Posts tonen met het label Hermann Hesse. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hermann Hesse. Alle posts tonen

woensdag 12 september 2012

Ergens


Dolend door de zandzee van het leven,
 Gloeiend, kreun ik vaak een jammerklacht.
 Ergens echter, weet ik, haast vergeten,
 Bloeien tuinen, schaduwrijke pracht.

Ergens echter in mijn verste dromen,
 Weet ik dat een rustplaats op mij wacht,
 Waar de ziel tenslotte thuis kan komen,
 Waar ze wachten: sluimer, sterren, nacht.


Hermann Hesse

zaterdag 6 juni 2009

De Vlinder

Mij was leed overkomen,
En toen ik door de velden liep,
Vloog er een vlinder mij voorbij,
Die was zo wit en donkerrood,
In blauwe wind voortzeilend.

0, kindertijd! waarin nog klaar
Als morgenlicht de wereld is
En nog de hemel zo nabij,
Toen zag ik voor het laatst hoe je
De mooie vleugels spreidde.

Een fladd'ren teer en kleurig
Dat tot mij kwam uit 't paradijs,
Hoe vreemd moet ik en schaamtevol
Voor jouw godd'lijke luister staan
Met ogen koel en ernstig.

De wit met rode vlinder
Werd voortgedreven over 't veld,
En toen ik dromend verder liep
Was mij vanuit het paradijs
Een luister nagebleven.


Hermann Hesse

Opdrachtvers

Bladeren waaien van bomen,
Liederen van levensdromen
Waaien spelende weg;
Velen zijn er verloren,
Sinds wij voor 't eerst hen zongen,
Lieflijke melodieën.

Sterfelijk zijn ook de lied'ren,
Geen van hen klinkt er eeuwig,
Alles verwaait de wind:
Bloemen en vlinders zijn van
Onverganklijke dingen
Vlucht'ge gelijkenis.

Hermann Hesse

zondag 5 april 2009

Sprokkels

Ieder mens is niet alleen hij zelf, hij is ook het unieke, steeds weer belangrijke en merkwaardige punt waar de verschijnselen van de wereld elkaar kruisen, een­maal slechts zo en nooit weer. Daarom is de levensge­schiedenis van ieder mens belangrijk, eeuwig, godde­lijk, daarom is ieder mens, zolang hij maar leeft en de wil van de natuur vervult, een wonder en elke aan­dacht waard. In iedereen heeft de geest gestalte ge­kregen, in iedereen lijdt het geschapene, in iedereen wordt een verlosser gekruisigd.

Hermann Hesse – Een golfje op de stroom

Sprokkels

Als de mensheid een individu was, zou zij door het 'zuivere' christendom te genezen zijn; dier en demon zouden kunnen worden bezworen. Zo is het echter niet. De 'zuivere' religies zijn er voor een klein aantal hoogstaande mensen, maar de massa heeft behoefte aan magie en mythe. Aan een ontwikkelingsproces van onderen naar boven geloof ik niet. Steeds weer verrijzen uit het troebele geheel van de mensheid en­kele zuivere geesten en heilanden; de massa vereert ze pas als men ze heeft gekruisigd en tot goden gemaakt.

Hermann Hesse – Een golfje op de stroom

woensdag 11 maart 2009

Vlinder

Mij was leed overkomen,
En toen ik door de velden liep,
Vloog er een vlinder mij voorbij,
Die was zo wit en donkerrood,
In blauwe wind voortzeilend.

O, kindertijd! waarin nog klaar
Als morgenlicht de wereld is
En nog de hemel zo nabij,
Toen zag ik voor het laatst hoe je
De mooie vleugels spreidde.

Een fladd'ren teer en kleurig
Dat tot mij kwam uit 't Paradijs,
Hoe vreemd moet ik en schaamtevol
Voor jouw godd'lijke luister staan
Met ogen koel en ernstig.

De wit met rode vlinder
Werd voortgedreven over 't veld,
En toen ik dromend verder liep
Was mij vanuit het paradijs
Een luister nagebleven

Hermann Hesse

dinsdag 10 maart 2009

Bekentenis

Schone schijn, aan al jouw spelen
Geef ik me gewillig over.
And’ren hebben vaste doelen,
Ik heb reeds genoeg aan leven.

Al wat ooit mijn zinnen streelde,
Lijkt me niet meer dan gelijkenis,
Van ’t Oneindige en Ene,
Dat ik steeds in mij bespeurde.

Zulk een tekenschrift te lezen
Zal me steeds het leven lonen,
Want het Eeuwige, de Geest,
Weet ik in mijzelve wonen.

Uit: Vlinders - Hermann Hesse

zaterdag 14 februari 2009

Fluitspel - Hermann Hesse

Een huis bij nacht, een raam verspreidt
door struik en boom een zwakke gloed,
en ginds, vanuit het duister, glijdt
wat fluitmuziek ons tegemoet.

Vanouds bekend, vloeide het lied
zo goedig over in de nacht,
als ware heimat elk gebied,
als ware elke weg volbracht.

De stille zin van het bestaan
werd door die klank tentoongespreid,
en willig bood het hart zich aan
en hier en nu werd alle tijd.

