zaterdag 28 augustus 2010

Andere wereld

In een wereld werd ik verlost uit een (andere) wereld
en in een beeld uit een hemels beeld
en uit de boeien van de vergetelheid die tijdelijk zijn.

Vanaf nu zal ik zwijgend de rust ontvangen,
bevrijd van tijd, seizoen en eon.

Evangelie naar Maria Magdalena 17
(oorspronkelijke codexpagina)

maandag 23 augustus 2010

PASSAGE

Voor mij alleen de weg. Voor mij alleen.
Zoals een albatros alleen moet gaan.
Zoals mijn onbevreesde zuster maan
die zelf de nacht verlicht die zij doorstaat.

Geen huis meer achter mij,
geen huis meer voor.
Alleen de woorden die ik in mij hoor,
alsof een medestem mij kent en leidt.


Ik kan niet anders dan in luister gaan.
Als had ik vleugels, deed ik sterren aan.
Met u alleen de weg, met u alleen.



Maria de Groot

sprokkels

'De wind, die eigenlijk alleen zo nu en dan maar eens komt neergestreken, voortdurend komende van en onderweg naar elders, maar nooit constant op één plaats bezig, draagt vlaagsgewijs nu eens verkwikkende, dan weer onverkwikkende geuren aan, en soms een wolk vlinders of libellen, maar ook wel soms een zwerm zwarte vogels, - en is hij weer voorbij, dan blijft nog geruime tijd alles in de tuin, wat maar bewegen kan en door hem is aangeraakt, in beweging.'


Deze mysterieuze volzin vind ik terug in een aantekenboekje van meer dan tien jaar geleden. Ik heb hem nooit in enige tekst, kunnen gebruiken, maar na al die jaren zet ik hem hier maar neer. Ik weet nu dal deze zin een metafoor is: hij zou in een rouwadvertentie of in een doodsbrief kunnen staan.
'De wind', dat is: iemands leven.
'Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt'.

uit: Bezonken rood - Jeroen Brouwers

zondag 15 augustus 2010

REQUIEM

Liefste, als ik dood zal zijn,
Zing dan geen treurlied voor mij;
Plant geen rozen aan mijn hoofd,
noch lommerijke cypressen:
laat het groene gras groeien,
nat van regenbui of dauw;
en herinner als je wilt
en als je niet wilt, vergeet.

Ik zal geen schaduwen zien,
en ook geen regen voelen;
Ik zal het lied niet horen
van de droeve nachtegaal:
dromen in de schemering,
die niet gloorde of verdween,
Laat mij blij herinneren
en laat mij blij vergeten.

Christina Rossetti

REQUIEM

When I am dead, my dearest,
Sing no sad songs for me:
Plant thou no roses at my head,
Nor shady cypress tree:
Be the green grass above me
With showers and dewdrops wet;
And if thou wilt, remember,
And if thou wilt, forget.


I shall not see the shadows,
I shall not feel the rain;
I shall not hear the nightingale
Sing on, as if in pain;
And dreaming through the twilight
That doth not rise nor set,
Haply I may remember,
And haply may forget.


From Goblin Market and other poems (1862)

Melancolia

Toen ik door het maanlicht liep
En de paden meed,
Bang, dat ik den tuin, die sliep,
Wakkerschrikken deed

Door het ritselend gerucht
Van mijn kleed en voet -
De oude boomen! die een zucht
Wakkerschrikken doet.

Toen ik naar den vijver ging
Door het korte gras,
Naar den boom die overhing
In den vijverplas,

Waar het water inkt geleek,
En zo roerloos sliep,
Of het oog in ‘t duister keek
Van een peilloos diep,

Waar het windgefluister klonk
Door het popelblad…
Weet gij, wie op d’ elzentronk
Mij te wachten zat?

Vleermuisvleugelige vrouw,
Die mij eeuwig jong,
‘t Eeuwig oude lied van rouw
Vaak te voren zong,

Tot ik in den maneschijn
Zacht heb meegeschreid
Met het eeuwenoud refrein:
"Alles ijdelheid."

