Posts tonen met het label humor. Alle posts tonen
Posts tonen met het label humor. Alle posts tonen

vrijdag 20 mei 2011

De moraal van het verhaal......

Ballade van Arie Hop (John O'Mill)


Aanhoort het noodlot, fel en wreed,
van een kind dat op z'n nagels beet.

Een kind, dat met z'n eigen tanden
tot zijn schade en zijn schande,
stukjes van zichzelf opat,
en in zijn onverstand vergat
dat als die eerste hapjes smaken,
men aan zichzelf verslaafd kan raken.

Zo vergaat het menig kind
dat zichzelf zo lekker vind.

Ook het kind uit dit verhaal,
genoot zo van zijn eigen maal,
dat het verder alle dagen
in extase door bleef knagen.

Reeds was het kwaad niet meer te stoppen
reed kloof ie aan zijn vingertoppen
en zette weldra ook z'n tanden
in de stompjes van z'n handen:

En tot ontzetting van zijn ouders
in zijn bovenarm en schouders.

Voldaan keek hij toen in 't rond
en sprak met overvolle mond:
'Ik vind mijzelf, als je 't wil weten
gewoon een kind om op te vreten'.

En hief alweer een been omhoog
en knabbelde aan zijn eksteroog.

Men hoorde hem vraatzuchtig smakken
op de pezen van z'n hakken,
zag hem zalig d'ogen sluiten
toen hij beet kreeg aan z'n kuiten.

Reikhalzend happen naar zijn dij,
helaas, hij kon er niet meer bij,
en is ~ zienderogen afgenomen ~
van de honger omgekomen

Heel duidelijk is hier de moraal:
Wordt nooit Uw eigen kannibaal !

dinsdag 22 maart 2011

Kees Stip - Op een eendagsvlieg

‘Ach,’ sprak een eendagsvlieg te Doorn,
‘hoe heerlijk is het ochtendgloren
en hoe verrukkelijk het uur
waarop het laaiend zonnevuur
verstild ter kimme wordt gedreven!
Men moest twee dagen kunnen leven.’

zondag 30 januari 2011

Nederlands is een moeilijke taal !

Het meervoud van slot is sloten,
maar toch is het meervoud van pot geen poten.
Evenzo zegt men altijd één vat en twee vaten,
maar zal men zeggen: één kat, twee katen?

Wie gisteren ging vliegen zegt heden: ik vloog,
dus zegt u misschien van wiegen: ik woog.
Nee, pardon, want ik woog is afkomstig van wegen,
maar is nu ik voog een vervoeging van vegen?

Het woord zoeken vervoegt men tot ik zocht;
dus hoort bij vloeken misschien ik vlocht.
Alweer mis, want dit is juist afkomstig van vlechten,
maar ik hocht is geen juiste vervoeging van hechten.

Bij roepen hoort riep, maar bij snoepen geen sniep;
bij lopen hoort liep, maar bij kopen geen kiep.
Evenmin hoort bij slopen ik sliep.
Want dat woord is afkomstig van het schone woord slapen:
maar zet nu niet neer: ik riep bij het rapen.
Want dit komt van roepen en u ziet het terstond,
zo draaien wij vrolijk in het kringetje rond.

Voor raden komt ried,
maar van baden geen bied:
dat komt weer van bieden,
ik hoop dat u 't ziet.
Ook komt hiervan bood,
maar van wieden geen wood.
U ziet de verwarring is akelig groot.

Nog talloos veel voorbeelden kan ik u geven,
want gaf hoort bij geven,
maar laf niet bij leven.
Men spreekt van wij drinken, wij hebben gedronken,
maar niet van wij hinken en hebben gehonken.

't Is: ik weet en ik wist,
maar schrijft u niet bij vergeten vergist.
Het volgende geval is bijna te bont,
want bij slaan hoort ik sloeg, niet ik sling of ik slond.
Bij gaan hoort: ik ging en niet ik gong of ik gond.

En noemt men een mannetjesrat soms een rater?
Nee, dat gaat alleen op bij een kat en een kater.

Auteur mij niet bekend.

woensdag 29 september 2010

Definities uit de oude doos

Mensch
De mensch is een leeuw in de ezelshuid;
een dwerg, die met moeite op de aarde voortschrompelt;
een reuzencolossus, op den bol der vergankelijkheid en het voetstuk der oneindigheid staande;
een straal des eeuwigen lichts, gevangen in de camera obscura der zinnelijkheid;
een kind der onsterfelijkheid, gewikkeld in de windsels der magteloosheid;
een edelgesteente uit de kroon van de wijsheid Gods, en gevat in het klatergoud van aardsche dwaasheid;
een levend vraagteeken,
eene eindelooze gedachtestreep,
eene verpersoonlijkte tegenspraak,
een raadsel, waarvan de dood-alleen de oplossing geven kan.

Definities uit de oude doos

Vee
Dit woordjen heeft, hier te lande, eene dubbele betekenis, want het duidt tevens het grootste goed en het grootste kwaad in ons Land aan, al na dat men er eene verzameling van redenlooze wezens met vier of redenlijke met twee beenen door verstaat.
Alle viervoetig vee is in allen deelen nuttig, en zelfs doet het wilde viervoetige vee ons over het geheel meer voordeel dan nadeel, daar het ons ten minsten nog dekking in de koude bezorgt; maar het tweevoetige redenlijke vee is nergens nut toe.....

Uit een zeer oude 'van Dale'....