Hermann Hesse

woensdag 21 januari 2009

Ergens

Dolend door de zandzee van het leven,
gloeiend, kreun ik vaak een jammerklacht.
Ergens echter, weet ik, haast vergeten,
bloeien tuinen, schaduwrijke pracht.

Ergens echter in mijn verste dromen,
weet ik dat een rustplaats op mij wacht,
waar de ziel tenslotte thuis kan komen,
waar ze wachten: sluimer, sterren, nacht.

Hermann Hesse

zaterdag 11 oktober 2008

Hermann Hesse - Siddhartha

Lang dacht hij na over de verandering die zich aan hem had voltrokken, luisterde naar de vogel, die het hoogste lied zong. Was deze vogel dan niet in hem gestorven, had hij diens dood dan niet gevoeld?
Nee, het was iets anders, wat in hem gestorven was, iets wat er al zo lang naar verlangd had om te ster­ven. Was het niet datgene geweest wat hij eens in zijn vurige jaren als boeteling had willen laten ver­sterven?
Was het niet zijn ik, zijn kleine bange en trotse ik, waarmee hij al jaren lang strijd had gele­verd, dat hem altijd weer had weten te overwinnen, dat na iedere versterving weer de kop opstak, blijd­schap onmogelijk maakte, zich gretig openstelde voor angst?
Was het dat niet wat nu eindelijk de dood gevonden had, hier in het woud aan deze lie­felijke stroom?
Kwam het niet doordat dat ik ge­storven was, dat hij nu als een kind geworden was, zo vol van vertrouwen, zo vrij van vrees, zo van blijdschap vervuld?

zondag 14 september 2008

Hermann Hesse - Demian

Wij, de mensen met het teken, werden met reden door de wereld voor uitzonderlijk, zelfs voor gek en gevaarlijk aangezien. We waren ontwaakten of ontwakenden en we streefden naar een steeds volmaakter wakker-zijn, terwijl het streven en het zoeken naar geluk van de anderen erop gericht was, hun idealen en plichten, hun leven en geluk voortdurend nauwer met dat van de massa te verbinden. Ook daar bestond streven, ook daar bestond kracht en grootheid. Maar terwijl, naar onze opvatting, wij getekenden de wil van de natuur tot het nieuwe, het zeldzame en toekomstige vertegenwoordigden, leefden de anderen in een wil tot bestendigen. Voor hen was de mensheid - waar ze net als wij van hielden – iets afgeronds, dat behouden en beschermd diende te worden. Voor ons was de mensheid een verre toekomst, waarheen we allen op weg waren, waarvan niemand een voorstelling had, waarvan nergens wetten stonden geschreven.
Hermann Hesse - Demian

Hermann Hesse - Demian

'We trekken de grenzen van onze persoonlijk­heid altijd veel te krap! We beschouwen alleen datgene als tot onze persoon behorend wat we als individueel herkennen, en als afwijkend be­schouwen. Maar we bestaan uit alles wat tot de wereld behoort, ieder van ons, en net zo goed als ons lichaam de genealogie van de ontwikke­ling tot aan de vis toe en nog veel verder terug in zich draagt, zo hebben wij in onze ziel alles wat er ooit in de menselijke geest heeft geleefd. Alle goden en duivels die ooit hebben bestaan, of het nu bij de Grieken en Chinezen of bij de Zoeloes is, zij huizen allen in ons, zijn aanwezig, als mogelijkheden, als wensen, als uitwegen. Als de mensheid zou uitsterven op een kind na dat op de helft van zijn ontwikkeling is blijven ste­ken en dat geen enkel onderwijs heeft genoten, dan zou dat kind de gehele loop der dingen te­rug vinden, het zou goden, demonen, paradij­zen, geboden en verboden, oud en nieuw testa­ment, alles zou het weer kunnen voortbrengen.'
Demian - Hermann Hesse

dinsdag 9 september 2008

Hermann Hesse

Zoals ooit elke bloesem welkt en jeugd
ooit zwicht voor ouderdom, bloeit elke wijsheid,
elke levensfase, tevens elke deugd
bijtijds, maar niet voor eeuwig en altijd.

Wanneer het leven roept, moet ieder hart
bereid zijn tot vaarwel en nieuw begin,
om zich met dapperheid en zonder smart
in andere, nieuwe bindingen te geven.

In elk begin schuilt een betovering
die ons beschermt en die ons helpt te leven.

dinsdag 26 augustus 2008

De Heiland

Steeds weer wordt hij als een mens geboren,
spreekt tot vrome, spreekt tot dove oren,
nadert ons en raakt opnieuw verloren.

Steeds weer rijst hij eenzaam op, moet vragen
en verlangens van ons allen dragen,
steeds weer wordt hij aan het kruis geslagen.

Steeds weer wil God zich aan ons verkonden,
wil de hemel in het dal der zonden,
wil in ‘t vlees der Geest, de eeuwige, monden.

Steeds weer, eveneens in deze dagen,
is de Heiland onderweg, om te zegenen,
onze angsten, tranen, klachten, vragen
met een stille oogwenk te bejegenen,
waarop wij geen blik ten antwoord wagen
daar slechts kinderogen hem verdragen.