Hebt ge hier op mij gewacht,
Denkend, dat ik sliep?
Hebt gij zóó aan mij gedacht,
Dat uw geest mij riep,

Dat ik staan kwam aan het raam
En onrustig werd
Door het roepen van mijn naam
Uit de lichte vert’?….

Toen ik u hier wachten vond
En met stillen schrik
In den peilloos diepen grond
Staarde van uw blik,

Toen ik zwijgend binnentrad
En in zwarte schauw
Uwer vleuglen nederzat,
Zwartgewiekte vrouw,

Heb ik, met uw hoofd gevleid,
Liefste aan mijn hart,
Zachtkens met u meê geschreid
Om der dingen ijdelheid

Om onze oude smart.

Jacqueline E. van der Waals (1868-1922)

Ik had u niet gevraagd

Ik had u niet gevraagd: gij zijt gekomen…
Veel bloemen bloeiden in mijn stillen tuin;
de zoele Meiwind wiegde kruin tot kruin
vol teere bloesems, frisch als lentedroomen.

Ik had u niet gevraagd: gij zijt gekomen,
Muze der smarten, in mijn stillen tuin;
daar bogen levenloos nu twijg en kruin,
en bloem en blad verschroeide op plant en boomen.

O geef mij weer mijn slanke en eedle jeugd,
mijn argelooze liefde en heldre vreugd,
nauw door een waas van weemoed overtogen.

‘k Voel niets meer dan dien eeuwgen wanhoopsdrang,
maar, door uw felste woede en haat bewogen,
zal ik u vloeken tot mijn laatsten zang.


Prosper van Langendonck (1862-1920)

vrijdag 13 augustus 2010

Vrees niet

Wees niet bevreesd, wanneer de nacht gaat vallen,
Wees niet bevreesd, wanneer het donker wordt;
Hier is Mijn hand - wees maar niet bang te vallen:
Ik houd u vast, Mijn macht schiet nooit tekort.

Wees niet bevreesd, wanneer de golven stijgen
zodat het water tot de lippen komt;
Want met één wenk doe Ik de winden zwijgen
en zee en aarde liggen als verstomd.

Wees niet bevreesd, wanneer uw krachten mind'ren:
want in uw zwakheid wordt Mijn kracht volbracht.
Ik heb véél werk te doen, ook voor Mijn zwakke kind'ren.
En àlles kunt ge, als ge Mij verwacht.

Wees niet bevreesd, want Ik zal voor u zorgen.
Denk aan de leliën, de mussen die Ik voed.
Ik ben de God van heden en van morgen,
de God, Die leeft en Die u leven doet!

Nel Benschop

donderdag 12 augustus 2010

Vlinders van God

Mijn woorden zullen nooit op vleugels drijven
waarmee een adelaar opstijgt, hoog boven 't land;
Ze zullen wel veel dichter bij de aarde blijven,
wat fladderen misschien, vlak bij uw hand;
als ze dan maar wat troost, wat sterkte geven,
zodat u weer de kleine vreugde ziet
die God verborgen heeft in ieder leven,
al zien we dat, door eigen schuld, vaak niet.
Al denkt u: Zonder vreugde is mijn lot ­
ze zijn er toch: de vlindertjes van God.


Zó hoop ik, dat mijn woorden zullen wezen:
met iets van blijdschap, iets van licht erin,
zodat ze duidelijk voor ieder zijn te lezen,
en ieder weten zal: mijn leven heeft een zin.
Wat er dan in de toekomst mag gebeuren,
al wordt het avond, al verdwijnt het licht,
bedenk, dat in het donker bloemen sterker geuren,
Gods vlinder vouwt zijn vleugels even dicht.
Maar 't wordt weer morgen: God heeft het beloofd!
En kijk: Zijn vlinders fladderen vlak om uw hoofd!


Nel Benschop

zaterdag 7 augustus 2010

GEBED VAN DE TREINMACHINIST

Alweer een mens onder mijn trein
alweer zo’n wanhoopsdaad.
Ik remde, Heer, uit alle macht,
maar toch weer iets te-laat,

Ik zag hem in de schemer staan
en ja, daar sprong hij hoor.
Zo kwam een einde aan zijn rit,
maar ik., ik moest weer door.

