om te werken telkens weer
U was bij mij heel de dag
geef mij ook een goede nacht

Voor de mensen om mij heen
en voor hen die heel alleen
leven hier op deze aard
vraag ik of U hen bewaart.

Heer ik deed weer veel verkeerd
maar U hebt mij ook geleerd
dat U het vergeven wil
ik vraag het nu om Jezus wil.

Dank U dat ik als Uw kind
steeds bij U bescherming vind
en nu rustig slapen mag
wachtend op de nieuwe dag.

- Ina van der Welle -



donderdag 13 september 2012

Avondgebed


Avondgebed

De avond is gevallen,
De dag gaat dood, -
De bomen worden allen
Wonderlijk groot.

In de verte, in de landen,
Daar ligt wat goud, -
De nacht maakt onze handen
Zo stil - zo oud.

Schoonheid hebt gij ons leven
Eenmaal gekust,
Dan gaan wij 't avond even
Zwijgend te rust.



C.S. Adama van Scheltema

zondag 25 december 2011

IERSE KERSTWENS.

 

Niet dat geen enkele smart over jou mag komen,
Niet dat je toekomstig leven een pad van rozen zij,
Niet dat je nooit een traan van spijt zou vergieten,
Niet dat je nooit een steek van pijn zou voelen.
Neen, dat alles wens ik je niet…

Want tranen zuiveren het hart,
Smart adelt het gemoed,
Pijn en nood brengen ons dichter
Bij de liefdevolle moeder van
Het kind van Bethlehem
En verzekeren ons de troost van haar glimlach.

Mijn wens voor jou is
Dat je voor altijd in je hart
De gouden herinnering bewaren mag
Aan elke gelukkige dag die je hebt gekend.
Dat je dapper mag zijn in het uur van beproeving
Wanneer het kruis je op de schouders wordt gelegd,
Wanneer de berg die je moet beklimmen heel hoog schijnt
En de lichtkrans van hoop zeer ver.

Dat de gave die God je schonk
Mag groeien met de jaren en de harten
van hen die je liefhebt met hun kleur vervult.
Dat je ieder uur een vriend mag hebben,
Die je vriendschap waard is,
Die je vertrouwd de hand reiken kunt,
Wanneer de stormen losbreken
En met wie je de stortvloeden kunt doorwaden
En de zonoverstraalde hoogten kunt bereiken.

En dat in ieder uur van vreugde of leed,
De vredebrengende glimlach
Van het Kerstkind met jou mag zijn
En dat je dicht bij God mag blijven.
Dat wens ik U.


donderdag 28 juli 2011

Herinnering

"Alles waar je echt van houdt,
zal je warmte blijven geven
ook al is het niet gebleven
of geworden wat je wou
het blijft altijd een deel van jou
en een stukje van je leven."

auteur is me niet bekend.

zondag 3 juli 2011

Dood

'k Heb voor de dood al meer dan eens
een lief gedicht geschreven
ik neem hem wel eens op m'n schoot
hij hoort zo bij het leven

ik weet hoe bang ik was als kind
wat heb ik 'm geknepen
hij was m'n vijand, nu mijn vrind
nu heb ik hem begrepen

hij heeft mij zijn geheim verteld
en zo ben ik m'n angst ontgroeid
voor mij is hij een open veld
waar hemelhoog het voorjaar bloeit

Toon Hermans

Het Al

Ik ben de zon, de maan, ik ben de regen,
'k ben onbeschrijfelijk, niet te meten noch te wegen.
Ik ben rivieren, ik ben zeeën, bliksem, donder,
ik ben de kleine mens, maar wèl het grote wonder.

Ik ben het water en de vruchten en het koren,
het leven dat uit àlle leven wordt geboren.
Ik ben het allemaal - de wijze en de zot
en in mijn kleinheid schuilt iets van een Grote God.

Toon Hermans

Eenzaamheid

De mens is eenzaam tot en met zijn dood.
Nooit is één liefde, nooit één vriendschap klaar,
En, zelfs geboren uit dezelfde schoot,
Zijn wij nog vreemden voor elkaar.

