Posts tonen met het label de Golem. Alle posts tonen
Posts tonen met het label de Golem. Alle posts tonen

donderdag 28 augustus 2008

Citaten uit het werk van Gustav Meyrink

Het wachten op een wonder. Kent u dat niet? Nee?Maar dan bent u een heel, heel arm mens. Wat kennen toch maar weinigen dit? Ziet u, dat is ook de reden, waarom ik nooit uitga en met niemand omga.
Ik had vroeger wel een paar vriendinnen, maar wij praatten altijd langs elkaar heen: zij begrepen mij niet en ik hen niet. Toen ik hen duidelijk wilde maken, dat het belangrijke - het essentiële - in de bijbel en in andere geschriften voor mij het wonder, alleen maar het wonder was, en niet de regels voor de moraal en de ethiek, die slechts verborgen wegen kunnen zijn om tot het wonder te geraken - dan konden ze er alleen maar gemeenplaatsen tegenin brengen.
De wereld bestaat om door ons stuk gedacht te worden, hoorde ik mijn vader eens zeggen - pas dan begint het leven. - Ik weet niet wat hij met 'het leven' bedoelde, maar ik voel soms dat ik op een dag als het ware zal 'ontwaken'.
Al kan ik me ook niet voorstellen in welke toestand. En wonderen moeten daaraan voorafgaan, stel ik me altijd voor.

De Golem

zondag 22 juni 2008

Gustav Meyrink - De Golem

Het worstelen om de onsterfelijkheid is een strijd om de macht tegen de geluiden en geesten die in ons wonen; en het wachten op het koning worden van het eigen 'ik' is het wachten op de Messias.

Wij mensen zijn onrein, en vaak is een lange periode van waken en vasten nodig, voor wij het fluisteren van onze ziel verstaan.

De ziel is niet iets 'zelfstandigs' - ze moet het eerst nog worden, en dat noemt men dan 'onsterfelijkheid'; uw ziel is nog samengesteld uit vele ego's - zoals een mierenstaat uit vele mieren; u draagt de psychische resten van vele duizenden voorouders in u. Bij alle wezens is dat zo. Hoe zou anders een kip, gekomen uit een kunstmatig bebroed ei, meteen het juiste voedsel zoeken? Het bestaan van het 'instinct' verraadt de aanwezigheid van de voorouders in lichaam en ziel.

zondag 4 mei 2008

Gustav Meyrink – De Golem (1)

Het wachten op een wonder.
Kent u dat niet? Nee?
Maar dan bent u een heel, heel arm mens.
Wat kennen toch maar weinigen dit?
Ziet u, dat is ook de reden, waarom ik nooit uitga en met niemand omga.
Ik had vroeger wel een paar vriendinnen, maar wij praatten altijd langs elkaar heen: zij begrepen mij niet en ik hen niet.

Toen ik hen duidelijk wilde maken, dat het belangrijke - het essentiële - in de bijbel en in andere geschriften voor mij het wonder, alleen maar het wonder was, en niet de regels voor de moraal en de ethiek, die slechts verborgen wegen kunnen zijn om tot het wonder te geraken - dan konden ze er alleen maar gemeenplaatsen tegenin brengen.

De wereld bestaat om door ons stuk gedacht te worden, hoorde ik mijn vader eens zeggen - pas dan begint het leven. -

Ik weet niet wat hij met 'het leven' bedoelde, maar ik voel soms dat ik op een dag als het ware zal 'ontwaken'.
Al kan ik me ook niet voorstellen in welke toestand.
En wonderen moeten daaraan voorafgaan, stel ik me altijd voor.