Hermann Hesse

donderdag 10 juli 2008

DE BLOESEMTAK

Steeds heen en weer
Streeft de bloesemtak in de wind,
Steeds op en neer
Streeft mijn hart als een kind
Tussen lichte, donkere dagen,
Tussen willen en laten varen.
Tot de bloesems zijn verwaaid
En de tak vruchten draagt,
Tot het hart, de kinderlijkheid zat,
Zijn rust vindt
En gewaar wordt: vol lust en niet tevergeefs
Was het onrust-volle spel van het leven.
Hermann Hesse

maandag 16 juni 2008

Hermann Hesse - Siddhartha


'Het is goed,' dacht hij, 'om alles zelf te beproeven wat men moet weten. Dat werelds genot en rijk­dom geen goede dingen zijn, heb ik als kind al ge­leerd. Weten deed ik het allang, maar werkelijk er­varen heb ik het nu pas. En nu weet ik het echt, niet alleen in gedachten, maar met mijn ogen, met mijn hart, met mijn maag. Ik ben een gelukkig mens omdat ik dat weet'

aquarel - hermann hesse

dinsdag 3 juni 2008

Hermann Hesse - Wat ik geloof

Het geloof dat ik bedoel, is niet makkelijk onder woorden te bren­gen. Men zou het ongeveer zó kunnen uitdrukken: ik geloof dat, ondanks de klaarblijkelijke onzin, het leven toch een zin heeft; ik leg mij erbij neer deze hoogste zin met het verstand niet te kunnen vatten; ik ben echter bereid hem te dienen, ook al zou ik mijzelf daarbij moeten opofferen.
De stem van deze zin hoor ik in mijzelf, in de ogenblikken waarin ik werkelijk en helemaal levend en wakker ben.
Wat het leven in deze ogenblikken van mij verlangt, wil ik trachten te verwerkelijken, ook als het tegen de gangbare wetten en modes in gaat.
Dit geloof kan men op geen enkele wijze bevelen of zichzelf ertoe dwingen. Men kan het enkel beleven.
Evenals de christen de 'genade' niet kan verdienen of krijgen door geweld of list, maar ze enkel beleven in het geloof.
Wie dit niet kan, zoekt zijn geloof dan maar bij de kerk, of bij de wetenschap, of bij de nationalisten of de socialisten, of ergens anders waar men klaarge­maakte morele regels, programma's of recepten heeft.
Of een mens in staat is, of het zijn bestemming is de moeilijke en mooiere weg te gaan, die tot een eigen leven en zin leidt, dat kan ik niet beoordelen, zelfs niet als ik hem voor ogen zie.
De roep­stem komt tot duizenden, velen gaan een stuk van de weg, weinigen volgen hem tot over de grens van hun jeugd, en misschien gaat niemand hem wel tot het einde toe.
(1930)

Hermann Hesse - Wat ik geloof

Wanneer de Prediker zegt: 'Luister naar de stem in uw hart', dan vragen velen hem steeds: 'Ja, wat zegt die stem dan? Verklaar dat aan ons!'
Dat kan de Prediker echter niet, want hij doet geen be­roep op een stem voor jan en alleman, hij eist niet de vervulling van een plicht die men in woorden of in geldswaarde kan uitdrukken, nee, hij vraagt van ieder in zichzelf de stem te vernemen en zich op de eisen daarvan te bezinnen.

woensdag 28 mei 2008

Hermann Hesse - Wat ik geloof

De fout bij onze problemen en jammerklachten is vermoedelijk dat wij graag van buiten af iets als geschenk willen krijgen, wat wij enkel door eigen overgave in onszelf kunnen ontvangen. Wij ver­langen dat het leven een zin zal hebben, maar het heeft alleen precies zoveel zin als wijzelf in staat zijn er aan te geven. Omdat de enkeling daartoe slechts onvolkomen bij machte is, heeft men in allerlei religie en filosofie getracht, door een antwoord op de vraag, troost te geven.
Deze antwoorden lopen alle uit op hetzelfde: het leven krijgt uit­sluitend zin door de liefde. Dit wil zeggen: hoe meer wij tot liefde en toewijding in staat zijn, des te zinrijker wordt 'ons leven.
(brieven - 1956)

Hermann Hesse - Wat ik geloof

Ik pas ervoor op om het geloof van hen die bij een kerk of reli­gieuze gemeenschap behoren, in verwarring te brengen. Voor de meerderheid van de mensen is het heel goed bij een kerk of een geloof te zijn aangesloten. Wie zich ervan losmaakt, gaat aanvanke­lijk een eenzaamheid tegemoet, waarin menigeen spoedig weer naar de vroegere gemeenschap terugverlangt. Eerst aan het einde van zijn weg zal hij ontdekken dat hij in een nieuwe, grote, maar onzichtbare gemeenschap ingetreden is, die alle volkeren en gods­diensten omvat. Hij wordt armer aan alles wat dogmatisch en natio­naal is, en hij wordt rijker door de broederschap met geesten uit alle tijden en alle naties en talen.
(brieven - maart 1960)