O God, ik smeek U, sta mij bij.
Het werk maakt mij kapot.
Moet ik steeds leven met de dood,
is dat, is dàt mijn lot?

Ik voer slechts mensen aan en af
naar waar zij willen zijn.
Houdt Gij hen dan van ‘t dode-spoor
en héél vèr van de lijn.

Uit “Over en tot Leven’
van L. Ouwersloot—Berg

donderdag 15 juli 2010

Vakantie

Vanaf morgen tot en met 24 juli ben ik op vakantie in Vlaanderen en dus even niet on-line.
Eventuele reacties op blogberichten zullen tot daarna in de wachtrij staan.

Voor alle lezers van mijn blog: een fijne zomer-vakantie-tijd.

Met hartegroet
Fran

Voor wie ik liefheb

mijn moeder is mijn naam vergeten
mijn kind weet nog niet hoe ik heet
hoe moet ik mij geborgen weten?

noem mij, bevestig mijn bestaan,
laat mijn naam zijn als een keten.
noem mij, noem mij, spreek mij aan,
o, noem mij bij mijn diepste naam

voor wie ik liefheb, wil ik heten

neeltje maria min

zondag 11 juli 2010

Van Jordaan tot Golgotha

Een aangrijpende initiële ervaring, die ons door de gunst van het lot ten deel valt, betekent als zodanig nog niet het begin van de innerlijke weg. Deze betreden wij eerst dan werkelijk, wanneer wij bewust en uit eigen vrije wil de eerste schrede doen.
Het kan gemakkelijk tot noodlottige illusies leiden wanneer wij geloven dat grote, aangrijpende ervaringen ons ontslaan van de moeite om zelf bewust de stap op de innerlijke weg te zetten en aan ons zelf te werken.
Dergelijke ervaringen betekenen voor ons een verplichting. Het zijn vragen van de Godheid, waarop wij moeten antwoorden door eigen, innerlijke activiteit en offervaardigheid.


Emil Bock – Van de Jordaan tot Golgotha

Van Jordaan tot Golgotha

In tijden waarin de interesses van de mensen door de overweldigende kracht van het lot gericht worden op de wereld buiten hen, moet de sfeer van het innerlijke leven eerst recht bewust en standvastig worden behoed en onderhouden.
En wel daarom, omdat de zekerheid waarmee wij in het leven staan en de wederwaardigheden van ons lot tegemoet treden, niet kan worden verkregen uit datgene wat wij in deze buitenwereld ervaren en van haar ontvangen.
Deze zekerheid kan alleen uit ons innerlijk voortkomen.
Wie zeker is van een innerlijke weg en hem met vaste tred bewandelt, wordt niet van zijn stuk gebracht wanneer uiterlijke lotsomstandigheden plotseling een onverwachte wending nemen, wanneer harde noodzaak ons dwingt dierbare levensgewoonten op te geven en ons te schikken in geheel nieuwe, vreemde levenssituaties.


Emil Bock – Van de Jordaan tot Golgotha

maandag 5 juli 2010

Ashtavakra Gita - 03 - Vrijheid

Ashtavakra sprak:

1
Jou is duidelijk dat het Zelf
in oorsprong Een is, onverwoestbaar.
Nu jou die wijsheid is geschonken,
vanwaar nog streven naar rijkdom?

2
Verwarring rond jouw Zelfaard
schept illusoire visie,
binding dus met voorwerp;
zoals onklaarheid omtrent paarlemoer
waandrang schept naar zilver.

3
Wat zou je in ellende dolen
als je weet:
ikzelf ben Dat
waarin als golven in de oceaan
hele universa verschijnen en verdwijnen
?

Rainer Maria Rilke

Königslied

Darfst du das Leben mit Würde ertragen,
nur die Kleinlichen macht es klein;
Bettler können dir Bruder sagen,
und du kannst doch ein König sein.
Uit: Traumgekrönt, 1896


Vrij vertaald: Koningslied

Durf het leven waardig te dragen,
alleen kleingeestigen maken het klein;
bedelaars kunnen je broeder noemen,
en toch kun jij een koning zijn.