Wat weet ik van mijn zuster en mijn vader,
Wat van mijn moeder en mijn eigen kind?
En is mijn vrouw mij altijd zoveel nader
Dan de arme meid voor 't eerst bemind?


Nooit kan een hart een ander overwinnen;
Van lief tot minnaar en van mens tot mens
Kunnen wij nooit geheel volmaakt beminnen;
Er is altijd een kloof, een grens.

't Is niet eens zeker dat de dood verenen
Kan wat het leven onmeedogend scheidt,
En er bestaat niet, van Parijs tot Wenen,
Een koffiehuis 'In de Eenzaamheid'!

Jan van Nijlen

vrijdag 20 mei 2011

De moraal van het verhaal......

Ballade van Arie Hop (John O'Mill)


Aanhoort het noodlot, fel en wreed,
van een kind dat op z'n nagels beet.

Een kind, dat met z'n eigen tanden
tot zijn schade en zijn schande,
stukjes van zichzelf opat,
en in zijn onverstand vergat
dat als die eerste hapjes smaken,
men aan zichzelf verslaafd kan raken.

Zo vergaat het menig kind
dat zichzelf zo lekker vind.

Ook het kind uit dit verhaal,
genoot zo van zijn eigen maal,
dat het verder alle dagen
in extase door bleef knagen.

Reeds was het kwaad niet meer te stoppen
reed kloof ie aan zijn vingertoppen
en zette weldra ook z'n tanden
in de stompjes van z'n handen:

En tot ontzetting van zijn ouders
in zijn bovenarm en schouders.

Voldaan keek hij toen in 't rond
en sprak met overvolle mond:
'Ik vind mijzelf, als je 't wil weten
gewoon een kind om op te vreten'.

En hief alweer een been omhoog
en knabbelde aan zijn eksteroog.

Men hoorde hem vraatzuchtig smakken
op de pezen van z'n hakken,
zag hem zalig d'ogen sluiten
toen hij beet kreeg aan z'n kuiten.

Reikhalzend happen naar zijn dij,
helaas, hij kon er niet meer bij,
en is ~ zienderogen afgenomen ~
van de honger omgekomen

Heel duidelijk is hier de moraal:
Wordt nooit Uw eigen kannibaal !

zaterdag 14 mei 2011

STILTE 

Laatst nog zag ik Stilte.
Ze zat op een krukje
in de gang,
was erg verlegen,
zei geen woord.

Ze was breekbaar
en omringd
door stofjes in het licht
Ze was heel stil.

Ik sprak haar aan
en ze brak ...

Geert de Kockere - Ontmoetingen

HOOP 

Na jaren
zag ik Hoop terug.
Ze was een piepklein stofje.

Ik blies haar zachtjes op,
ving haar in m'n hand,
blies weer,
ving opnieuw
en hield haar tussen
duim en wijsvinger voor m'n oog.

Toen besloot ik
haar nooit meer
uit het oog te verliezen.

Geert de Kockere - Ontmoetingen

dinsdag 22 maart 2011

Kees Stip - Op een eendagsvlieg

‘Ach,’ sprak een eendagsvlieg te Doorn,
‘hoe heerlijk is het ochtendgloren
en hoe verrukkelijk het uur
waarop het laaiend zonnevuur
verstild ter kimme wordt gedreven!
Men moest twee dagen kunnen leven.’

vrijdag 18 maart 2011

Elvendans

Des nachts in de zachte glansen
Van de zilveren maan,
Als alle verstandige menschen
Reeds lang naar bed zijn gegaan,

Als 't groote vuur gebluscht is,
Dat 's avonds in 't Westen gloeit,
En alles in diepe rust is,
Door 't zonnelicht vermoeid -

Dan in de nevelglansen,
Die over de weide gaan,
Ziet men de elven dansen
Bij het licht van de maan.

