Posts tonen met het label sterven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sterven. Alle posts tonen

donderdag 25 maart 2010

Citaten

Als ik sterf, zou ik willen zo sterven, dat niets mij hier nog vasthoudt, dat ik reeds geheel geworden ben wat ik ben: oneindig, eeuwig, wezen der dingen, waarheid, zodat er voor mij geen verschil zal te merken zijn tussen de efemere verschijning mens, die ik formeel was, en de onbeperkte werkelijkheid die zich door deze efemere mens even heeft uitgedrukt.
Het is deze onbe­perkte werkelijkheid, dit absolute dat mij, ik hoop het, volledig zal leeggemaakt heb­ben van het egoïstisch ik en zijn onbelang­rijke begoochelingen, zodat ik sereen en objectief, technisch correct, als eeuwige, tijdloze golf kan verder gaan in de eeuwige, tijdloze zee, in de integraal weergevon­den totaliteit van het mogelijke.


Erik van Ruysbeek
(Uit: Van fysica tot metafysica)

Schilderij Johfra

dinsdag 23 februari 2010

Onsterfelijkheid

In vele slapelooze nachten heb ik iets beseft, dat ik niet bepaald duidelijk kan beschrijven.
Het scheen me alsof mijn ziel zonder begeleiding van mijn lichaam dacht, ze zag het lichaam zelve aan als een wezen, dat haar vreemd was, zoo als men een kleedingsstuk bekijkt.
Ze stelde zich met buitengewone levendigheid de tijden en de gebeurtenissen voor, die geweest waren en had daardoor een voorgevoel van wat zou volgen.
Al deze tijden zijn voorbijgegaan en wat volgt, zal ook voorbij gaan; het lichaam zal als een kleedingsstuk stukscheuren, maar Ik, het welbekende Ik, Ik ben.

Johann Wolfgang von Goethe

woensdag 17 februari 2010

Sterven

Ik sta 's ochtends aan de rand van de zee.
Er komt een zeilboot voorbij
die vertrekt naar de oceaan.

Hij is prachtig,
hij is het leven zelf.
Ik kijk hem na tot hij
aan de horizon is verdwenen.

Naast mij zegt iemand:
'Hij is weg'.

Weg waar naartoe?
Hij is weg uit mijn blikveld, dat is alles.
Zijn mast is nog altijd even hoog,
zijn romp nog altijd even sterk.

Zijn verdwijning uit het blikveld
betreft mij, niet hem.

En juist op het moment
dat iemand naast mij zegt
'Hij is weg',

staan er anderen op een ander strand
die blij naar de horizon wijzen
en die roepen:
'Daar komt hij!'.


William Blake (1657-1727)

Aan een vriend

Ach, laten wij geen ogenblik bederven
voor wie van ons het eerst zal moeten sterven,
en laten wij ook nimmer praten
van alles wat wij huichelden en haatten.

Zolang een vlerkgespreide leeuwerik blijft zingen
vergeeft zijn God ons al wat wij begingen,
zolang we kersebomen zacht in bloei zien staan
dan hebben wij nog niemand kwaad gedaan.

Ach, laten wij het leed dat men ons deed, vergeten,
God zal het allemaal wel weten,
en laten we geen ogenblik bederven
voor wie van ons het eerst zal moeten sterven.

Leo Vroman

vrijdag 18 december 2009

Sterven

Ik sta 's ochtends aan de rand van de zee.
Er komt een zeilboot voorbij
die vertrekt naar de oceaan.

Hij is prachtig, hij is het leven zelf.
Ik kijk hem na tot hij aan de horizon is verdwenen.
Naast mij zegt iemand: 'Hij is weg'.

Weg waar naartoe?
Hij is weg uit mijn blikveld, dat is alles.
Zijn mast is nog altijd even hoog,
zijn romp nog altijd even sterk.

Zijn verdwijning uit het blikveld
betreft mij, niet hem.

En juist op het moment
dat iemand naast mij zegt 'Hij is weg',
staan er anderen op een ander strand
die blij naar de horizon wijzen
en die roepen: 'Daar komt hij!'.

William Blake (1657-1727)

maandag 3 maart 2008

Het leven van een bloem



Vanuit een bladkring schuchter als een kind,
waagt zij het amper om zich heen te speuren,
weet zij zich door een golf van licht omringd,
vat niet hoe dag en zomer blauwer kleuren.

Wind, vlinders en het licht lokken aan;
glimlachend voor het eerst toont zij het leven
haar bange hart en leert zich overgeven
aan drommen dromen van een kort bestaan.

Nu lacht zij honderduit, haar kleuren gloeien,
goud zwelt het stuifmeel in de helmknop al,
zij leert hoe zwoele middagzon kan schroeien,
moe neigt zij naar het loof bij avondval.

Haar kelk gelijkt een rijpe vrouwenmond
die trilt wanneer ze aan de tijd gaat denken,
die lacht hoewel reeds op de achtergrond
verzadiging en bitter einde wenken.

Verschrompeld nu, gerafeld en verschoten
gaan blaadjes moe over de zaadrok hangen
en worden huiveringwekkend vaal,
het grote Mysterie houdt de stervende omvangen.


Hermann Hesse