Jacqueline E. van der Waals

Sonnetten VI

Nu ligt mijn leven als een stille plas,
Een vlak, blauw water op een groote hei,
Dat rustig opziet uit een lijst van gras
En riet: een hemelspiegel klaar en blij.

Mijn willen en mijn wenschen stierf in mij,
En wat bevreesd, en wat onrustig was,
Ging met mijn laatste diepe smart voorbij,
Waarvan ik kalm en oud en wijs genas.

Mijn ziel ligt als het vlakke water stil,
Dat zelf niets zijn en niets bereiken wil,
Maar, wat het ziet, eenvoudig wedergeven.

Ook ik wil niets in eigen oogen zijn,
Maar als een hemelspiegel klaar en rein,
Den wil van God vervullen in mijn leven.

Jacqueline E. van der Waals

zondag 30 januari 2011

Ondanks alles

Mensen zijn onredelijk, onlogisch en egoïstisch
..Maar blijf van hen houden, ondanks alles.

Als je het goede zoekt, zullen mensen je beschuldigen van egoïsme en verkeerde motieven.
..Maar blijf het goede zoeken, ondanks alles.

De goede dingen die je vandaag doet, kunnen morgen alweer vergeten zijn.
..Maar blijf goede dingen doen, ondanks alles.

Eerlijkheid en oprechtheid maken je kwetsbaar.
..Maar blijf eerlijk en oprecht, ondanks alles.

Mensen houden van succes en lopen alleen geslaagde mensen achterna.
..Maar loop ook eens mislukkelingen achterna, ondanks alles.

Wat u jarenlang met moeite hebt opgebouwd, kan in een dag weggevaagd worden.
..Maar blijf bouwen, ondanks alles.

Mensen hebben soms hulp nodig, maar kunnen zich tegen u keren als u hun daadwerkelijk helpt.
..Maar blijf hen helpen, ondanks alles.

Als u in het leven overal uw beste beentje voor zet, krijgt u soms de wind van voren.
..Maar blijf uw beste beentje voor zetten, ondanks alles.


Dit gedicht hing op de muur van het weeshuis in Calcutta, dat moeder Theresa heeft opgericht.
-De schrijver is anoniem-

Nederlands is een moeilijke taal !

Het meervoud van slot is sloten,
maar toch is het meervoud van pot geen poten.
Evenzo zegt men altijd één vat en twee vaten,
maar zal men zeggen: één kat, twee katen?

Wie gisteren ging vliegen zegt heden: ik vloog,
dus zegt u misschien van wiegen: ik woog.
Nee, pardon, want ik woog is afkomstig van wegen,
maar is nu ik voog een vervoeging van vegen?

Het woord zoeken vervoegt men tot ik zocht;
dus hoort bij vloeken misschien ik vlocht.
Alweer mis, want dit is juist afkomstig van vlechten,
maar ik hocht is geen juiste vervoeging van hechten.

Bij roepen hoort riep, maar bij snoepen geen sniep;
bij lopen hoort liep, maar bij kopen geen kiep.
Evenmin hoort bij slopen ik sliep.
Want dat woord is afkomstig van het schone woord slapen:
maar zet nu niet neer: ik riep bij het rapen.
Want dit komt van roepen en u ziet het terstond,
zo draaien wij vrolijk in het kringetje rond.

Voor raden komt ried,
maar van baden geen bied:
dat komt weer van bieden,
ik hoop dat u 't ziet.
Ook komt hiervan bood,
maar van wieden geen wood.
U ziet de verwarring is akelig groot.

Nog talloos veel voorbeelden kan ik u geven,
want gaf hoort bij geven,
maar laf niet bij leven.
Men spreekt van wij drinken, wij hebben gedronken,
maar niet van wij hinken en hebben gehonken.

't Is: ik weet en ik wist,
maar schrijft u niet bij vergeten vergist.
Het volgende geval is bijna te bont,
want bij slaan hoort ik sloeg, niet ik sling of ik slond.
Bij gaan hoort: ik ging en niet ik gong of ik gond.

En noemt men een mannetjesrat soms een rater?
Nee, dat gaat alleen op bij een kat en een kater.

Auteur mij niet bekend.

zondag 23 januari 2011

Sotto voce

Zoveel soorten van verdriet,
ik noem ze niet.
Maar één, het afstand doen en scheiden.
En niet het snijden doet zo'n pijn,
maar het afgesneden zijn.

Nog is het mooi, 't geraamte van een blad,
vlinderlicht rustend op de aarde,
alleen nog maar zijn wezen waard.
Maar tussen de aderen van het lijden
niets meer om u mee te verblijden:
mazen van uw afwezigheid,
bijeengehouden door wat pijn
en groter wordend met de tijd.

Arm en beschaamd zo arm te zijn.

Maria Vasalis
uit: Vergezichten en gezichten

Mijn vader

Mijn vader
liep ten einde,
trad buiten de oevers van zijn wil

mijn moeder liet hem kabbelen, klotsen
en mijn broers voeren op hem,
deinden op de lange golven van zijn verval,
visten naar de geheimen, die hij niet meer bezat,
lieten hem denken,
lieten hem niet meer onder woorden kunnen brengen

de avond viel
en zijn zon liet zich in hem onderdompelen,
liet koud en onafzienbaar worden,
zijn stormen gingen liggen
en zijn winter wenkte hem: hier! hier!

maar mijn vader sliep -
zijn meeuwen waren moe
en streken op hem neer.

Toon Tellegen
Uit de bundel: Raafvogels

donderdag 20 januari 2011

Lof van het onkruid.

Godlof dat het onkruid niet vergaat.
Het nestelt zich in spleet en steen,
breekt door beton en asfalt heen,
bevolkt de voegen van de straat.

Achter de stoomwals valt weer zaad:
de Berenklauw grijpt om zich heen.
En waar een bom zijn trechter slaat
is straks de distel algemeen.

Als hebzucht alles heeft geslecht
straalt het klein hoefblad op de vaalt
en wordt door brandnetels vertaald:

‘gij die millioenen hebt ontrecht:
zij kòmen – uw berekening faalt.’
Het onkruid wint het laatst gevecht.

Ida Gerhardt
Uit: Vijf Vuurstenen (1974)

zondag 9 januari 2011

Door de stilte heen

Al dagenlang probeer ik door de stilte
heen te luisteren, - de bloemen hier
op tafel voor mij zijn zo open, willen
spreken, maar ik kan ze nog niet
verstaan, - nog te veel dag is binnen
mij nagebleven, nog te veel zien
van vervalste kleuren, botte dingen,
ik heb nog geen eigen lichtverschiet.

Zo stil worden dat uit zwijgen woorden
bloeien van over de grens van leven
heen, een enkele stem, een enkele vraag,
en daarop dan niet angstig voor de
aandacht van de bloemen antwoord geven,
één eigen woord, - ik hoop dat ik het waag.

Gabriel Smit

ONDER DE APPELBOOM

Ik kwam thuis, het was
een uur of acht en zeldzaam
zacht voor de tijd van het jaar,
de tuinbank stond klaar
onder de appelboom

ik ging zitten en ik zat
te kijken hoe de buurman
in zijn tuin nog aan het spitten
was, de nacht kwam uit de aarde
een blauwer wordend licht hing
in de appelboom

toen werd het langzaam weer te mooi
om waar te zijn, de dingen
van de dag verdwenen voor de geur
van hooi, er lag weer speelgoed
in het gras en verweg in het huis
lachten de kinderen in het bad
tot waar ik zat, tot
onder de appelboom

en later hoorde ik de vleugels
van ganzen in de hemel
hoorde ik hoe stil en leeg
het aan het worden was

gelukkig kwam er iemand naast mij
zitten, om precies te zijn jij
was het die naast mij kwam
onder de appelboom, zeldzaam
zacht en dichtbij
voor onze leeftijd.




Rutger Kopland